Jordaniërs willen waar voor hun geld

In Jordanië worden vandaag parlementsverkiezingen gehouden. Wat de uitkomst ook is, koning Hussein houdt het voor het zeggen.

AMMAN, 4 NOV. Moussa en Ashraf eten falafel in de oude stad. De regen klettert tegen de ramen. Moussa verkoopt dameskleren in de souq, Ashraf werkt in een bar waar veel buitenlanders komen. Beiden zijn Palestijnen van eind twintig, wier families in 1967 uit Jeruzalem zijn gevlucht en nu in Jordanië wonen. Ze hebben Jordaanse paspoorten. Ze hebben het over de verkiezingen die vandaag worden gehouden. “Ik stem niet”, zegt Ashraf, de barman. “De kandidaten hebben het over 'democratie' en 'vrijheid'. Lege woorden! Als ik iemand had gevonden die belooft dat de belastingen omlaaggaan, had ik op hem gestemd.”

Moussa is ook niet bijster geïnteresseerd. Toch gaat hij stemmen. Voor zestien familieleden zelfs. Vandaag stond in zijn horoscoop in de krant: stem op de kandidaat die het meest 'waar voor uw geld' biedt. Maar goed, iets dergelijks stond bij alle sterrenbeelden. “Maar”, zegt hij, “het parlement heeft weinig invloed. De koning beslist alles. Ik stem omdat ik een goed burger wil zijn.”

In 1989, toen koning Hussein de eerste verkiezingen in ruim twintig jaar uitschreef, waren de Jordaniërs dolenthousiast. Het ging slecht met de economie, het volk morde, de koning vreesde opstanden. Ter compensatie voor de malaise beloofde hij zijn volk 'vrijheid en democratie'. Het werkte. Veel Jordaniërs hadden het gevoel dat ze weer invloed hadden op de toekomst van het land. Veel oppositiepartijen deden mee. De Moslimbroeders kregen zelfs twee ministersposten. In 1993, toen Hussein het kiesstelsel zo wijzigde dat de oppositie minder kans had, verminderde de animo. Nu, in 1997, lijkt de magie van de 'herwonnen vrijheid' uitgewerkt. Jordanië hangt vol spandoeken. Kandidaten krijgen zendtijd op radio en tv (“net genoeg om hun naam uit te spreken”, aldus een cynische journalist). Maar de meesten voerden campagne in de diwans, de 'mannenkamers' van de clans, waar zij de clanleiders douceurtjes beloofden in ruil voor tribale steun.

Uit protest tegen het vredesverdrag met Israel en de ondemocratische manier waarop de regering het land bestuurt, boycotten de Moslimbroeders de verkiezingen. De vraag is of zij, als zij hadden meegedaan, evenveel stemmen hadden gekregen als de twee vorige keren. Dat maar tien procent van de 521 kandidaten die vandaag vechten om 80 zetels, bij een politieke partij hoort, geeft wel aan hoe afkerig Jordaniërs zijn geworden van partijen. De overige negentig procent is 'onafhankelijk' - meest kandidaten die door hun eigen clan naar voren zijn geschoven.

Het is in Jordanië als in andere Arabische landen: de tijd van de grote leuzen over 'Arabische eenheid' en 'sociale rechtvaardigheid' is voorbij. Na de Koude Oorlog zijn de machtige linkse partijen als een pudding in elkaar gezakt. De enigen die ervoor in de plaats zijn gekomen, zijn de fundamentalisten, en die doen uit protest niet mee. Ook Palestijnen en de Egyptenaren stemden vorig jaar op de kandidaat die betere scholen voor hun kinderen beloofde, schonere straten of lagere broodprijzen. “De grote politiek heeft afgedaan in de Arabische wereld”, zegt Hussein Abu Rahman van het Al-Urdun Al-Jadid Research Center in Amman, dat vandaag een opkomst van 42,8 procent voorspelt. “Mensen zijn bezig met dagelijkse besognes. Arabische landen hervormen de economie. Staatssubsidies op huren en brood worden afgeschaft. Het leven wordt moeilijker.” Abu Rahman was vroeger een linkse activist. Maar vandaag reist ook hij naar het district waar hij is geboren, om te stemmen op de man met wie zijn familie nauwe banden onderhoudt.

Ook volgens columnist Rami Khoury gaat het bij Arabische verkiezingen steeds minder om ideeën en ideologieën. Het feit dat veel burgers vandaag op hun oom of clanleider stemmen en niet, bijvoorbeeld, op die paar kandidaten die beloven om de normalisatie met Israel ongedaan te maken, geeft aan dat velen denken dat parlementariërs toch geen invloed op 's lands politiek hebben. Voerde de koning deze zomer niet een strenge perswet door, tegen de wil van het parlement? Ook het vredesakkoord met Israel drukte hij erdoor. Veel Jordaniërs zijn ongelukkig met het vredesproces. De koning had hun economische voorspoed beloofd, 'vredesdividend'. Maar dat blijft uit. De manier waarop Israel de Palestijnen blijft bejegenen, kan hun goedkeuring al helemaal niet wegdragen - ruim de helft van de Jordaniërs is immers Palestijn van origine. Dat dit intens beleefde thema geen enkele rol speelt bij de verkiezingen, duidt op wantrouwen in de macht van het parlement. “De man op wie ik stem”, zegt Moussa in de falafel-tent, “vindt dat Jordaniërs meer moeten kunnen exporteren naar de Westelijke Jordaanoever. Misschien dat hij, als parlementariër, de koning kan bewegen meer druk op Israel uit te oefenen om ons de grens over te laten met onze koopwaar. Als het hem lukt, kan ik kleren gaan verkopen in Nablus en Ramallah. Dit soort praktische dingen kan een parlementariër misschien doen. Meer niet.”

Dat Jordanië ook weer niet de dictatuur is waar sommige oppositie-kandidaten het voor houden, blijkt wel uit het feit dat de kranten bol staan van de fraude-verhalen. Kandidaten eigenden zich met valse papieren duizenden stembiljetten toe van kiezers die misschien op de concurrent zouden stemmen. In 1989 en 1993 gebeurde dat ook, waarschijnlijk meer uit organisatorische klunzigheid dan boze opzet. Toen hoorde je er niemand over. Dit jaar is het plotseling een stok geworden om de regering mee te slaan. De koning beloofde publiekelijk beterschap. Elf kandidaten zijn voor het gerecht gedaagd. Van de kieslijst met ongeveer 1.800.000 namen werden 120.000 foute of dubbele namen geschrapt.

“We hebben weliswaar geen echte democratie hier”, zegt Ashraf, “maar we mogen ons gelukkig prijzen dat we de koning nog hebben. De koning is gematigd. Streng maar rechtvaardig. Velen houden van hem. Ik ook, al ben ik Palestijn. Als we een slechte leider hadden gehad, hadden Jordaniërs zich vandaag pas echt zorgen moeten maken.”

    • Caroline de Gruyter