Zelfportret Rembrandt uit 1632 ontdekt bij particulier

AMSTERDAM, 4 NOV. Een geschilderd mansportret kan met zekerheid worden toegeschreven aan Rembrandt. Dat is vanmiddag bekendgemaakt. Het betreft een klein zelfportret uit 1632 op paneel dat zich sinds enkele jaren in een particuliere collectie bevindt.

Prof.dr. E. van de Wetering, werkleider van het Rembrandt Research Project, onthulde de vondst op een bijeenkomst in het Rijksmuseum in Amsterdam ter gelegenheid van de verschijning van zijn boek Rembrandt, The Painter at Work. In dat boek staat het portret met een uitvoerige beschrijving afgebeeld.

Het rechthoekige paneel van 21,8 cm hoog en 16,3 cm breed toont Rembrandt ten halven lijve, gekleed in een zwart, deftig kostuum. Een plooikraag vormt de overgang naar het gelaat: dat van de 23-jarige schilder, een wat weerloos kijkende jongeman. Een eveneens donkere hoed, waarop een kettinkje flonkert, dekt het hoofd met de bruine krullen.

Het werk is op de bruinokeren achtergrond gesigneerd met 'Rembrant' en gedateerd 1632. Dit was ongeveer een jaar nadat Rembrandt vanuit Leiden naar Amsterdam was gekomen en de uiterst vererende opdracht had gekregen voor het schilderij dat nu bekend staat als De anatomische les van Nicolaes Tulp. Het paneel vertoont sleetse plekken, maar de conditie is over het algemeen redelijk. Het schilderij is onlangs gerestaureerd.

De herkomst van het schilderijtje is terug te voeren op een zekere Vinot, die het in 1891 verkocht aan de tweede burggraaf van Hampdon. Het kwam in 1970 in Londen op de veiling en werd 'voor een habbekrats' gekocht door de Parijse kunsthandel J.O. Leegenhoek. Twee leden van het Rembrandt Research Project, Bob Haak, auteur van een uitvoerige monografie over Rembrandt uit 1968, en Van de Wetering zelf, bestudeerden het in daar in 1977. Het schilderij was nooit eerder afgebeeld, men kende alleen een foto van een gebrekkige kopie. Het schilderij verkeerde toen niet in optimale staat; restauraties hadden het nogal gehavend.

Pagina 11: Portret Rembrandt herkend dankzij nieuwe technieken

Aan de beschaduwde rechteroogpartij had de schilder met weinig succes verbeteringen aangebracht en de gehandschoende hand was sterk beschadigd. Haak meende dat het geen Rembrandt was, Van de Wetering sloot, naar eigen zeggen, eigenhandigheid niet uit.

Maar waarom destijds afgewezen en nu erkend als een eigenhandig portret? Van de Wetering legt uit dat dit alles te maken heeft met een andere manier van benaderen van schilderijen. Enkele decennia geleden zat men nog sterk vast aan stilistische criteria. Elke kenner had zijn eigen 'Rembrandtbeeld'. “Zo'n beeld is min of meer afgerond. Daar passen geen ongewone dingen in. Het kost moeite om iets nieuws een plaats in je eigen canon te geven. Het is heel normaal dat juist de insider niet gelooft, dat iets buitenissigs toch van een bepaalde meester kan stammen. En er bestond een zeker wantrouwen tegen 'nieuwe Rembrandts'.” Het werk werd dan ook niet opgenomen in het standaardwerk A Corpus of Rembrandt Paintings.

Het innovatieve van het Rembrandt Research Project was niet alleen dat elk te beschrijven schilderij door minstens twee leden uitvoerig bestudeerd moest worden, maar ook dat nieuwe natuurwetenschappelijke technieken werden toegepast. Daartoe behoren de dendrochronologie, röntgenonderzoek, infraroodreflectografie en analyse van verfmonsters. Hierin ligt ook de verklaring voor de definitieve toeschrijving van dit zelfportret aan Rembrandt.

Weliswaar werden in 1970 de jaarringen van het paneeltje gemeten, maar veel kwam daar niet uit. Tot drie jaar geleden de Hamburgse dendrochronoloog Peter Klein ontdekte dat het paneel van dezelfde boom afkomstig was als het paneel waarop Rembrandt in 1632 het portret van Maurits Huygens had geschilderd. Van de Wetering: “Dat betekent dat het voor 99 procent zeker is dat ook dit paneel uit het atelier van Rembrandt komt.” Maar het kon natuurlijk een kopie van een leerling zijn. Met behulp van röntgenfoto's kon echter worden vastgesteld dat de schilder repentirs had aangebracht op de contouren van het lichaam en bij de hoed. Hij had zichzelf dus verbeterd. Dat pleit ervoor dat het 'een principael' is, een origineel. Een kopiist zou zoiets niet hebben gedaan.

En dan is er nog een argument: de signatuur. Die was, zo wezen röntgenfoto's duidelijk uit, in de nog natte verf aangebracht, dus direct na het ontstaan van het schilderij. De signatuur werd onderzocht door handschriftkundigen van het Gerechtelijk Laboratorium te Rijswijk en als authentiek erkend. “Bovendien”, zegt Van de Wetering, “is er iets bijzonders mee aan de hand. Tijdens ons onderzoek zijn vele signaturen van Rembrandt vastgelegd en het is opvallend dat hij tot 1632 signeerde met 'RHL' (Rembrandt Harmenszoon Leidensis) 'van Rijn', en later met 'Rembrandt', maar daar tussenin blijkt hij een korte periode gesigneerd te hebben met 'Rembrant', alleen met een 't'. Dat deed hij tussen eind 1632 en begin 1633.” Dat valt precies in de periode dat Rembrandt zichzelf portretteerde in een modieus kostuum, zowel in schilderij als in ets. Daarvoor en daarna schilderde hij zichzelf in historiserende kostuums of in werkkleding.

Alles bij elkaar heeft dus niet een stilistische afweging de doorslag gegeven, maar een aantal 'circumstantial evidences' van uiteenlopende aard, die dertig jaar geleden nog niet mogelijk waren. Zij convergeren alle, aldus Van de Wetering, tot de conclusie dat het een eigenhandig zelfportret betreft, dat tot stand is gekomen in het najaar of in de winter van 1632.

Over de functie van dergelijke zelfportretten is weinig zeker. Van de Wetering gelooft niet dat ze dienden voor 'zelfonderzoek', voor een speurtocht 'naar het wezen van de eigen ziel'. Dat is een anachronistische gedachte. Eerder denkt hij dat er liefhebbers waren, kunstkenners, die portretten verzamelden van beroemde geleerden, staatslieden en kunstenaars. En Rembrandt was al zo'n beroemdheid - hij kreeg grote opdrachten in Amsterdam en van het stadhouderlijk hof - dat er kenners geweest moeten zijn die zijn portret wilden hebben.

De vraag is natuurlijk of de wereld nog meer van dit soort verrassingen te wachten staat. Het antwoord is 'ja'. Van de Wetering kent nog een aantal 'gevallen' die in zijn hoofd spelen. Bovendien duiken er af en toe schilderijen op die lang geleden als Rembrandt te boek stonden, maar al decennia verdwenen zijn en alleen bekend zijn uit schimmige foto's. Zo is kort geleden nog een ander portret van Rembrandt opgedoken. Een ovaal paneel met de voorstelling van een heer, gesigneerd en gedateerd 1633. Het zal in oktober 1998 worden geveild bij Sotheby's in New York. Dit schilderij was lang uit het zicht verdwenen, was wel bekend van een foto, maar kon pas onlangs worden bestudeerd door leden van het Rembrandt Research Project. Het had volgens Van de Wetering zo'n veertig tot vijftig jaar in de gang gehangen bij een dame in Texas. Van 7 tot en met 10 november is het te zien in de Amsterdamse vestiging van Sotheby's (Rokin 102). Het 'nieuwe' zelfportret, waarvan de huidige particuliere eigenaar onbekend wenst te blijven, is vanaf morgen tot 10 november te bezichtigen in het Rijksmuseum.