Wijers weigert strikte criteria overheidssteun

DEN HAAG, 4 NOV. Minister Wijers (Economische Zaken) wil geen strikte criteria voor het verstrekken van staatssteun aan ondernemingen die in financiële moeilijkheden verkeren. Dergelijke gedetailleerde richtlijnen kunnen volgens hem een beroep van bedrijven op overheidssteun aanmoedigen.

Dit schrijft Wijers in een gisteren verzonden brief aan de Tweede Kamer over 'Ondernemingen in moeilijkheden'. Daarin gaat hij onder meer in op de ervaringen die hij opdeed met de overheidssteun aan truckfabrikant DAF (gered) en vliegtuigproducent Fokker (failliet). De Algemene Rekenkamer had er in een deze zomer in de Kamer besproken rapport op aangedrongen wèl richtlijnen op te stellen voor staatssteun.

Wijers voelt er echter niets voor tegemoet te komen aan deze “wens van de Rekenkamer”. Volgens hem kan een strikte regeling “averechts (...) uitwerken: hoe gedetailleerder de voorwaarden omschreven worden, hoe groter de kans dat daarmee een beroep op de overheid wordt uitgelokt”. Ook kunnen dergelijke criteria “misplaatste verwachtingen” wekken bij ondernemingen in de trant van “mijn situatie past binnen de gestelde criteria (of erger nog, ik kan de situatie zo plooien dat zij past op de criteria”.

Wijers geeft wel enkele globale richtlijnen voor de staatssteun die hoe dan ook alleen in uitzonderlijke gevallen wordt verstrekt. Zo komt alleen een onderneming met een grote betekenis voor de Nederlandse economie in aanmerking, en dan bij voorkeur een innovatief bedrijf. Er moet uitzicht zijn dat de rentabiliteit binnen afzienbare tijd herstelt.

De overheidsbijdrage wordt slechts eenmalig verstrekt en dan nog alleen wanneer ook private financiers (banken, participatiemaatschappijen) bijspringen. In alle gevallen geldt dat bedrijven moeten voldoen aan de normen, maar dat dit op zichzelf onvoldoende is om in aanmerking te komen voor overheidssteun.

De bemoeienissen van de overheid met DAF en Fokker hebben Wijers de indruk gegeven dat de faillissementspraktijk op dit moment weinig mogelijkheden biedt om de ondernemingen in surseance of faillissement alsnog voort te zetten. Wijers overweegt dan ook een onderzoek in te stellen naar onder meer de beperkte duur van de surseance in vergelijking met bijvoorbeeld de Verenigde Staten, waar ondernemingen onder de chapter eleven-wet vaak jaren kunnen blijven voortbestaan.

Deze zomer botste Wijers hard met de Rekenkamer over een in zijn ogen “suggestief” rapport met een vernietigend oordeel over vijf industriële steunrelaties (NedCar, DAF en drie keer Fokker) in de periode 1987-'94. De overheid had zich niet gehouden aan de richtlijnen die de Kamer had opgesteld om herhaling van het RSV-debacle - begin jaren tachtig probeerde de overheid met miljarden guldens aan staatssteun tevergeefs het scheepsbouwconcern overeind te houden - te voorkomen.