Schadeclaims vergen veel uithoudingsvermogen

ROTTERDAM, 4 NOV. Het verhalen van de schade die vervoerders lijden door de Franse wegblokkades vergt veel uithoudingsvermogen. De eerste schadeclaims van zeven Nederlandse vrachtwagenchauffeurs tegen de Franse overheid naar aanleiding van de blokkades van vorig jaar november zijn pas deze week ingediend.

De Franse overheid heeft vorig jaar vijf schadeclaims aan Engelse vervoerders toegekend in een soort spoedprocedure. Maar sindsdien stelt de Franse overheid zich terughoudend op. De regels moeten strikt worden opgevolgd. De nieuwe claims zijn door een Brits advocatenkantoor ingediend bij de Franse prefecturen, vertegenwoordigers van de rijksoverheid op lokaal niveau. Zij zijn verantwoordelijk voor de wegen waar de vrachtauto's hebben vastgestaan. Het Franse recht bepaalt dat de schade verhaald moet worden op de plek waar de schade is geleden.

“We zijn begonnen met de eerste twintig proefzaken, waarvan zeven voor Nederlandse vrachtauto's”, zegt juriste Alexandra Domenge van het Britse advocatenkantoor Ford & Warren. Het kantoor werkt op basis van no cure no pay voor 207 Nederlandse vrachtwagens en daarnaast voor enige tientallen Ierse, Britse en Spaanse vervoerders. Het totaal van alle 350 claims bedraagt ongeveer 1,1 miljoen gulden.

In totaal hebben enige honderden Nederlandse bedrijven vorig jaar schade geleden die wordt geraamd op meer dan 60 miljoen gulden. Maar de meeste vervoerders hebben besloten om geen tijd te besteden aan het verzamelen van bewijsmateriaal, zegt een woordvoerder van Transport en Logistiek Nederland.

Het gaat bij de nu ingediende claims om twee soorten schade: verlies aan inkomsten en verlies van lading, bijvoorbeeld een partij vis die is bedorven. Als de wegblokkade onverwachts komt, dekt de verzekering de schade. Maar als de acties aangekondigd waren, draaien de vervoerder en de verlader zelf voor de schade op, afhankelijk van hun onderlinge afspraken. Vervoerders stellen de schade voor een stilstaande vrachtwagen op zo'n duizend gulden per dag.

Het Britse advocatenkantoor heeft in februari vervoerders uit verschillende landen benaderd om hen te vertegenwoordigen. “We hebben daarbij zoveel mogelijk geprobeerd de claims te harmoniseren. Om te bewijzen dat de vrachtauto op een bepaalde weg echt stil heeft gestaan, moet er zoveel mogelijk bewijsmateriaal zijn: de vrachtbrief, de tachograaf, rekeningen, verklaringen van de chauffeur en liefst ook brieven van de Franse politie of een burgemeester.” De prefecturen hebben vier maanden de tijd om te antwoorden. Als de claim niet erkend wordt, kan een juridische procedure in gang worden gezet bij de administratieve rechtbank.

Mevrouw Domenge heeft een (ook in het Nederlands vertaald) chauffeurshandboek samengesteld. Chauffeurs moeten bijvoorbeeld de tachograaf de hele blokkade in werking houden en laten tekenen door de aanwezige Franse politie. Ze moeten een officiële klacht indienen bij de politie en het gemeentehuis. Ze kunnen de vakbond vragen om een verklaring. Ze dienen een dagboek bij te houden en foto's te nemen van de situatie.