Schmitz 'kan 't nooit goed doen'

Staatssecretaris Schmitz (Justitie) verantwoordt zich vandaag in Kamer opnieuw over het door haar gevoerde vreemdelingenbeleid. Maar de beheerder van de 'hoofdpijnportefeuille' piekert niet over een volgende termijn.

DEN HAAG, 4 NOV. Enkele weken geleden sprak staatssecretaris Schmitz harde woorden tegen zo'n honderd tegenstanders van haar beleid in Rotterdam. Ze nam haar bril af, leunde voorover en keek met felle blik in de richting van haar toehoorders. “Niemand heeft het alleenrecht op menselijkheid. Ook u niet!”

De uitspraak schetst het dilemma van de staatssecretaris van Justitie, of beter gezegd de minister van vreemdelingenzaken. Schmitz wil een humaan asielbeleid voeren. Onder het motto 'het is een rotklus, maar iemand moet 't doen' aanvaardde ze in 1994 ook het ambt. Die iemand kon maar beter een persoon met oog voor humaan beleid zijn, zegt men in kerkelijke kringen over de opmerkelijke keuze van Schmitz, voormalig secretaris van Pax Christi.

Het CDA denkt inmiddels het zijne van de geroemde betrokkenheid van Schmitz. Het Tweede-Kamerlid Verhagen: “Ik waardeer haar persoonlijke betrokkenheid bij haar portefeuille, maar heb problemen met haar besluiteloosheid. Schmitz durft geen knopen door te hakken.”

Haar voorganger Kosto (ook PvdA) staat bekend als een man van de harde lijn. Schmitz wilde zo geen faam verwerven. Kondigde zij in 1986, als burgemeester van Haarlem, immers niet juridische stappen aan tegen het plan van de toenmalige staatssecretaris Korte-van Hemel om het toelatingsbeleid te verscherpen? Desondanks wordt Schmitz ruim tien jaar later geconfronteerd met een groeiende weerstand tegen haar asielbeleid - zoals begin vorige maand in Rotterdam.

De uitzetting van Iraanse asielzoekers is het laatste voorbeeld. In 1995 besloot staatsecretaris Schmitz dat Iran niet langer onveilig was. Asielzoekers, wier aanvraag door justitie en rechter was afgewezen, konden worden teruggestuurd naar Teheran - op homofielen, deserteurs en christelijke bekeerlingen na. De Iraanse gemeenschap en sympathisanten uitten scherpe kritiek, de Tweede Kamer roerde zich ook. Het leidde tot een politiek compromis: de Iraniërs moesten terug, maar werden in Iran wel in de gaten gehouden door leden van de Nederlandse ambassade, de zogenoemde monitoring.

Afgelopen donderdag moest staatssecretaris Schmitz erkennen dat die monitoring al vanaf december vorig jaar is gestaakt onder druk van de Iraanse autoriteiten. Ook moest ze erkennen daarvan niet op de hoogte te zijn geweest. Ambtenaren van haar eigen Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) hadden verzuimd haar te informeren. Bewust of onbewust - dat is nog steeds niet duidelijk. Buitenlandse Zaken, verantwoordelijk voor de ambassades, had de Kamer evenmin op de hoogte gesteld.

“Ik bied mijn excuses aan. Het was een opeenstapeling van miscommunicatie tussen Justitie en de IND en Justitie en Buitenlandse Zaken”, aldus Schmitz. Had ze daar inmiddels iets aan gedaan, vroeg de Tweede Kamer. “Waar dacht u dat ik de afgelopen week mee bezig ben geweest”, riposteerde ze.

Toch liep de communicatie tussen beide departementen al eerder fout. Bij de invoering van een controlesysteem op Schiphol via de zogenoemde Schengenpasjes. Het Tweede-Kamerlid Verhagen (CDA) wijst erop dat Schmitz toen ook al haar excuses aanbood, omdat ze de Kamer niet tijdig had ingelicht.

Schmitz raakt niet voor de eerste keer in de problemen. Twee maanden geleden zorgde een illegale kleermaker uit Amsterdam voor commotie. Z. Gümüs kon niet aantonen meer dan zes jaar 'wit' in Nederland te hebben gewerkt, dus premies en belastingen te hebben afgedragen. Schmitz liet blijken Gümüs wel in Nederland te willen houden, maar ze zag zich gebonden aan de zes-jarenregeling.

Die regeling, door de staatssecretaris zelf van harte voorgestaan, kostte haar ooit bijna de kop. Op 30 december 1994 stuurde ze de Tweede Kamer een circulaire. Daarin schreef ze illegalen, die konden aantonen langer dan zes jaar wit te hebben gewerkt, per 1 januari een verblijfsvergunning te geven. De Kamerleden, op dat moment met kerstvakantie, waren woest over het feit dat ze niet waren ingelicht.

Kamerlid Verhagen noemde het “uitermate verbazingwekkend” dat Schmitz “een dergelijk besluit heeft genomen zonder te hebben overlegd met de Kamer”. Ook de regeringsfracties VVD en D66 uitten grote bezwaren. Het liep uiteindelijk met een sisser af. De Kamer deed het optreden van de staatssecretaris - toen pas een half jaar 'in dienst' - af als naïef.

Daarna zou een hoop trammelant volgen. In 1994, het jaar dat Schmitz aantrad, ontving Nederland de meeste asielaanvragen ooit: bijna 52.000. De IND kon het aantal aanvragen niet aan. De rechterlijke macht raakte overbelast. De zogenoemde kwartaalplannen, waarin Schmitz over de voortgang berichtte, bereikten de Kamer niet altijd op het afgesproken tijdstip. De terugkeer van het hoger beroep voor vluchtelingen liet op zich wachten - tot op de dag van vandaag is dat niet geregeld. En ook de wachttijden liepen hoog op.

Schmitz besloot al snel de IND aan te pakken. Een reorganisatie volgde, honderden uitzendkrachten kwamen en directeur Nawijn, die teveel zijn eigen koers voer, vertrok. Vorig najaar meldde Schmitz dat de wachttijd in de asielzoekerscentra was bekort tot gemiddeld 6,8 maanden.

De rust was van korte duur. De uitzetting van uitgeprocedeerde asielzoekers leverde problemen op. De asielzoekers werkten zelf niet mee, of hun landen van herkomst werkten niet mee. Schmitz besloot degene die weigerde mee te werken op straat te zetten. “Op een gegeven moment houdt de opvang op”, zei ze daarover. De Raad van Kerken was het daarmee oneens. Samen met de interkerkelijke stichting Inlia richtte ze een tentenkamp voor uitgeprocedeerde asielzoekers op in de Drentse bossen.

Zo kwam Schmitz tegenover haar geloofsgenoten en voormalige collega's te staan.

Schmitz beheert de 'hoofdpijnportefeuille' - een naam die werd bedacht door haar voorganger Kosto. “Ze kan het het nooit goed doen”, verzucht haar woordvoerder. De laatste maanden geeft Schmitz ook zelf aan dat vier jaar 'hoofdpijn' haar niet in de koude kleren is gaan zitten. Afgelopen zomer, ten tijde van de kwestie-Gümüs, was ze opgehouden kranten te kopen. Op de bijeenkomst in Rotterdam zei ze: “Je kunt dit werk helaas niet alleen met je hart doen”. Nee, de staatssecretaris wil in een volgende kabinet niet meer de hoofdpijnportefeuille beheren.

    • Yaël Vinckx