BRAM APPEL (1921-1997); Kanonnier

ROTTERDAM, 5 NOV. De vrijdag op 76-jarige leeftijd in Geleen overleden voetballer Bram Appel was een ouderwetse midvoor. De vrij lange Appel was een ware stormram, die uitblonk in het 2-3-5 systeem dat in de jaren vijftig werd gespeeld. In de punt van de aanval wachtte de 12-voudig international op de kansen die vooral de binnen- en buitenspelers hem boden.

Appel stond ook bekend als een kanonnier. Hij kon bijzonder hard schieten: voor latere superschutters als de PSV'ers Coen Dillen en Willy van der Kuylen vormde hij het grote voorbeeld. Appel was een bewonderaar van Ronald Koeman, zo liet hij zich eens ontvallen, “Koeman schiet bijna net zo hard als ik”. De in Rotterdam geboren Appel kon de bal ook met zijn hoofd flink vaart meegeven. Aan het einde van de oorlog, in 1945, kopte hij bij ADO in Den Haag een keer de deklat doormidden.

De rechtsbenige Appel, technisch geen uitblinker, placht zijn krachtige lichaam te gebruiken om de bal vrij te maken. Hij debuteerde in het Nederlands elftal op 31 juli 1948 bij de Olympische Spelen van Londen tegen Groot-Brittannië. Appel scoorde twee keer.

In het begin van zijn loopbaan kwam Appel uit voor vier Haagse clubs, waaronder ADO. In 1942 pakten de Duitse bezetters hem op bij een razzia. Appel ging in Berlijn voor Hertha BSC spelen. Ook voetbalde hij voor de Nederlandse ploeg van dwangarbeiders. Na de oorlog werd Appel door de KNVB enige tijd geschorst, wegens zijn optreden op de Duitse velden.

Midvoor Appel trok later naar Frankrijk voor een profavontuur bij Stade Reims. In die periode was hij samen met Theo Timmermans initiatiefnemer van de beroemde 'watersnoodwedstrijd' (1953) in Parijs, tussen Frankrijk en een elftal van in het buitenland spelende Nederlandse profs. Voor 35.000 toeschouwers, onder wie 10.000 Nederlanders, maakte Appel de winnende goal (1-2).

In 1955, een jaar na de invoering van het betaald voetbal in ons land, keerde Appel naar Nederland terug om deel uit te maken van de vermaarde ploeg van Fortuna '54. Voor die club schoot hij in 107 wedstrijden 57 keer raak. Onvergetelijk was de bekerfinale tegen Feyenoord in 1957. Fortuna '54, met de internationals Van der Hart, Notermans, Carlier, doelman De Munck en Appel won met 4-2, na twee treffers van Appel in de slotfase.

Door zijn profstatus bij Stade Reims - hij speelde daar samen met de superster Raymond Kopa - kwam Appel jarenlang niet in aanmerking voor het nationale team, dat in die tijd nog bestond uit amateurs. Pas in 1955 speelde hij tegen België zijn tweede interland (2-2). Opnieuw maakte Appel twee doelpunten.

In 1960 werd Appel speler-trainer bij Lausanne. Later was hij trainer bij Volendam, PSV, Fortuna '54, Beringen en Eindhoven. Drie jaar geleden kwam Fortuna '54 bijeen voor een reünie na vijftig jaar. Appel was geestelijk (al lange tijd) zo slecht, dat hij het weerzien niet meer kon meemaken.