Namaak en nep in de verzorgingsstaat

Drie, vier keer per week staat hij bij Albert Heijn in de Beethovenstraat in Amsterdam: de verkoper van de Daklozenkrant. De man verdient geld door voor twee gulden zijn blad te verhandelen. De ene helft is voor hem, de andere voor de producent. Het mag van de gemeente, zo is hij geen bedelaar.

Maar de man is wel een bedelaar, want niemand wil zijn waar hebben. Of hooguit één keer per maand, als er een nieuw nummer is. De meeste mensen geven hem een gulden en laten het blad verder zitten. Het is nephandel. Dat weet de man ook en daarom doet hij meer. Hij past op honden, op wandelwagentjes, op boodschappenkarretjes en op fietsen.

De gulden die hij in ruil daarvoor krijgt, is geen gunst. Het is een betaling voor een verleende dienst. Maar het blijft nephandel, gebaseerd op medelijden. Het is vooral erg omdat de man zijn werk goed doet. Hij is betrouwbaar, vriendelijk en hij doet aan klantenbinding. Op zaterdag krijgen de kinderen een pennywafel. Hun vaders en moeders ook, als ze willen.

Waarom heeft die verkoper van de Daklozenkrant geen baan? Waarom heeft Albert Heijn hem niet in dienst? Het antwoord is het grootste verdriet van de verzorgingsstaat: dat kost te veel geld.

Vorige week organiseerde het ministerie van Sociale Zaken in Ede voor de tweede keer de Sociale Conferentie, over armoede in Nederland. Nep en namaak voerden de boventoon. Hier luisterden mensen die alles hebben welwillend naar mensen met niets en ze keken er wel voor uit om harde dingen te zeggen, bijvoorbeeld dat bijstandsmoeders best verplicht mogen worden om te werken - dat zeiden ze alleen in de pauze tegen elkaar.

Iedereen was er. Vertegenwoordigers van sociale diensten en arbeidsbureaus, hulpverleners namens de kerken, maar vooral ook veel wethouders en Kamerleden. Staatssecretaris Terpstra was er. En minister Melkert. Aan het eind van de dag ook nog minister-president Kok. “Nu het armoedevraagstuk op de politieke agenda staat, moeten we er met elkaar voor zorgen dat het er niet meer van verdwijnt.” Dat was zijn boodschap. Het is duidelijk dat de verkiezingen eraan komen.

Er waren ook ervaringsdeskundigen uitgenodigd. Twee van hen mochten na Terpstra, maar voor Melkert, op het podium een verhaal houden. Ze noemden het een samenspraak. De ervaringsdeskundigen, Nelleke Klaversteijn en Sherita Thakoerdat, hadden ook een boodschap. Ze vroegen, nee, ze sméékten de mensen in de zaal, en de hele samenleving, om respect. “Want dat verdienen we. Wij zijn geen nutteloze burgers.”

Echt arm - te weinig eten, nooit nieuwe kleren, een koud huis - zijn maar weinig mensen in Nederland. Tweehonderdduizend, volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau. Het echte probleem - de socioloog Kees Schuijt schreef het al eens op deze pagina - is dat zoveel mensen in Nederland niet mogen meedoen. Bijna een kwart van de mensen die kunnen en vaak ook willen werken zitten in de bijstand, of zijn arbeidsongeschikt verklaard, of leven op iemand anders' zak. En er mogen steeds meer niet meedoen. Hoe belangrijker het wordt dat mensen computers kunnen bedienen en altijd klaar staan om iets nieuws te leren, hoe moeilijker het voor hen wordt om een baan te vinden.

Een ramp. Om daar wat tegen te doen moeten grote dingen worden bedacht. Er gebeurt wel wat - Melkertbanen, en werkgevers hoeven over de laagste lonen bijna geen belasting meer te betalen - maar het is niet genoeg. Eenvoudig werk moet voor werkgevers nog goedkoper worden. En werknemers moeten er meer geld mee kunnen verdienen, anders blijft een uitkering aantrekkelijker. Met belastingmaatregelen is daar van alles op te verzinnen. En je zou denken: dáár is zo'n Sociale Conferentie nou voor.

Maar nee hoor. In Ede werd geroepen dat de uitkeringen omhoog moeten en de minimumlonen ook. En iedereen zat jaja te knikken. Eén man durfde 's middags in een discussiegroep te zeggen dat het een slecht idee was omdat je dan werkgelegenheid vernietigt en het probleem dus erger maakt. Maar hij moest zijn mond houden. “Welke werkgelegenheid?” brieste de zaal.

Pas in de pauze kreeg hij gelijk, toen er even geen armen in de buurt waren.

Het lijkt wel of iedereen - ook mensen zonder werk - zo gewend is geraakt aan wat Kees Schuijt sociale uitsluiting noemt dat niemand nog serieus wil dat het verandert. Het is wel gemakkelijk zo.

Het is van tweeën één. Of het ministerie van Sociale Zaken organiseert volgend jaar een conferentie samen met het ministerie van Economische Zaken en dan wordt er zonder omzichtigheid over oplossingen gepraat. Of het gaat weer zoals dit jaar en dan is de Sociale Conferentie er alleen om schuldgevoelens te dempen en politieke voordeeltjes te behalen.

    • Jannetje Koelewijn