Commissievoorzitter Hermans over studiefinanciering: 'Ritzen denkt niet na over de toekomst'

Minister Ritzen uitte meteen scherpe kritiek op het gisteren verschenen advies over een nieuw beurzenstelsel. Het zou de toegankelijkheid van het onderwijs in gevaar brengen. Voorzitter Hermans van de advies-commissie weerspreekt dat.

DEN HAAG, 4 NOV. Over zijn studie politicologie in Nijmegen deed Loek Hermans zeven jaar. Hij hield zich bezig met politiek, en met het 'studentenleven', feesten ja. Op een bijbaantje als leraar bestuurskunde na, was hij voor zijn studiekosten aangewezen op zijn ouders. Hermans is VVD'er en commissaris van de koningin in Friesland.

Gisteren presenteerde het College Toekomst Studiefinanciering onder Hermans' voorzitterschap, na een jaar studie, zijn visie aan minister Ritzen (Onderwijs). De commissie wil de studiefinanciering afschaffen voor het middelbaar beroepsonderwijs en de hoogste klassen van de middelbare school. In plaats daarvan stelt de commissie voor, ouders kinderbijslag te geven en geen lesgeld meer te laten betalen. De overheid zorgt dan voor de onderwijskosten tot aan de zogenoemde 'startkwalificatie' voor het hoger onderwijs.

Studenten op hogescholen en universiteiten krijgen wel een basisbeurs: vier jaar lang 425 gulden per maand, die ze kunnen uitsmeren over tien jaar. Hun ouders worden geacht 542 gulden per maand bij te dragen; daarna moeten ze zichzelf redden, met leningen en baantjes. Aanvullende beurzen zijn er drie jaar lang voor studenten van wie de ouders weinig verdienen.

Juist die studenten worden zo gedupeerd, oordeelde Ritzen onmiddellijk. Enkele voorstellen van de commissie vindt hij interessant, zoals de langere looptijd van basisbeurzen en dus het vervallen van de huidige leeftijdsgrens van 27 jaar, de betere voorwaarden voor leningen en het bedrag waarvan studenten worden geacht rond te komen. Maar de 'grondslagen' die de commissie aandraagt, vindt Ritzen “te veel gezegd”. “Daarvoor zijn de gedachten onvoldoende uitgewerkt.”

Heeft Ritzen uw grondslagen niet meteen gediskwalificeerd?

Hermans: “De minister vroeg om grondslagen, uitgangspunten, en nu vraagt hij tóch een heel stelsel. Maar dat was de vraag niet, ook niet van de Tweede Kamer.”

De minister wekte niet de indruk uw 'gedachten' te delen.

“Ritzen zit zijn eigen stelsel te verdedigen. Maar ja, ons was gevraagd na te denken over de toekomst. Ritzen doet dat niet. Wij geven grondslagen voor die toekomst; dan moet Ritzen die niet toetsen aan de kosten van het huidige stelsel. Er staat veel te veranderen in het hoger onderwijs. Het studie-aanbod verandert, studenten willen hun tijd flexibeler indelen. Ze willen werken of stage lopen naast hun studie of tussentijds in het buitenland studeren, dat kan niet met de huidige vierjarige prestatiebeurs. De algemeen vormende kanten van de studententijd worden met dat keurslijf ook verwaarloosd.”

U zegt dat de bijdrage van ouders verplicht moet worden gesteld, dus dat de student wettelijk afhankelijk moet zijn van zijn ouders.

“Ouderonafhankelijkheid, die in de jaren tachtig werd bepleit, bestaat alleen nog op papier. In feite zijn alle studenten afhankelijk van hun ouders, omdat er zo veel is bezuinigd op de basisbeurs. Wij zeggen: maak dat duidelijk, zeg expliciet wat je verwacht van ouders en doe niet alsof de overheid alle verantwoordelijkheid draagt, terwijl ouders eigenlijk betalen.”

Is die bemoeienis niet vreemd voor een VVD'er?

“Nee, de onderhoudsplicht tot 21 jaar staat gewoon in het burgerlijk wetboek. En zo vaak zal de overheid niet tussen student en ouders hoeven te treden - dat zijn uitzonderingen, die nu ook in de bijstandsregeling voorkomen.”

Maar de minister vreest dat studenten met ouders die weinig verdienen dan niet meer kunnen studeren.

“Hij doet alsof wij de aanvullende beurs voor die studenten willen afschaffen, maar dat is niet zo. Tot hun 21ste krijgen ze dat. Dan neem ik iets van hem over, en dan leest hij het niet.”

Uw eigen partij, de VVD, bepleit ook altijd onafhankelijkheid van de student van zijn ouders, en dus inkomensonafhankelijkheid.

“Ja, dan moet je wel vastleggen wíe er betaalt voor de studie. De VVD kiest voor leningen. Dat kan. Dan moet lenen zó aantrekkelijk worden, dat de huidige leen-aversie, die wij constateren, verdwijnt.”

Vindt u uw voorstellen eenvoudig, zoals de bedoeling was?

“Ja, vooral voor de student. Die zegt: Ik bepaal hoe lang en wanneer ik studeer, hoeveel ik reis of erbij werk. Ik betaal terug zoals ík dat heb afgesproken met de opleiding. Dat past bij de flexibilisering van het onderwijs.”

    • Frederiek Weeda