Monitoring is in opkomst

Het begrip 'monitoring' heeft de laatste maanden snel opgang gemaakt in het Haagse politiek en bestuurlijk jargon. Het woord viel niet alleen vanmiddag veelvuldig in de discussie tussen regering en parlement over het 'monitoren' van teruggekeerde Iraanse asielzoekers. Als politici over gezondheidszorg praten, gaat het regelmatig over de 'monitoring van wachtlijsten'.

Dat laatste komt het meest in de buurt van de betekenis die Van Dale aan het Engelse begrip geeft. Het woordenboek spreekt over 'controle (van een technisch proces)'. Wachtlijsten kunnen nog wel als iets technisch worden beschouwd, maar asielzoekers?

Justitie maakt onderscheid tussen actieve en passieve monitoring van asielzoekers. De laatste is de meest voorkomende vorm. Een teruggestuurde asielzoeker ontmoet dan op het vliegveld een medewerker van de Nederlandse ambassade, die hem het telefoonnummer van de vertegenwoordiging geeft. In geval van nood kan de asielzoeker bellen. Ook kunnen de ministeries van Justitie of Buitenlandse Zaken aan de ambassade vragen een asielzoeker te controleren, als de departementen verontrustende berichten hebben ontvangen van bijvoorbeeld familie of advocaat in Nederland.

Actieve monitoring gebeurde alleen in Iran - tot december vorig jaar tenminste. Een lid van de ambassade wachtte de asielzoekers niet alleen op het vliegveld van Teheran op, ook moest hij na minimaal drie dagen een huisbezoek afleggen bij de teruggestuurde asielzoeker. Dat bleek al snel lastig, mede door de grote afstanden in Iran. Onder druk van de Iraanse autoriteiten is de Nederlandse ambassade eind vorig jaar gestopt met deze monitoring.

Premier Kok gaf afgelopen vrijdag de interpretatie van het begrip een nieuwe dimensie. Het ging volgens hem niet om 'monitoring' van individuen, maar van de situatie als geheel. Verhagen (CDA) noemde vanmorgen deze 'her-interpretatie' een “goedkoop excuus” van de premier. “Schmitz en de Kamer wisten perfect waarover ze het hadden, namelijk over terugggekeerde individuen.”