De toekomst van de netwerkcomputer als idee; De dood van de PC is nog even uitgesteld

Netwerkcomputers zullen de wereld veroveren meent Ellison, de showy topman van Oracle. Tot nu toe valt de belangstelling van het bedrijfsleven echter wat tegen, en dat ligt niet alleen aan Oracle's concurrent en bête noire Microsoft. Maar het idee - een apparaat zonder eigen microprocessor, en via een netwerk met een centrale computer verbonden - vindt intussen wel andere toepassingen. In de consumentenelektronica bijvoorbeeld.

Philips gaat een zonnige toekomst tegemoet en Apple wordt zijn belangrijkste concurrent. Als topman L. Ellison van het softwarebedrijf Oracle gelijk krijgt tenminste. “Netwerkcomputers (Oracle's alternatief voor de pc) zullen in de toekomst worden gebouwd door producenten van consumentenelektronica”, voorspelde de Amerikaan onlangs tijdens een presentatie op de universiteit van Stanford.

“Apple, met zijn fabuleuze merk” is, zo meent Ellison, de enige computermaker die goed is gepositioneerd voor de levering van een nieuwe generatie terminals die consumenten toegang tot Internet zal bieden. Veel andere computermakers zullen, zo is zijn verwachting, zich er door het oppermachtige Microsoft van laten weerhouden het nieuwe concept serieus te nemen. Ellison moet het kunnen weten. Hij lanceerde twee jaar geleden het idee voor de netwerkcomputer, een uitgeklede computerterminal (zonder microprocessor en harde schijf) die via een netwerk rekenkracht en programma's krijgt aangeleverd van een krachtige centrale computer.

Toch zullen Philips' president C. Boonstra en zijn collega S. Jobs van Apple de profetie van hun Amerikaanse collega met een korrel zout nemen. Optredens van Ellison zijn er in de eerste plaats op gericht het publiek ervan te overtuigen dat de wereld onder de bezielende leiding van Oracle een betere toekomst tegemoetgaat. Die boodschap laat geen ruimte voor nuance.

Ellison stapt zelfverzekerd op en neer. Gestoken in onberispelijk donkergroen pak beweegt hij zich iets meer dan een meter boven het publiek. “Het is een strijd van de mensheid tegen Microsoft”, zegt Ellison. “Wij zijn lid van het team van de mensheid.” Hij schetst twee scenario's voor de toekomst: “De eerste mogelijkheid is dat een standaardnetwerk ontstaat, zoals Internet, waarvan iedereen kan profiteren en waarvoor iedereen producten kan bouwen. De tweede is dat we allemaal pc's met Windows (het besturingsprogramma van Microsoft) gebruiken en Bill (Gates) alles betalen wat hij wil dat we betalen.”

Toch staan Microsoft en Oracle (ruim 30.000 werknemers, bijna 6 miljard dollar omzet) niet zo lijnrecht tegenover elkaar als de retoriek van Ellison suggereert. “We hebben mensen verward door te zeggen dat we Microsoft aanvallen”, zegt financieel bestuurder J. Henley van Oracle. “De netwerkcomputer is niet meer dan een stukje van een grote puzzel.” Oracle, zo legt Henley uit, wil klanten overtuigen van de kracht van het idee van een 'uitgeklede' terminal die rekenkracht en geheugen krijgt aangeleverd van een sterke centrale computer. “Waarom? Omdat we willen dat bij de realisering van dat idee gebruikgemaakt wordt van onze programma's voor het beheer van grote bestanden.” Een voorbeeld van Oracle's pragmatische houding tegenover Microsoft is de uiterste inspanning die het bedrijf zich getroost om zijn databasesoftware zo goed mogelijk te laten draaien op Microsofts besturingssysteem Windows NT, waarop krachtige computers draaien die centraal staan in een netwerk van pc's.

Toch draagt Ellison zijn evangelie met verve uit. “Wij zullen de contouren van de toekomst schetsen met onze technologie”, zegt hij. “Het huidige model van computergebruik is van voorbijgaande aard. Het besturingssysteem van Microsoft is onbetrouwbaar, onveilig en oneconomisch. Het zal verdwijnen.”

Terwijl Ellison de dood voorspelt van de personal computer is het nog de vraag hoe levensvatbaar zijn alternatief, de netwerkcomputer, zal blijken te zijn. Er zijn nog nauwelijks grote bedrijven die de overstap hebben aangedurfd naar het revolutionaire apparaat. De eerste commerciële netwerkcomputer werd afgelopen zomer met ongeveer negen maanden vertraging op de markt gebracht. Gevraagd naar de toepassing van de netwerkcomputer in de praktijk noemt Jarvis, Oracle's hoofd zakelijke producten, een bloemenbedrijf dat de nieuwe terminals gebruikt voor de verwerking van orders. Klanten van zwaarder kaliber zijn op komst, verzekert hij, maar hij kan geen namen noemen. Wel wil Jarvis vertellen dat met een aantal Californische banken wordt onderhandeld over het gebruik van de netwerkcomputer voor thuisbankieren.

Op het hoofdkantoor van Oracle in Redwood Shores (Californië) is de pc nog onmisbaar. “Ik kan alles doen op een netwerkcomputer”, zegt Ellison, maar op zijn kantoor maakt hij nog gebruik van een pc. “Hij gebruikt hem voor Excel (een rekenprogramma) en Powerpoint, (een programma waarmee presentaties kunnen worden samengesteld)”, zegt Jarvis.

Oracle maakt zelf geen netwerkcomputers, maar levert de daarvoor benodigde software. “We willen graag dat mensen de netwerkcomputer zien als een Oracle-terminal”, zegt financieel directeur Henley. “Maar Oracle doet niets in hardware.”

Volgens cijfers van Dataquest zal de netwerkcomputer voorlopig op beperkte schaal in het bedrijfsleven doordringen. Het Amerikaanse onderzoeksbureau schat dat er tegen het einde van deze eeuw omstreeks 2,5 miljoen van verkocht zullen worden. Dat aantal valt in het niet bij de 131 miljoen pc's die Dataquest voorspelt.

Terwijl de netwerkcomputer maar langzaam wordt geaccepteerd raakt het idee dat eraan ten grondslag ligt steeds meer ingeburgerd. Sterker, Ellison betoogt dat Microsoft al vier apparaten heeft aangekondigd die onder de noemer 'netwerkcomputer' gevangen kunnen worden. De Oracle-topman heeft meer dan eens gezien op welke manier Microsoft een nieuw concept omhelst: “Ze stelen ideeën in vier stadia”, zegt hij. “Eerst zeggen ze dat het belachelijk is, daarna erkennen ze dat er toch wel een paar aardige elementen in zitten. In de derde fase zegt Microsoft: 'ons idee is beter dan dat van hen' en tot slot beweren ze: it was our idea in the first place.”

De vier Microsoft-producten die Ellison 'netwerkcomputer' noemt staan bekend onder exotische woordcombinaties als NetPC, Windows CE, WebTV en Winterminal. De NetPC is een personal computer zonder floppydrive. Dit apparaat kan vanaf een centrale computer in een netwerk worden voorzien van programmatuur. Daardoor zijn met de NetPC kostenbesparingen mogelijk, die eveneens een belangrijk argument zijn voor de aanschaf van een netwerkcomputer. Windows CE, de tweede in het rijtje, is een vereenvoudigde versie van het besturingsprogramma Windows, toegesneden op draagbare apparaten met een klein beeldscherm. Philips is een van de bedrijven die dit besturingssysteem toepast. Dat gebeurt in de Vélo, een zakcomputer waarmee op Internet gesurft kan worden. WebTV is een kastje voorzien van software die mogelijk maakt via de televisie Internetpagina's te bekijken. De apparaatjes worden gemaakt door Philips en Sony. WebTV Networks, het bedrijf dat voor deze apparaatjes de software maakt, werd eerder dit jaar overgenomen door Microsoft. De Winterminal ten slotte is een apparaat dat sterk lijkt op de netwerkcomputer. Er is één verschil: de software voor de terminal en de centrale computer worden geleverd door Microsoft en niet door Oracle.

Ellisons etiquet 'netwerkcomputer' is niet op al deze apparaten even goed van toepassing. Het verschil tussen de NetPC en de gewone personal computer bijvoorbeeld is uiterst gering. Maar onmiskenbaar is dat een steeds bredere waaier van apparaten voortborduurt op het concept: een eenvoudig apparaat wordt door een sterke centrale computer voorzien van gegevens en rekenkracht. Zo'n apparaat hoeft niet per se een werknemer te verbinden met een intern bedrijfsnetwerk, het kan evengoed de consument een betaalbare aansluiting bieden op Internet.

Analist B. Stephen van onderzoeksbureau IDC verwacht dat zakelijke toepassingen van de netwerkcomputer de eerste drie jaar nog de boventoon zullen voeren. Maar eenvoudige en goedkope consumentenapparaten die via Internet een specifieke taak verrichten zullen steeds belangrijker worden. “Die markt staat nog in de kinderschoenen”, zegt Stephen.

Ellison van Oracle constateert dat de veranderingen in de informatietechnologie aan een groot deel van de bevolking voorbij zijn gegaan. “Hoe kunnen we een informatietijdperk hebben met een apparaat zo ingewikkeld als een computer”, vraagt hij zich af. “De penetratie in de Verenigde Staten is op 30 procent blijven steken. Niet meer dan twee procent van de bewoners van de planeet aarde heeft een pc.”

In navolging van WebTV Networks heeft ook Oracle zich op de consumentenmarkt gestort. Dochter Netwerk Computer Inc. (waarin het onlangs van Netscape overgenomen Navio is ondergebracht) brengt een apparaatje op de markt dat het mogelijk maakt via een televisietoestel plaatjes en tekst te bekijken op Internet. De eerste versie wordt geproduceerd door RCA, de consumentendivisie van het elektronicabedrijf Thomson. De WebTV van Microsoft en het concurrerende apparaat van Oracle zijn sceptisch ontvangen. Velen betwijfelen of het mogelijk is de televisiekijker, passieve consument bij uitstek, om te vormen tot een actieve gebruiker van een nieuw apparaat. Ook zijn vraagtekens geplaatst bij het ingewikkelde gebruik (surfen via een afstandsbediening bijvoorbeeld) van het apparaat en de beperkte mogelijkheden in vergelijking met een personal computer. De verkopen van het apparaat zijn tot nog toe mager, een van de redenen waarom het in Europa nog niet verkrijgbaar is.

Maar de vondst is nog jong. De problemen van Internetgebruik via de afstandsbediening kunnen (tegen extra kosten) worden verlicht met een draagbaar toetsenbordje dat op de televisie kan worden aangesloten (met of zonder draad). Verder is het in nieuwe versies onder meer mogelijk het televisievenster te reduceren tot een beperkt gedeelte van het scherm. “Als een vliegtuig is neergestort kun je het beeld omringen met informatie van de website van CNN”, oppert C. Tritschler van NCI als een van de gebruiksmogelijkheden.

Stephen van IDC wijst erop dat de hoeveelheid data die (via een telefoonlijn) naar bijvoorbeeld een WebTV verzonden kan worden nog onvoldoende is om de verwende televisiekijker te bevredigen. Volgend jaar willen de producenten echter hun apparaatjes geschikt maken voor aansluiting op de kabel, zodat daarin een aanzienlijke verbetering kan komen.

Stephen voorspelt dat surfen via een kastje op de televisie begin volgende eeuw het belangrijkste alternatief zal zijn voor Internetten met de pc (geschatte verkoop in 2001: 12 miljoen stuks). Hij erkent echter dat het moeilijk is hierover voorspellingen te doen en dat op langere termijn ook andere apparaten de Internetgebruiker voor zich kunnen winnen.

De lijst met alternatieven is lang. Zo levert onder meer Philips de WebPhone, een telefoon met een uitklapbaar schermpje waarmee onder meer e-mail kan verzonden worden. Stephen verwacht dat de verkopen van dit apparaat een vlucht kunnen nemen als telefoonmaatschappijen het gaan gebruiken ter bevordering van het Internetgebruik. “Die zouden de apparaten op grote schaal en beneden de kostprijs aan hun klanten kunnen gaan leveren”, zegt hij. In Nederland onderhandelt PTT Telecom met diverse leveranciers over apparatuur waarmee consumenten kunnen worden verleid tot deelname aan Het Net, een op Internettechnologie gebaseerde online-dienst die begin deze maand is gelanceerd. Een ander alternatief voor de personal computer zijn spelletjescomputers die de speler via Internet met een tegenstander laten strijden. IDC voorziet dat er hiervan in 2001 ruim negen miljoen over de toonbank kunnen gaan.

Het nieuwe speelveld beperkt zich niet tot aanverwanten van de computer, televisie of telefoon. Het Amerikaanse Hewlett-Packard bijvoorbeeld timmert aan de weg met printers die via Internet aangeleverd fotomateriaal kunnen printen of een elektronisch tekstbestand na versturing omzetten in een papieren brief.

Het is vooralsnog te vroeg om te voorspellen aan welk apparaat consumenten de voorkeur zullen geven om een aansluiting te realiseren op Internet. Duidelijk is wel dat telefoon, personal computer en televisie niet, zoals sommige 'trendwatchers' in de branche in het verleden hebben voorspeld, zullen samengaan in een apparaat dat alle consumenten bedient.

Ook Philips is daarvan overtuigd geraakt. “Er zal best een apparaat komen dat de telefoon, de televisie en de pc in zich verenigt”, zegt R. Savelsberg van Philips' Medialab in Palo Alto. “Maar niet alle consumenten zullen zo'n doos willen hebben. Er komen digitale oplossingen afhankelijk van de manier waarop mensen leven en de informatie waartoe ze toegang willen hebben.” Dat is een hele verandering voor een concern dat in het verleden met een apparaat als cd-i de massa wilde veroveren.