Debat Iraanse asielzoekers; Kamer buigt voor excuses van Schmitz

DEN HAAG, 5 NOV. Staatssecretaris Schmitz (Justitie, PvdA) heeft het debat over Iraanse asielzoekers gisteren met minimale steun van de Tweede Kamer overleefd. De meerderheid van de drie regeringsfracties (PvdA, VVD en D66) steunde haar, ondanks kritiek.

De hele oppositie schaarde zich achter een motie van het CDA waarin werd geconstateerd dat de Kamer “onvolledig en onjuist” is geïnformeerd over het niet meer volgen in Iran van teruggestuurde asielzoekers.

De PvdA zag na de uitleg en excuses van Schmitz “onvoldoende reden om het vertrouwen niet langer in stand te houden”. De VVD “nam genoegen met de uitleg” en D66 accepteerde de excuses, na eerder te hebben gezegd “onthutst” te zijn geweest.

Behalve Schmitz moesten ook minister Van Mierlo en staatssecretaris Patijn (Buitenlandse Zaken) zich gisteren verantwoorden over het niet langer volgen van teruggestuurde asielzoekers in Iran. Deze zogenoemde monitoring is in december vorig jaar onder druk van de Iraanse autoriteiten gestaakt. De Kamer was daar niet van op de hoogte gebracht.

Schmitz trok zich vooral de kritiek van de kleine christelijke partijen aan, zelfs zozeer dat zij volgens medewerkers even overwoog af te treden. De staatssecretaris moest volgens deze partijen vertrekken, “niet om de bewindspersoon te straffen, maar om haar ambtenaren ter verantwoording te roepen”, aldus Van der Vlies (SGP). Zelf wilde Schmitz gisteravond niet ingaan op vragen of ze aan aftreden had gedacht.

Ambtenaren van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) verzuimden Schmitz over het stoppen van de monitoring te informeren. De staatssecretaris nam in juni nog een motie aan, waarin de regeringsfracties vroegen om uitbreiding van de bestaande monitoring in Iran. Staatssecretaris Patijn was wel op de hoogte van problemen rond de monitoring, maar dacht afdoende te hebben gehandeld door de kwestie onder de aandacht van de ambtenaren van Justitie te brengen. “Daarnaast was ik in de eerste helft van dit jaar geabsorbeerd door het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie”, aldus Patijn.

Patijn liet ook weten dat een ambtelijke missie, die de situatie in Iran zou onderzoeken, niet langer welkom is. De missie zou een dezer dagen vertrekken. Het weren van het bezoek zal “gevolgen zal hebben voor het nieuwe ambtsbericht over Iran”, aldus Patijn. Mede op basis van dit ambtsbericht, dat in december moet verschijnen, beslist Justitie of uitgeprocedeerde asielzoekers kunnen worden uit gezet naar Iran. Vorig week donderdag liet Schmitz weten de uitzettingen naar Iran op te schorten, tot dit nieuwe ambtsbericht.

Schmitz zegde toe zich opnieuw te buigen over een groep van 1.300 Iraanse asielzoekers uit 1993 en 1994, die indertijd geen beroep hebben aangetekend tegen een voorlopige verblijfsvergunning.