Nieuw Purper schuwt te veel het ensemblewerk

Voorstelling: Sixpack, door Purper (Frans Mulder, Alfred van den Heuvel, Eric Corton, Tom Barlage, Martin van Dijk en Perry Dossett). Regie: Frans Mulder. Gezien: 2/11 in de Stadsschouwburg, Amsterdam. Tournee t/m 21/5. Inl. (020) 6750966.

Hoe vaak het ensemble ook van samenstelling is veranderd - op zijn best heeft Purper twee kanten: de kluchtig-hilarische en de verrassend-muzikale. Mij beviel het tweede meestal beter dan het eerste, maar ze hielden elkaar zodanig in evenwicht, dat ik me altijd ergens tussen de grote schare liefhebbers en de hartstochtelijke haters in bevond. En in elk geval was ik steeds weer benieuwd naar het volgende programma.

Sixpack heeft, wat dat betreft, meer dan genoeg om benieuwd naar te zijn. Voor het eerst in het zeventienjarige bestaan van Purper doet immers geen van de mannen van het eerste uur meer mee. Van de oprichters is Erik Breij verreweg het langst gebleven, en samen met Frans Mulder (die er vijf jaar later bij kwam) hield hij de groep tot en met vorig seizoen in stand. Maar nu ook Breij verdwenen is - hij speelt dit seizoen een solo-voorstelling - is de band met het begin volledig verbroken.

In zijn plaats treden in het twaalfde programma maar liefst drie nieuwe leden aan: de zanger en danser Perry Dossett, die vorig seizoen een lenige Bernardo speelde in West Side Story, en de musici Martin van Dijk en Tom Barlage, die vooral bekend werden om hun pregnante en uiterst sfeervolle begeleiding van Jenny Arean, Adèle Bloemendaal en ander cabaretesk muziektheater.

Des te paradoxaler dus, met zo veel muzikale inbreng, dat het accent in Sixpack meer dan ooit ligt bij de teksten. Frans Mulder, die zich nu naar zijn zeggen 'de moeder van het grote gezin' voelt, treedt eens te meer op als de leider van de groep. Hij schreef de meeste teksten - enkele gave chansons en behendige meezingers, maar ook weinigzeggend routinewerk - en hij is de voornaamste gangmaker van de naar het stereotiep-nichterige neigende pret, waarmee hij opnieuw veel lachers op zijn hand krijgt.

Maar de op muzikale invallen gebaseerde nummers, waaraan het ensemble terecht veel van zijn faam te danken heeft, ontbreken ditmaal. Te weinig wordt er nu ook smeuïg en inventief samengezongen, en te veelvuldig is de solo-zang die nooit de grootste kracht van Purper is geweest. Het unieke schuilt nu juist in het ensemble-werk dat in het cabaret van tegenwoordig ver te zoeken is. Zodra er een zeskoppig gezongen lied opklinkt, bij de stuwende muziek van Van Dijk en Barlage, weet ik weer wat het bijzondere van de Purper-formule was. En ook dat die kant in deze voorstelling veel te weinig te vinden is.

    • Henk van Gelder