Kapitalisme op proef

DE LANG BELOOFDE bloeiende landschappen komen eindelijk in zicht. Acht jaar na de val van de Berlijnse Muur en zes jaar na de ineenstorting van de Sovjet-Unie tekent zich voor het eerst een breed positief beeld af van de economische ontwikkelingen in Oost-Europa en de ex-Sovjetrepublieken. Tegelijkertijd nemen de verschillen toe. Dat heeft te maken met beleid, met behoorlijk bestuur en functionerende instituties.

Het Transition Report van de Europese bank voor wederopbouw en ontwikkeling, de 'Oost-Europabank' (EBRD), dat deze week is gepubliceerd, is optimistisch. De eerste fase van macro-economische hervormingen is in vrijwel alle zesentwintig landen afgerond. Slechts vier landen worden genoemd als hopeloze achterblijvers: Wit-Rusland, Slowakije, Oezbekistan en de Oekraïne. In de overige landen zijn de munten gestabiliseerd, is de inflatie beteugeld en is de privatisering een eind gevorderd. Als teken van vertrouwen stroomt er steeds meer buitenlands kapitaal naar de ex-communistische regio. Voor volgend jaar wordt een economische groei van 3,5 procent verwacht.

Toch doen er zich ernstige problemen voor in wat de EBRD de “hervormingen van de tweede fase” noemt. Corruptie is in sommige landen een manier van leven, afpersing een vorm van bedrijvigheid. Willekeur van de overheid en bureaucratie blokkeren een legale ontwikkeling van de particuliere sector. Behoorlijk bestuur blijft niet alleen een hardnekkig probleem bij de overheid, maar ook bij ondernemingen. Privatisering is niet altijd een garantie gebleken voor efficiënt bedrijfsmanagement. “De belangrijkste reden om pessimistisch te zijn is de zwakte in de regio van de instituties, het beleid en de gewoonten die onmisbaar zijn om een markteconomie te onderbouwen”, schrijft de EBRD.

DE SOCIALE ONGELIJKHEID is eveneens toegenomen, ook al verschilt die van land tot land. Sinds 1989 is in Rusland de levensverwachting van mannen met zes jaar gedaald en deze ligt nu onder die van India. Gepensioneerden zijn het hardst getroffen door de economische overgang en leven in uitzichtloze armoede.

Er doemt nóg een probleem op. Een groeiend aantal landen begint kwetsbaar te worden voor valutaire onrust. De paniek op de financiële markten in Zuidoost-Azië en - vorige week - in Latijns Amerika is nog niet overgeslagen, maar een aantal waarschuwingstekens staan wel op rood. Oplopende tekorten op de betalingsbalans, geleidelijk overgewaardeerde munten, de toestroom van vluchtig buitenlands kapitaal en, in sommige landen, oplopende begrotingstekorten kunnen van de ene dag op de andere tot een valutacrisis leiden. Slowakije, de drie Baltische landen en Polen bevinden zich in de kritieke zone. Tsjechië heeft deze zomer zijn munt al moeten devalueren.

Mogelijk beleven de ex-communistische landen binnenkort hun eerste kapitalistische crisis. Het is zeer de vraag of de bevolking en de politieke klasse dat als een teken van vooruitgang zullen beschouwen.