Huisartsen

De eigen verantwoordelijkheid van (huis)artsen bestaat niet meer volgens Ignace Schretlen (28 oktober). Verantwoordelijkheid omschrijft hij als de bereidheid van artsen om 10-12 uur per dag te werken. Daarnaast in de avonduren nog een of twee ernstige patiënten te bezoeken. Hij ontleent daar in ieder geval zijn gevoel van eigenwaarde aan.

Deze verantwoordelijkheid wordt hem grotendeels afgenomen door zijn eigen collega's, verenigd in het Nederlands Huisartsen Genootschap. Zij hebben de euvele moed gehad 'standaarden' te ontwikkelen: richtlijnen, die de huisarts kunnen helpen de medische problemen op een rationele wijze aan te pakken. Collega Schretlen, vermoedelijk opgebrand geraakt door de lange werkdagen en de late avondvisites, komt niet verder dan een gevoel een marionet geworden te zijn. En dat, als ik hem mag geloven tegen zijn eigen wil.

Het verband tussen allerlei wetten op het gebied van de (gezondheids)zorg en de steeds vaker voorkomende gewoonte in specialistenbrieven en röntgenverslagen zekerheden te vervangen door waarschijnlijkheden is naar mijn idee ook een typisch voorbeeld van het doemdenken van een opgebrande huisarts. De geneeskunde heeft nooit zekerheden gekend. Helaas hebben dokters lang de gewoonte gehad de indruk te wekken dat ze wel met zekerheden werkten. De ontwikkelingen in de huisartsgeneeskunde zijn echter bij uitstek een voorbeeld geweest hoe, mede onder invloed van epidemiologische kennis, betere onderzoeksmethodieken en ook de ontwikkelingen van standaarden, artsen met de onzekerheden die de geneeskunde juist kenmerken om kunnen gaan. Op deze manier is er geen sprake van geluk dat artsen nog nooit veroordeeld zijn voor teveel aan onderzoek.

De rol van de 'eigen verantwoordelijkheid' van de patiënt in relatie met mijn professionele verantwoordelijkheid kan ik alleen maar proberen dagelijks in mijn spreekkamer naar voren te halen. Het wordt saai, maar ook hier zijn onder andere de standaarden hulpmiddelen om met patiënten deze eigen verantwoordelijkheid voor hun gezonheidsgedrag te bespreken. Dat de gezondheidszorg, zoals Schretlen suggereert, onder invloed van die 'eigen verantwoordelijkheid' goedkoper wordt, is inderdaad een illusie. De (stijgende) kosten van de gezondheidszorg worden door heel andere factoren bepaald; naast de vergrijzing en technologische ontwikkeling mogelijk ook door onvoldoende professionele verantwoordelijkheid ten gevolge van onvoldoende (wetenschappelijk) onderbouwd medisch handelen.

De taak van de KNMG lijkt mij om (huis)artsen als Schretlen weer een hart onder de riem te steken door aandacht voor de professionele verantwoordelijkheid van de arts.

    • P. van der Meulen