Eerbetoon aan Fitzgerald

Concert: Tribute to Ella Fitzgerald met zangeres Dee Dee Bridgewater, het trio Ray Brown en de WDR Big Band o.l.v. John Clayton. Gehoord: 3/11 Concertgebouw, Amsterdam.

“If you can't beat them, join them”, zong Ella Fitzgerald in haar gloriejaren eens in een vrolijke persiflage. Veel jazzlui vertalen dat advies met moderne vrijheid: ze brengen bescheiden een 'tribute to' en richten zich dan weer op een volgend 'project'.

Wat de zangeressen betreft is na Billie Holiday - die toch maar een 'muizenstemmetje' had - nu Ella Fitzgerald aan de beurt om te worden geïmiteerd, pardon, geëerd. Zo deden zangeres Carol Sloane en trompettist Clark Terry onlangs hun best op The Songs Ella & Louis Sang, een cd die zo vrolijk is opgezet dat zelfs een optimist er chagrijnig van wordt.

De Amerikaanse zangeres Dee Dee Bridgewater (1950) zong bij de big band van Thad Jones/Mel Lewis en in vele musicals. In '80 verhuisde ze naar Europa waar ze onder andere succes had met de onewomanshow 'Lady (Holi)Day'. Op haar recente cd Dear Ella behandelt ze in dertien songs de carrière van Ella Fitzgerald. De productie mocht iets kosten en werd ruim opgezet: Dee Dee kreeg een big band naast zich plus soms ook nog strijkers en een enkele harp.

In het Concertgebouw zijn die laatsten er niet bij, wel is de WDR Big Band uitgebreid met drie hoorns en een tuba. Een goede gelegenheid om eens stevig uit te pakken, bijvoorbeeld in twee composities van dirigent John Clayton, al hebben die niets met 'Dear Ella' te maken. Dat na enige tijd pianist Benny Green en bassist Ray Brown zich er bij voegen kan voor de swing absoluut geen kwaad maar verhoogt ook al niet het Ella-gehalte. Dat Brown rond '50 een blauwe maandag met Fitzgerald getrouwd was, waarna ze nooit meer aan een man begon, lijkt een wat erg gezocht verband.

De relatie met de gevierde zangeres komt dus geheel voor rekening van Dee Dee Bridgewater, die tien liedjes van Dear Ella voordraagt, te beginnen met 'A-Tisket, A-Tasket'. Voor wie valt op meisjes van twintig met kniekousjes aan is dit waarschijnlijk een opwindende deun, want Ella scoorde er in '38 haar eerste hit mee en ook Dee Dee weet in het Concertgebouw menige snaar te raken. Volwassener komt ze voor de dag in 'Midnight Sun', een langzame song van Johnny Mercer. Timbre en frasering lijken meer op die van Sarah Vaughan dan op die van La Fitzgerald maar dat is geen enkel bezwaar; een tribute is geen playbackshow.

Wat wel stoort is dat Bridgewater blijkbaar meent dat jazz pas echt is met uitbundig 'scatten', het zingen van frasen zonder verbale betekenis. Veel exercities zijn namelijk niet alleen betekenisloos maar ook gruwelijk onbeheerst. Wist Ella F. zelfs in haar wildste scats nog te klinken als een cello, Dee Dee doet herhaaldelijk denken aan een blinde kat die in een muizenval trapt. Ook verder geeft haar presentatie te denken. Dat ze alle stukken introduceert als een lispelend kindvrouwtje dat voorwendt niet te weten waar Abraham de mosterd haalt, past goed bij Cole Porters 'My Heart belongs to Daddy' waar Marylin Monroe de ultieme versie van zong. Maar gaandeweg gaat dat net zo irriteren als de te oude meisjes in de verfilmingen van de Nabokov-roman 'Lolita'.

Dee Dee Bridgewater is een kleinkunstenares die aardig de rol van jazz-zangeres weet te spelen, maar raakt geen seconde aan Ella Fitzgerald: die was tweehonderd pond zichzelf.