Papieren strijd om plaats in IOC

Vanavond hoopt het bestuur van NOC*NSF zijn kandidaat te kunnen presenteren voor een tweede Nederlandse zetel in het Internationaal Olympisch Comité. NOC-voorzitter Wouter Huibregtsen en oud-schaatser Ard Schenk hebben in een brief hun kandidatuur toegelicht.

ROTTERDAM, 4 NOV. Bij verkiezingen horen verkiezingsprogramma's. Ard Schenk en Wouter Huibregtsen, beiden kandidaat voor de tweede Nederlandse zetel in het Internationaal Olympisch Comité, hebben in een brief hun kandidatuur toegelicht. Jan Loorbach, vice-voorzitter van NOC*NSF, heeft de brieven op 27 oktober verstuurd aan de voorzitters van de aangesloten bonden, tezamen met een toelichting over de te volgen procedure voor de kandidaatstelling.

Ard Schenk stelt in zijn uiteenzetting dat hem “een functie binnen de olympische beweging een uitdagend vervolg op mijn werk als chef de mission lijkt”. Bij de komende Olympische Winterspelen in Nagano zal de oud-schaatser voor de derde keer als chef de mission van de Nederlandse ploeg fungeren. Die taak, zo schrijft hij, “zit er eind februari op”.

Schenk is door de schaatsbond KNSB voorgedragen voor een functie in de technische commissie van de internationale schaatsunie ISU. “Voor Nederland is het belangrijk dat we invloed hebben op de ontwikkelingen binnen de ISU en het IOC, zeker als we dit betrekken op het langebaanschaatsen. Deze tak van sport heeft ons door de jaren heen veel succes gebracht en zal dat in de toekomst kunnen blijven doen. Door deze successen heeft Nederland veel internationale bekendheid verkregen.”

Door zijn ervaring als drievoudig gouden deelnemer, tv-verslaggever en chef de mission bij de Olympische Spelen zegt Schenk dat hij “de olympische organisatie door en door heeft leren kennen, zeker waar het de technische kant betreft”.

De andere kandidaat, Wouter Huibregtsen, stelt dat hij de ambitie om IOC-lid te worden heeft “vanuit de overtuiging, dat ik - zowel voor de Internationale Olympische Beweging als voor de totale Nederlandse sport - substantiële inbreng ten goede kan hebben”. De directeur van McKinsey Nederland is bereid daarvoor tijd en aandacht beschikbaar te stellen.

Volgens Huibregtsen sluiten zijn “achtergrond, belangstelling en ervaring naadloos aan op de behoeften die het IOC heeft en de behoeften die de Nederlandse sport heeft in relatie tot het IOC”. Hij voegt er aan toe dat hij zelf in meer dan tien takken van sporten actief is geweest. “Daarnaast heb ik in de afgelopen zeven jaar een breed contact en een goede verstandhouding met een zeer groot aantal Nederlandse sportatleten en met de meerderheid van de Nederlandse sportorganisaties op kunnen bouwen”.

De toelichting van Huibregtsen op zijn IOC-kandidatuur is uitgebreider dan die van Schenk. Hij noemt een breed scala van thema's dat zijn bijzondere aandacht binnen het IOC zal hebben, zoals vrouwen en sport, internationale samenwerking en beheersing van de onvermijdelijke commercialisering van de topsport. Over de maatschappelijke integratie van sport in politiek denken en verdere economische steun zegt Huibregtsen dat het belangrijk is “enerzijds dit proces te versnellen en anderzijds ervoor zorg te dragen dat een toenemende erkenning van de betekenis van sport door overheden niet vertaald wordt in een ongebreidelde inmenging van zaken die de sport zelf beter kan regelen”.