Bankroet dreigt voor de Londense Royal Opera

LONDEN, 5 NOV. De Londense Royal Opera stevent af op bankroet. Een aantal oproepkrachten is al maanden niet betaald. Als het gezelschap, waaraan Bernard Haitink als chef-dirigent en muzikaal directeur is verbonden, niet binnen een week financiële hulp krijgt en met een plan komt om de financiën op orde te brengen, lijkt sluiting onafwendbaar. Dat verklaarde de voorzitter van de Royal Opera, Lord Chaddington, gistermiddag tegen de cultuurcommissie van het Engelse Lagerhuis.

Volgens Lord Chaddington is er nog “een kleine kans“ dat een crisis kan worden vermeden. Hij hoopt op een donatie of lening waardoor de Royal Opera kan doorgaan met optreden in afwachting van een financiële reorganisatie.

Vier maanden geleden kon een dreigend faillissement nog op het nippertje worden voorkomen door een lening van twee miljoen pond, afkomstig van twee particulieren, die nu verklaren dat dit royale gebaar niet kan worden herhaald.

De Royal Opera is in de problemen gekomen door de combinatie van financieel wanbeleid en dalende subsidies. De renovatie van het Royal Opera House Covent Garden - kosten ruim 650 miljoen gulden - werkte als katalysator. De gebruikers van het gebouw - de Royal Opera en het Royal Ballet - moesten sinds juni voor hun voorstellingen tijdelijk uitwijken naar andere accommodaties. De terugloop van inkomsten als gevolg daarvan is veel dramatischer dan eerder werd voorzien.

Gerald Kaufman, de voorzitter van de Lagerhuiscommissie voor cultuurzaken, kwalificeerde het beleid van de opera al eerder als “janboel”, gefröbel van “een zichzelf in stand houdende oligarchie”. Lord Chaddington erkende gisteren dat er geen controle is op uitgaven. Hij wees met een beschuldigende vinger naar zijn voorgangers die hem hebben opgezadeld met “een miskelk vol giftige wijn.”

De Royal Opera heeft een tekort van 4,7 miljoen pond dat het komend halfjaar dreigt op te lopen tot 7,7 miljoen pond, ruim 25 miljoen gulden. Dat is de helft van de jaarlijkse subsidie. Het aandeel van subsidies in de inkomsten is sinds het seizoen 1984/85 gedaald van 54 tot 38 procent.

Om kosten te besparen wil Chris Smith, de cultuurminister van de nieuwe Labourregering, onderzoeken of het gerenoveerde Covent Garden ook plaats kan bieden aan het andere verliesgevende Londense operagezelschap, de English National Opera.

Het plan werd door Lord Sainsbury, de voormalige voorzitter van het bestuur van de Royal Opera, afgedaan als “een nationale vernedering”.

Sir Jeremy Isaacs, voormalig directeur-generaal van het gezelschap, noemde de voorstellen “catastrofaal en onwerkbaar.” “Met één pennestreek wordt Londens positie als toonaangevende kunststad onderuit gehaald.”

    • Dick Wittenberg