EMU is niet gebaat bij prestigestrijd

Wim Duisenberg was vorige maand de gastspreker op een lunchbijeenkomst van de Frans-Nederlandse Kamer van Koophandel. Wat bewoog de president van het Europees Monetair Instituut in Frankfurt om dat tamelijk onbeduidende gezelschap toe te spreken in een bovenzaaltje van het VNO-NCW-gebouw in Den Haag? Misschien wilde hij onderstrepen dat de Frans-Nederlandse betrekkingen hem ter harte gaan. In ieder geval was de Franse ambassadeur aanwezig en deze zal ongetwijfeld aan Parijs gerapporteerd hebben wat de beoogde president van de Europese Centrale Bank in behoorlijk Frans te berde bracht.

Duisenberg maakte een paar grapjes, hield een verhaal over monetaire degelijkheid en beklemtoonde dat hij niets ziet in geformaliseerde bemoeienis van de ministers van financiën met het beleid van de toekomstige Europese Centrale Bank. Het was een standaardverhaal, de Fransen zullen daarvan niet hebben opgekeken. Maar heeft dit Frankrijk er toe gebracht om gisteren Jean Claude Trichet, de president van de Banque de France, plompverloren naar voren te schuiven als kandidaat-president voor de Europese Centrale Bank?

De ECB gaat op 1 juli 1998 van start en de benoeming van de eerste president wordt genomen op de Europese top in het eerste weekeinde van mei volgend jaar in Londen, als ook de landen worden bekend gemaakt die vanaf 1 januari 1999 zullen meedoen aan de Economische en Monetaire Unie. Alleen de regeringsleiders van de geselecteerde EMU-landen besluiten over de benoeming van de ECB-president.

Toen Duisenberg anderhalf jaar geleden werd voorgedragen voor het Europees Monetair Instituut, de voorloper van de ECB, heeft Frankrijk een voorbehoud gemaakt. De toenmalige president van De Nederlandsche Bank mocht er niet van uitgaan dat hij automatisch zou doorschuiven naar het ECB-presidentschap - hoewel Nederland, andere landen en Duisenberg persoonlijk daar eigenlijk wel op rekenden. Vervolgens doken in het geruchtencircuit op onverwachte momenten de namen op van geschikte Franse kandidaten. Jacques Delors, de oud-president van de Europese Commissie, of Michel Camdessus, de directeur van het Internationale Monetaire Fonds in Washington. Het bleef onduidelijk of dit speldenprikken waren om de spanning er in te houden of dat het ging om serieuze pogingen een Franse kandidaat naar voren te schuiven.

Uit Frankrijk kwam ook een met stelligheid gebracht gerucht dat bondskanselier Kohl en president Mitterrand indertijd een informele afspraak hadden gemaakt om de Europese Centrale Bank in Frankfurt te vestigen met een Fransman aan het hoofd. Was dat waar? De hoogste Nederlandse betrokkenen beweerden dat ze niets van een dergelijke afspraak wisten, Kohl ontkende het en Mitterrand kan het niet meer bevestigen.

Centrale bankiers vormen een besloten wereldje van mensen die elkaar goed kennen, respect voor elkaar hebben en elkaar in vertrouwen nemen. Dat moet ook wel, want als het spannend wordt op de financiële markten dan zijn ze op elkaar aangewezen. Ze hebben elkaar altijd nodig, ook om hun gezicht te redden. Wat dat betreft vond afgelopen maandagavond een opmerkelijke bijeenkomst plaats.

Tijdens het diner voorafgaand aan de maandelijkse bijeenkomst van de EMI-raad in Frankfurt hebben Duisenbergs opvolger bij De Nederlandsche Bank, Wellink, en Trichet uitvoerig met elkaar gesproken. Niets in het gedrag van Trichet wees op een op handen zijnde aankondiging van zijn voordracht. De volgende ochtend werd de president van de Banque de France langdurig uit de EMI-vergadering geroepen en enkele uren later werd zijn kandidatuur in Parijs bekend gemaakt. Was Trichet zelf niet op de hoogte van het voornemen van president Chirac?

Zoveel is zeker, de aankondiging kwam niet alleen voor Nederland, maar ook voor Duitsland en andere landen onverwacht en er kan slechts gespeculeerd worden wat de Franse regering heeft bewogen. De binnenlandse aandacht afleiden van de problemen met de vrachtwagenstaking, misschien, of de inzet van een fiche om op een later tijdstip wisselgeld voor Frankrijk binnen te halen, een andere Franse benoeming of de aanvaarding van Italië bij de eerste groep van EMU-landen wellicht.

Voor de start van de EMU is de prestigestrijd die nu in alle openheid zal moeten worden uitgevochten, in ieder geval buitengewoon schadelijk. Trichet is een voortreffelijk centraal bankier, de architect van het beleid van de franc fort. Misschien heeft hij een smet opgelopen toen hij in zijn vorige functie als directeur du trésor en voorzitter van het invloedrijke Monetair Comité van de Europese Gemeenschap een sleutelrol speelde in de muntcrisis van september 1992. Hij probeerde toen tevergeefs de schade van de aanzwellende valutacrisis te beperken. Achteraf zei hij ter rechtvaardiging van zijn optreden toen: “Wij probeerden zo min mogelijk ophef te maken en geen hysterie in de markten te veroorzaken.”

Trichet is goed, maar hij is niet beter gekwalificeerd dan Duisenberg. En daar gaat het nu om. Want Frankrijk heeft de aspirant-leden van de EMU voor het blok gezet en dat leidt onherroepelijk tot publieke spanningen. Tot nu toe was de overgrote meerderheid van de EU-lidstaten van mening dat Duisenberg moest doorschuiven naar de ECB. Dat was niet alleen fatsoenlijk jegens de man, het voorkwam vooral ook gedonderjaag. Maar als Frankrijk van de benoeming van de ECB-president een Europees machtsspel maakt of als de Franse president zou proberen het met de Duitse bondskanselier op een akkoordje te gooien, dan brengt dat onnoembare schade toe.

De kandidatuur van Trichet waarmee Frankrijk te elfder ure is gekomen, is geen kwestie van nationale trots die gekwetst wordt, of van een krachtmeting tussen twee persoonlijkheden. Het gaat om de manier waarop de lidstaten van de EU met elkaar omgaan in de aanloop naar de monetaire unie. Een force de frappe zou ernstig afbreuk doen aan de gemeenschappelijke uitgangspunten die vereist zijn voor de vrijwillige opgave van de monetaire souvereiniteit.

Monetair beleid vraagt om stabiliteit en vertrouwen. Als in de laatste maanden voorafgaande aan de start van de EMU nog ruzie uitbreekt over de benoeming van de president, schaadt dat de betrekkingen tussen de landen die vanaf 1 januari een gezamenlijk monetair beleid moeten voeren. Het schaadt ook de legitimiteit van de Europese Centrale Bank en ten slotte brengt het schade toe aan de geloofwaardigheid van de euro.

    • Roel Janssen