Hongkong en Frankrijk op de set van Assayas

Irma Vep. Regie: Olivier Assayas. Met: Maggie Cheung, Jean-Pierre Léaud, Nathalie Richard, Antoine Basler. In: Filmmuseum, Amsterdam; 't Hoogt, Utrecht. Les Vampires. Regie: Louis Feuillade. In: Filmmuseum, Amsterdam.

Sommige dingen blijven altijd grappig en een van die dingen is een Fransman die Engels spreekt. Het valt niet te helpen: de onverwachte klemtonen en klinkers hebben sinds inspecteur Clouseau's 'pheun in ze reum' hun lachkracht nog niet verloren. In Irma Vep van Olivier Assayas spreken Franse acteurs hun elegant onhandige Engels tegen een actrice uit Hong Kong, en, in een van de vele subtiele heerlijkheidjes van deze film, lijken ze niet eens te merken dat zij hen met een uitgesproken Engels accent antwoord geeft.

Irma Vep is een film over een film over een film die tussendoor nog een heleboel andere films becommentarieert en zo vervelend als dat klinkt, zo leuk is de film geworden. Een Franse regisseur die zijn beste tijd gehad heeft, maakt voor de televisie een remake van Les Vampires, een serie klassiek geworden stomme films uit de jaren tien van Louis Feuillade. Voor de hoofdrol vraagt de regisseur Maggie Cheung, actrice uit de films van Jackie Chan en andere Hongkongse actiehelden. Zij moet Irma Vep spelen, de leidster van een als vampieren vermomde dievenbende. In de originele serie werd zij vertolkt door Musidora, een legendarische Franse actrice die met deze rol een van de eerste vamps van de cinema werd. De regisseur van de nieuwe vampierfilm, René Vidal, wordt weer gespeeld door Jean-Pierre Léaud, de lievelingsacteur van François Truffaut, die ook in diens film over film, La Nuit Americaine, speelde.

Assayas weet in Irma Vep vele filmwerelden samen te brengen op één set. Hij laat Vidal en Cheung samen kijken naar een vechtballet uit een van haar actiefilms, toont stukken uit de originele serie Les Vampires, en rushes van de geplande remake. Het Filmmuseum in Amsterdam, een van de twee theaters waar deze derde eigen release van het International Film Festival Rotterdam draait, vertoont in het voorprogramma delen van Les Vampires. De serie was om zijn voortvarende symboliek en melodrama geliefd bij de surrealisten. Zonder veel omhaal wordt in het eerste deel bijvoorbeeld een afgehakt hoofd gevonden in een nis achter een schilderij.

In de film van Assayas wisselen zwart-wit en kleur, film en video elkaar af en contrasteren met de stijl waarin de regisseur de set gefilmd heeft. Zijn los in de hand gehouden camera zit dicht op de acteurs, houdt van warrig, snel en donker en geeft zo een realistisch lijkende indruk van de hectiek en het gekissebis op een filmset. Tegelijkertijd smokkelt Assayas, in een vorig leven criticus bij de Cahiers du Cinéma, ook nog de Hongkongse kunstfilm van Wong-Kar Wai en Stanley Kwan, regisseurs met wie Cheung ook gewerkt heeft, Irma Vep binnen. Een van de geestigste scenes is het interview dat Cheung geeft aan een Franse journalist, die van de intellectuele Franse film die Vidal vertegenwoordigt niets moet hebben en eigenlijk alleen over de door de Franse film-intelligentsia verheerlijkte Hongkongse actiefilmer John Woo wil praten.

Irma Vep is ook een film over verliefdheid. De hippe, kettingrokende kleedster Zoë (Nathalie Richard) hijst Cheung in het strakke latexpakje waarin ze als Irma Vep veel sexier is dan Musidora kon zijn in haar wollen hansop, en ze wordt verliefd op haar. Ze is niet de enige. Ook de regisseur en haar tegenspeler voelen zich tot haar aangetrokken en op een gegeven moment valt zelfs Cheung voor de Irma Vep die ze zelf speelt. Als ze 's nachts alleen op haar hotelkamer is kan ze het niet over haar hart verkrijgen haar pakje uit te trekken. Ze sluipt als Irma de gang op, dringt een kamer binnen en kan het niet laten zich als een dief te gedragen.

Groot is daarom de volgende dag de teleurstelling als blijkt dat Vidal is ingestort. Een andere afgezakte regisseur mag de regie overnemen. Hij is een nog grotere tut dan Vidal - hij wil dat een Franse actrice de rol van Vep speelt. De scène waarin hij de opnames van Cheung door Vidal bekijkt is van een hartverwarmende pathetiek. In zijn onvermogen om iets te doen met de magie van Cheung heeft Vidal op het celloloid gekrast en getekend. Witte bliksemschichten schieten uit de ogen van Cheung, alsof hij niet heeft vast kunnen leggen dat die van zichzelf, mits juist belicht, al fonkelen. Dat heeft niet hij, maar Assayas in Irma Vep laten zien. Uitgelaten en uitgekookt laat hij de liefde voor films, mensen en sterren in elkaar overlopen.