Brigade verlegt grenzen in oude kerncentrale

Een voormalige kerncentrale is het decor van een gewaagde oefening van de Luchtmobiele brigade in Kalkar, net over de Duitse grens. Stress in de reactorzalen.

KALKAR, 4 NOV. Het losse moertje dat tussen de duivenpoep op de hardstalen hanenbalken ligt, doet er precies tweeëneenhalve tel over voor het met een harde tik de betonnen vloer beneden treft. Soldaat Jules Pengel heeft geen zin om aan een iel touw de vijftig meter achter het moertje aan te gaan. “Er bestaat hoogtevrees en hoogte-angst”, zegt hij benauwd, “En ik heb dat laatste. Ik ga niet.” Laat iemand anders maar even voorgaan, stelt de instructeur voor. Eén van Pengels maten klimt aangelijnd op het hekje en stort zich langs de gevel naar beneden.

De Luchtmobiele brigade houdt deze dagen de oefening Teambuilding '97 in wat de duurste gymzaal ter wereld moet zijn: het verlaten Kernkraftwerk bij het Duitse Kalkar. Een slordige tien miljard gulden moet de fonkelnieuwe ruïne van het pan-Europese atoomproject hebben gekost, voordat het begin jaren negentig werd geannuleerd en het onroerend goed overging in handen van een Nederlandse projectontwikkelaar. Het naargeestige complex houdt het midden tussen een stralingsloos Tsjernobyl en een filmset van Dr. Who. De betonnen kathedraal met zijn kolossale reactorzalen, eindeloze aardedonkere gangenstelsels en gapende schachten, dat alles maakt het moeilijk voorstelbaar dat hier het pretpark Kernwasser Wunderland zal komen.

“Ideaal GVA-terrein is het hier”, verklaart kapitein Van den Dool de keuze van het oefenterrein. “De 150 meter hoge schoorsteen, de tachtig meter hoge koeltoren en de loodrechte wanden van het reactorgebouw maken het uitermate geschikt voor 'grensverleggende activiteiten'. ” Een echte oorlogssituatie is niet na te bootsen, aldus de kapitein, en daarom moet spanning kunstmatig worden opgewekt. “Dat stukje extra stress, dat je ook in een echte crisissituatie tegenkomt, kunnen we benaderen door de kerels te laten parachutespringen, duiken en klimmen.” Dat laatste hebben ze vaak in het buitenland gedaan - en in eigen land vanaf de Rotterdamse Euromast. “Maar dat werd veel te duur”, zegt de kapitein, want de Euromast zag onmiddellijk geld in de schaarste aan Nederlandse klimwanden. “Eén afdaling kost daar inmiddels 75 gulden. De man.” De klimwanden bij Kalkar zijn daarentegen gratis ter beschikking gesteld en voorlopig kan de brigade nog vooruit.

Desoriëntatie-oefeningen doen de militairen ook. “Als je twee kilometer door een pikdonkere gang moet lopen, denk je al na vijfhonderd meter dat je er doorheen bent. Dat dat niet zo is, wekt de stress op die wij juist willen creëren.” Dat er af en toe diepe gaten in de gangen zijn en objecten in de weg liggen, maakt volgens hem niet uit. “Wij zeggen zelfs dat ze naar beneden kunnen vallen. Dat er mannetjes bij de gevaarlijke punten staan, vertellen we niet.”

In groepjes van twintig zijn ze door Chinook-helikopters op de parkeerplaats afgezet en aan het parcours begonnen; in groepjes van tien klauteren ze langs de schoorsteen omhoog. Aan een touw zeilen ze vervolgens aan de binnenkant naar een klein platform in de koker - die van binnen brandschoon is. Hun camouflagepakken en rode baretten steken vreemd af tegen het asfaltpapier, de verzinkte golfplaten en de rest van het industriële landschap. De route voert daarop over wiebelende aluminium ladders en wijdmazige netten waaronder de diepte gaapt. “De een wordt stil, de ander wordt heel druk. Iemand anders krijgt het heel koud, zijn collega vooral heel warm”, zegt instructeur Hans Wakelkamp, die nog nooit van hoogtevrees gehoord lijkt te hebben, want hij staat aan de rand van de afgrond alsof deze niet hoger is dan een stoeprand. “Het gaat erom dat je zelf de angst overwint en je buddy van zijn stress afhelpt.” Maar stress is allesbehalve de hele oefening. De nacht moet de hele compagnie in een legerboot doorbrengen die voor de gelegenheid in de belendende Rijn is afgemeerd. De volgende ochtend is er ook geen comfortabele lift van de helikopter: in mars moeten ze dan nog naar de Oranje-kazerne bij Schaarsbergen.

Pengel laat zich toch niet kennen. Nadat een paar man hem is voorgegaan, stapt hij uiteindelijk op de balustrade en waagt de sprong. “Als je eenmaal beneden staat, weet je niet meer waar je je nou druk over hebt gemaakt”, zegt hij even later, en zijn maten kloppen hem met zeemleren handschoenen op zijn schouder. “Maar die touwbrug over de koeltoren, die doe ik dus echt niet.”