'Arts mag roker een behandeling niet onthouden'

Een bezorgde, maar ook strenge arts in Amersfoort ziet geen heil in het behandelen van patiënten die roken. Zij zijn bij hem niet welkom. Dat kwam hem meteen op protesten te staan, van rokers maar ook van collega's.

UTRECHT, 5 NOV. Het dilemma is zo oud als de geneeskunde zelf. Mag een arts een patiënt een behandeling weigeren als deze volhardt in een ongezonde levenswijze? Alleen in uitzonderlijke gevallen, zo luidt een opvatting in medische kring. De Amersfoortse arts C.T. van Bunningen wil die grens verruimen. Hij behoudt zich het recht voor patiënten die roken te weigeren, aldus Van Bunningen in een artikel in de Volkskrant. De Stichting Rokersbelangen heeft Van Bunningen vorige week om deze uitspraak voor het Medisch Tuchtcollege gedaagd.

Woordvoerder T. Wurtz van de Stichting Rokersbelangen, die zo'n 45.000 sympathisanten telt, spreekt van een 'verwerpelijke' opvatting. “Het is in strijd met de gedragsregels van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst. Wij ontkennen niet dat rokers een verhoogd gezondheidsrisico lopen, maar het gaat ons erom dat een arts bij de voordeur van zijn praktijk geen drempels mag opwerpen. Behandeling moet vooropstaan.”

Wurtz wil voorkomen dat rokers in het verdomhoekje terechtkomen. “Het maatschappelijk functioneren van de rokers komt door dit soort uitspraken in gevaar. Rokers worden tegenwoordig op allerlei plekken geweerd en dit is daar een voorbeeld van.”

Minister Borst (Volksgezondheid) stoort zich ook aan de uitspraak van de Amersfoorts arts. “Ik houd niet van roken, maar ik houd ook niet van artsen die rokers weigeren”, aldus de minister gisteren in reactie op het initiatief van de Stichting Rokersbelangen.

De secretaris van de KNMG, Th. Van Berkestijn, spreekt van een “antieke paternalistische” opstelling van de Amersfoortse arts die “absoluut niet aanvaardbaar” is. “Als iemand na een hartinfarct blijft roken, mag je niet zeggen: ik behandel u niet meer, probeer het maar bij een ander. Het gaat erom dat je een bepaald behandeldoel kunt bereiken. Als het zodanig fout gaat dat de arts de verantwoordelijkheid niet meer kan dragen, is er sprake van een vastgelopen relatie. Maar dat zijn individuele gevallen en het komt niet vaak voor.”

Van Berkestijn noemt als voorbeeld de levertransplantatie. Als een alcoholist na een transplantatie blijft drinken, is het denkbaar dat deze niet meer in aanmerking komt voor nog zo'n behandeling. Overweging daarbij zijn dat de schade direct aantoonbaar is, de behandeling duur is en organen schaars zijn.

Bij het Nederlands Kankerinstituut Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam is een 'rokersstop' geen punt van discussie, zegt internist S. Rodenhuis. Er zijn situaties dat roken een negatieve invloed heeft op de behandeling en in zo'n geval wordt er wel druk op de patiënt uitgeoefend om met roken te stoppen. “Maar we zullen nooit een behandeling aan een patiënt onthouden uit morele of disciplinaire overwegingen”, aldus Rodenhuis. Hij erkent dat het niet meevalt om paffende patiënten te blijven behandelen, maar “als je daar boos over wordt, ben je als arts niet professioneel bezig”.

De aanklacht bij het Medisch Tuchtcollege maakt overigens geen schijn van kans, zegt KNMG-secretaris Van Berkestijn. Het college behandelt alleen klachten van benadeelde patiënten en direct belanghebbenden, zoals familie of een werkgever. Belangenorganisaties komen niet in aanmerking voor een klachtenprocedure bij het college. Ook de inspectie voor de gezondheidszorg kan een klacht indienen, maar deze beraadt zich nog op de kwestie.

Overigens is de kans klein dat de Amersfoorts arts Van Bunningen rokende patiënten een behandeling weigert. Hij is werkzaam als abortus-arts in een Stimezo-kliniek en daar zijn ook rokers welkom, aldus Van Bunningen. Zijn principiële opstelling geldt zijn nevenactiviteit als 'adviserend arts'. Van Bunningen geeft als psychotherapeut advies aan mensen over behandelmogelijkheden “tussen het reguliere en alternatieve medische circuit. Het gaat om mensen die uit vrije wil bij mij komen en vaak klachten hebben over moeheid of futloosheid. Ik adviseer ze om te stoppen met roken en als ze dat niet doen, heeft het geen zin om op mijn spreekuur te komen.”