Studiebeurzen van ouders met voor elk wat wils

Hoofdlijnen uit het advies van de Commissie-Hermans over de studiefinanciering:

De studiefinanciering wordt in het voorstel beperkt tot studenten op hogescholen en universiteiten. Studiebeurzen voor scholieren op het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) worden afgeschaft. Nu krijgen MBO-scholieren nog vier jaar basisbeurs. De commissie wil de ouders van deze scholieren voortaan kinderbijslag geven tot hun kind 21 jaar oud is, zoals nu ook gebeurt bij kinderen op middelbare scholen. Uit de kinderbijslag hoeven ze alleen levensonderhoud en boeken te betalen.

Ouders van studenten op een hogeschool of universiteit hebben de plicht maandelijks 542 gulden bij te dragen aan de studiekosten van hun kind, tot diens 21ste. Studenten kunnen die bijdrage desnoods laten vorderen door de overheid. Ouders met een minimuminkomen hebben die verplichting niet, hun kinderen maken aanspraak op een aanvullende beurs. Nu is er nog geen verplichting voor ouders bij te dragen aan de studie van hun kinderen. Wel gaat minister Ritzen er vanuit dat draagkrachtige ouders dat doen.

Na hun 21ste kunnen studenten geen geld meer van hun ouders eisen. Ze moeten dan een baantje zoeken of geld lenen van de overheid. Voor studenten met ouders die weinig verdienen, vervalt na hun 21e de aanvullende beurs. Nu geldt die leeftijdsgrens niet. Studenten krijgen een aanvullende beurs zolang ze recht hebben op studiefinanciering.

Van de overheid krijgen studenten op hogescholen en universiteiten voor een vierjarige studie vier jaar lang elke maand 425 gulden ter beschikking, mits zij voldoen aan een nog vast te stellen prestatienorm. De student kan dit bedrag over tien jaar uitsmeren. Met de opleiding kan deze student afspreken in ruil voor welk tempo hij welk beursbedrag ontvangt en wanneer hij de studie onderbreekt om bijvoorbeeld te werken of te reizen. Wie niet kan voldoen aan die eisen, moet het bedrag in termijnen terugbetalen. Nu hebben studenten in het hoger onderwijs nog recht op een uniforme vierjarige 'prestatiebeurs' ter waarde van 425 gulden per maand. Studenten met weinig draagkrachtige ouders krijgen een aanvullende beurs van maximaal 395 gulden per maand. Beide beurzen worden omgezet in een gift als ze hun studie binnen zes jaar afmaken.

Lenen wordt aantrekkelijker: afgestudeerden betalen een percentage van hun inkomen aan aflossing en mogen langer dan nu over de terugbetaling doen. Als ze vijf jaar na het afstuderen nog geen redelijk inkomen hebben, moet hun schuld worden kwijtgescholden. Nu moet een student na die vijf jaar het bedrag alsnog terugbetalen als hij later veel is gaan verdienen.

De huidige leeftijdsgrens voor studiefinanciering van 27 jaar vervalt. Iedereen die vóór zijn 25ste begint aan een studie op hogeschool of universiteit maakt aanspraak op een studiebeurs.

Het lesgeld op middelbare scholen en in het middelbaar beroepsonderwijs wordt afgeschaft. De commissie schrijft dat al het onderwijs dat leidt tot het begin van het hoger onderwijs gratis moet zijn voor de leerling. Nu wordt er nog lesgeld van 1.507 gulden per jaar geheven zodra scholieren 16 jaar oud zijn. Minder draagkrachtige ouders maken nu aanspraak op een tegemoetkoming van minister Ritzen.

De overheid moet eenmalig een bedrag van 3 miljard bijdragen dat nodig is om de overgang op het nieuwe stelsel mogelijk te maken.