Rechter moet van het bestuur afblijven

Kritiek op rechters staat in Nederland gelijk aan vloeken in de kerk. Toch vraagt Herman Wigbold zich af of de rechterlijke macht niet wat terughoudender zou moeten zijn in het corrigeren van overheidsbeslissingen.

Kortgeleden heeft de rechter bepaald dat Nederland het besluit van de EU om de rijst-import uit de Antillen te beperken niet mag uitvoeren. De EU wilde aanvankelijk nog verder gaan, maar door lang onderhandelen slaagde de regering erin de beperking toch iets te beperken. Niettemin veegde de rechter het compromis met één klap van de tafel.

Het is een nieuw voorbeeld van wat oud-commissaris van de koningin H. Lammers een jaar geleden in deze krant noemde 'de toenemende juridificering van het bestuur': “Rechters deinzen nergens voor terug. Langzaam maar zeker zie je de rechterlijke macht terecht komen op de stoel van bestuurders.” Lammers werd in hetzelfde interview bijgevallen door H. Vonhoff: “Het is de rechter die zich nu op basis van vermaatschappelijking van de rechtspraak waagt op het terrein waar in feite het wezenlijke primaat van de politiek zou moeten gelden.”

Lammers en Vonhoff zijn of waren bestuurders. Op grond daarvan moeten hun woorden met enige scepsis gewogen worden. Ook zij zullen moeten erkennen dat de rechter een taak heeft bij het verhinderen van machtsmisbruik door de overheid zowel ten opzichte van personen als maatschappelijke groepen. Als de oud-commissaris Brinkman meent dat hij op ondeugdelijke gronden en op onheuse wijze is ontslagen, moet een gang naar de rechter mogelijk zijn. En als de overheid van plan is infra-structurele werken uit te voeren, dient de rechter erop toe te zien dat de wettelijke voorschriften in acht worden genomen.

Hem komt echter geen oordeel toe over de inhoud van de beslissingen. Of Schiphol wel of niet moet worden uitgebreid, of de Betuwe-lijn wel of niet moet worden aangelegd, en of een compromis over rijst-import wel of niet redelijk is bepaalt hij niet. Dat oordeel komt de politiek toe. Het is zelfs de vraag of de rechter zich moet bemoeien met de vraag of het redelijk is dat het kabinet besluit de aan Schiphol opgelegde normen tot januari in de ijskast te zetten. Moet hij dat oordeel niet aan de Tweede Kamer overlaten?

De laatste tijd vertoont de Nederlandse rechter een hinderlijke neiging zijn taak en bevoegdheden te overschrijden. Het meest bizarre voorbeeld was het geschil bij de voetbalclub AZ. Trainer Van Hanegem had daar vier voetballers buiten het eerste elftal gezet en weigerde hen ook bij de training van het eerste elftal toe te laten. Ik kan niet beoordelen of hij daarin gelijk had - hoewel de successen van AZ dat wel doen vermoeden. Maar is het een vooruitgang als de rechter via het opleggen van een dwangsom bepaalt dat de voetballers wel bij de training moeten worden toegelaten? Is hij daarvoor beter gekwalificeerd dan de trainer of de technische leiding?

Hoort het tot de taak van de rechter te bepalen, in een bodemprocedure aangespannen door de vereniging en de specialisten van migraine-patiënten, dat Imigran-tabletten en Imigran-injecties door het ziekenfonds volledig moeten worden vergoed? De desbetreffende commissie van geneesheren had beslist dat Imigran niet beter is dan de oude en veel goedkopere anti-migraine-tabletten zodat de gebruiker het verschil moet betalen. Had de rechter nooit gehoord dat op geneeskundig terrein lobby's bestaan tussen specialisten en patiënten (op bijvoorbeeld het gebied van hartziekten en aids) die de kosten van de gezondheidszorg steeds verder opvoeren? Is het dan de taak van de rechter te bepalen welke middelen wel of niet voor vergoeding in aanmerking komen?

Moet de rechter uitmaken of een schilderij van de Amsterdamse kunstschilder Ronald Ophuis in de Bergkerk in Deventer moet worden opgehangen? Natuurlijk dient hij te beslissen of het schilderij in strijd is met artikel 240 van het Wetboek van Strafrecht, zoals het OM meende, ook al is zijn oordeel even subjectief als dat van iedere willekeurige Nederlander. Maar hij had, na de vaststelling dat het daarmee niet in strijd was, toch kunnen uitspreken dat de beslissing of het schilderij wel of niet terug moest naar de Bergkerk, een zaak is van de museumdirectie.

En zijn we op de goede weg als een rechter in Amsterdam uitmaakt dat een bijstandsmoeder - volgens de sociale dienst een brokkenpiloot - recht heeft op een bijstandsuitkering om daarmee een huurschuld te betalen? Zeker, de gemeente had daaraan een bijdrage geleverd door te bepalen dat mensen met bijstand en huurschulden niet uit hun huis gezet mogen worden. Maar doet de rechter met deze uitspraak dan geen onrecht aan al die bijstandstrekkers die proberen met veel moeite de eindjes aan elkaar te knopen? Wordt de overheid het zo niet onmogelijk gemaakt een beleid te voeren?

De uiterste consequentie van deze recente uitspraak is nu dat de gemeente failliet gaat als alle bijstandstrekkers het voorbeeld van de vrouw gaan volgen.

Natuurlijk is de uitspraak in de Antillen-zaak belangrijker. De rechter bepaalt in feite hoe de regering zich in internationale onderhandelingen moet gedragen, los van de vraag of een gunstiger resultaat mogelijk is. Bovendien hield de uitspraak nauwelijks rekening met de premisse dat internationale verdragen boven nationale overeenkomsten (en dat is het Koninkrijksverdrag) uitgaan.

Maar hoe komt het dat de rechter soms onvoldoende oog heeft voor het beginsel van de scheiding der machten? De meest voor de hand liggende verklaring is dat er een hele generatie juristen is opgevoed met het 'emancipatoire strafrecht', een idee dat in Nederland als progressief wordt beschouwd (in Amerika wordt het afgedaan als hopeloos conservatief). De kern daarvan is dat het strafrecht niet bestaat om de criminaliteit te bestrijden maar om de burger te beschermen tegen de almacht van de staat. De bescherming van de burger speelt in bovenvermelde zaken een rol.

Het arrest van de Hoge Raad in de Volkelzaak is daarmee slechts in schijnbare tegenspraak. De Hoge Raad maakte toen een veroordeling van de staat wegens het laten weglekken van grote hoeveelheden vliegtuigbenzine op de luchtmachtbasis Volkel ongedaan, hoewel bedrijven die zich daaraan schuldig hebben gemaakt, zonder twijfel zouden worden veroordeeld. De Hoge Raad stelde zich op het standpunt dat strafrechterlijke aansprakelijkheid zich niet zou verdragen met de politieke verantwoordelijkheid van ministers en staatssecretarissen.

Waarom buigt de Hoge Raad in dit geval wel voor de staat? Het verschil is dat er geen duidelijke dader was - de overheid, ja, maar in concreto? De commandant(en) van de basis, de chef toezicht, de staatssecretaris, de minister?) - maar geen duidelijke benadeelde partij als voetbalspelers, lijders aan migraine, een bijstandsmoeder, of enkele bedrijven (want de rijst zelf komt uit Suriname) op de Antillen.

In de Volkelzaak was alleen iets abstracts als de 'samenleving' geschaad, zelfs geen aantoonbare groep 'burgers'. Bovendien vielen de belangen van 'dader' en 'slachtoffer' op een vreemde manier samen omdat de burger uiteindelijk via het belastingbiljet de boete zou moeten betalen die aan de 'dader', de overheid, zou worden opgelegd. Het 'emancipatoire strafrecht' biedt voor deze verwarrende zaken geen oplossing. Dat daarmee het gevaar dreigt dat de overheid straffeloos tegen zijn eigen wetten kan ingaan, werd op de koop toe genomen.

Kritiek op rechters staat gelijk aan vloeken in de kerk. Los van het feit dat de beroepsgroep weinig toegankelijk is voor kritiek van buitenstaanders, is de spraakmakende elite - over het gewone burgers ben ik heel wat minder zeker - ervan overtuigd dat Nederland een gidsland is inzake rechtspraak. Andere landen kennen zulke verderfelijke en populistische verschijnselen als jury-rechtspraak, weer andere kennen politieke benoemingen en weer andere corrupte en omkoopbare rechters. En inderdaad, Nederlandse rechters zijn in het algemeen zeer redelijk (getuige ook de grote aanhang van D66, de partij van de redelijkheid, zoals bleek uit een VN-enquête van enige jaren geleden), al is het een duidelijk minpunt dat zoveel rechters - vooral plaatsvervangende rechters - hun nevenfuncties geheim houden.

Maar enige bezinning is nooit weg.