Claim dwangarbeiders afgewezen

BONN, 5 NOV. Een rechtbank in Bonn heeft vanmorgen de claim van 22 dwangarbeiders uit de Tweede Wereldoorlog niet gehonoreerd. De dwangarbeiders, die tussen 1943 en 1945 waren geïnterneerd in het concentratiekamp Auschwitz, eisten van de Duitse regering compensatie voor hun werk en een staatspensioen.

De 22 joodse dwangarbeiders werkten gedurende hun internering in een wapenfabriek van de firma Union in de buurt van Auschwitz. Ze werkten onder uiterst moeilijke omstandigheden 12 uur per dag en zes dagen in de week. Volgens rechter Heinz Sonnenberg zouden ze wel schadevergoeding kunnen krijgen voor hun lijden onder het nazi-bewind, maar niet voor dwangarbeid in het bijzonder. In één geval kende de rechter 15.000 mark schadevergoeding (plus rente) toe aan een Oost-Europese vrouw die in het verleden geen claim had kunnen indienen. Zij kreeg de vergoeding echter niet voor het werk dat ze moest doen, maar voor het feit dat haar gezondheid ernstig had geleden gedurende haar tijd in het concentratiekamp.

Het Constitutionele Hof in Karlsruhe oordeelde vorig jaar dat slachtoffers van dwangarbeid een rechtszaak konden beginnen om compensatie te krijgen, maar wees de eisers terug naar lagere rechtbanken. Rechter Sonnenberg zei bij de laatste zitting in september dat het probleem niet om een juridische, maar om een politieke oplossing vraagt. Dat herhaalde hij vanmorgen in zijn uitspraak. “Dit is een politieke zaak, waarvoor de wetgever nieuwe regels zou kunnen maken”, aldus Sonnenberg.

Baron Klaus von Münchhausen, woordvoerder van de slachtoffers, zei dat de groep in hoger beroep zal gaan tegen het vonnis. Volgens een advocaat van de slachtoffers probeert de regering de zaak zo veel mogelijk te vertragen, zodat het probleem op “natuurlijke” manier wordt opgelost. Sinds het proces in 1992 begon zijn al twee van de slachtoffers overleden.