Sporen in de woestijn

Wadi Halfa is geen plaats om lang te blijven. Wat verspreid liggende huizen, een verzengende hitte en veel stof: dat is wat het te bieden heeft. Het stadje ligt op enkele kilometers afstand van het oude Halfa dat in de jaren zestig in het Nasser-stuwmeer is verdwenen. Dit stukje middle of nowhere op de grens tussen Egypte en Soedan is het overstappunt tussen de veerboot over het Nassermeer naar Egypte en de trein, de Nile Valley Express, door de Nubische woestijn naar Khartoum.

Om vijf uur 's middags kondigt de bomvolle Nile Valley Express luid fluitend zijn vertrek aan. Ik zit met een derdeklas kaartje opgepropt in het portaal van de tweedeklas. Opeens komen er nog honderden Soedanezen aanrennen die ook mee moeten. De meesten klimmen op het dak van de trein. Lekker in de wind, maar ook in de gloeiende zon. Het is niet ongevaarlijk: hoewel de trein de naam Express niet helemaal waardig is, ontwikkelt hij soms snelheden van zestig à zeventig kilometer per uur. Af en toe schijnen er mensen van het dak te vallen.

De spoorlijn door de Nubische woestijn stamt uit 1898. Deze lijn, die een grote bocht van de Nijl afsnijdt, is aangelegd op initiatief van generaal Kitchener. Opstandige Mahdisten hadden in 1885 generaal Gordon in Khartoum een kopje kleiner gemaakt. Generaal Kitchener kreeg opdracht om de orde te herstellen. Hij besloot tot aanleg van de spoorlijn dwars door de Nubische woestijn. Binnen een jaar was de lijn tussen Wadi Halfa en Abu Hamad, aan de zuidrand van de woestijn, operationeel. Het plan was een gok. Niemand wist of er in de woestijn water gevonden zou worden. Zonder water zou de aanleg, maar ook het operationeel houden van de lijn onmogelijk zijn. Op twee plaatsen vond men water. Ze kregen de naam station 4 en 6. Langs het driehonderd kilometer lange traject werden in totaal tien stations - de nummers één tot en met tien - aangelegd. Via deze spoorverbinding begonnen de Engels-Egyptische troepen van Kitchener hun mars naar Khartoum. Het leidde in oktober 1898 uiteindelijk tot de beslissende slag om Omdurman (bij Khartoum), waar de Mahdisten werden verslagen.

Een uur later heeft de nacht alles plotseling in duisternis gehuld. In het donker boemelt de trein verder. Een hete föhn van fijn zand blaast overal doorheen. Alles komt onder een dunne laag stof te zitten. Na een uur of drie bereiken we station no. 6; op de Michelin-kaart nog steeds aangeduid als plek met betrouwbaar drinkwater. Het stationnetje heeft de grootte van een transformatorhuisje. Ernaast staan wat tanks met water. Het station komt voor in het boek The camel's back van de Engelse diplomaat Reginald Davies. Hij vermeldt de telegrafische correspondentie die, volgens de archieven van de Soedanese Spoorwegen, ooit tussen dit station en het hoofdkwartier in Atbara plaatsvond (destijds was elk station in de Nubische woestijn bemand met een stationswachter en een telegrafist):

- Telex van station no. 6 aan hoofdkwartier Atbara: 'Betreur te rapporteren dat stationswachter afgelopen nacht is overleden stop kan ik hem begraven?'

- Telex van hoofdkwartier aan station no. 6: 'Als het zeker is dat stationswachter dood is kunt u hem begraven.'

- Telex van station no. 6 aan hoofdkwartier Atbara: 'Heb stationswachter met metalen plaat op het hoofd geslagen stop hij zei niets dus heb ik hem begraven.'

Om drie uur 's nachts hebben we de Nubische woestijn doorkruist en de bocht van de Nijl afgesneden. We komen aan in Abu Hamad, gelegen aan de oevers van de Nijl. Het is er aardedonker, geen elektriciteit. Als ik de trein uitstap, zie ik vlak bij het station een sprookjesachtig verschijnsel: een marktje waarvan de standjes met olielampjes zijn verlicht. Ik hurk neer voor wat thee gekruid met cardammum. Bij een ander stalletje koop ik enorme grapefruits, uitstekend tegen de dorst. Als de contouren van Abu Hamad allang uit het donker zijn verrezen, fluit de Nile Valley Express: de reis gaat verder. Vanaf nu tot Khartoum is de Nijl als een groen lint aan de rechterkant zichtbaar.

    • Peter Conradi