Asielzoekers op weg naar hun volgende, tijdelijke onderkomen

Uitgeprocedeerde asielzoekers kunnen nergens heen. Een tentenkamp heeft inmiddels zijn symbolische waarde vervuld, maar het is voor deze moderne nomaden nu te koud in het bos.

LHEEBROEK, 4 NOV. Ze is blij dat ze het tentenkamp voor uitgeprocedeerde asielzoekers in de bossen bij Lheebroek in de gemeente Dwingeloo verlaat. “Het was 's nachts koud in de tent. En als ik 's avonds naar de wc moest was ik bang, want ik moest een stuk door het bos lopen.” Lisa (9), geboren in China en sinds drie jaar in Nederland, speelt op de computer in het dagverblijf het spelletje 'historic'. Haar vingertjes slaan vaardig op de toetsen. Ze zit op school in Beilen en spreekt vloeiend en accentloos Nederlands. “Chinees spreken kan ik ook, maar niet zo goed meer.”

Aan de muren hangen adhesiebetuigingen, onder andere van de Vereniging Joodse Oorlogskinderen. Toepasselijk is het bijbelcitaat uit Psalm 146: 7: “De barmhartige doet recht aan de verdrukten, geeft brood aan wie hongerig zijn en bevrijdt de geboeiden.”

Vandaag verruilen de achttien uitgeprocedeerde asielzoekers hun tenten voor stenen bungalows van recreatiecentrum De Noordster in Dwingeloo. Ze werden zes weken geleden ondergebracht in het tentenkamp door de Raad van Kerken, omdat ze een zwervend bestaan leidden. Als 'moeilijk verwijderbare' asielzoekers waren ze uit het Verwijdercentrum in Ter Apel op straat gezet. Maar een verblijf in de Drentse bossen is niet langer verantwoord nu de nachten kouder worden, vindt de Raad van Kerken.

Na het 'galgenmaal' van tjap tjoy, rijst en een kippenpoot, gekookt door de Chinese familie Bing Gou, was er gisteravond een afscheidsavond. De kerkelijke organisatie INLIA (Internationaal Netwerk van Lokale Initiatieven voor Asielzoekers) had een Afrikaanse trommelaar ingehuurd die de tentbewoners vermaakte. J. van Tilborg, directeur van INLIA, zegt goed nagedacht te hebben hoe de verhuizing psychologisch begeleid moest worden. “Je kunt de mensen niet aan het eind van de middag in bungalows zetten. Dan is het donker en kan men zich niet oriënteren. We wilden daarom een ontspannen avond, waarop mensen zich kunnen uitleven en lachen. Zo'n verhuizing geeft toch een stuk spanning.”

Terwijl de bewoners en enkele vrijwilligers in een kring zitten en naar hartelust op de trommels roffelen, giet het Chinese echtpaar Wang-Feng in de keuken heet water in twee kruikzakken. Ook wordt een fles warme melk klaargemaakt. Mevrouw Wang tilt haar dochtertje Sylvia (2) op en brengt haar naar de tent. In een hoek staan grote plastic zakken klaar. Op het tweepersoonsbed liggen een slaapzak en een deken. “We slapen met onze kleren aan, maar toch was het nog koud vannacht”, zegt Wang. “Maar het is hier tenminste beter dan op straat. Hier is goed voor ons gezorgd.”

De familie is ruim drie jaar in Nederland. Teruggaan durven ze niet. Hun andere kind is in China. “Als ze teruggaan, is Sylvia illegaal in China, omdat ze nergens geregistreerd staat”, licht Van Tilborg toe. “Ze zijn bang dat Sylvia hun wordt afgenomen en in een kindertehuis wordt gestopt.”

M. Nahi (27), afkomstig uit Irak, krijgt van een vrijwilligster een chocoladeletter in handen gedrukt. “Die wilde je toch zo graag winnen met de bingo?” Hij geeft de letter aan ChaCha (3), een Chinese lotgenote, die het snoepgoed triomfantelijk aan haar moeder laat zien. Nahi: “Ik weet niet of ik hier kan blijven. Dat maakt het onzeker. Ik heb geen papieren.”

Uit een brief van de Libanese ambassade van april jl. aan INLIA blijkt dat Libanon niet in staat is vluchtelingen op te nemen en hun evenmin veiligheidsgaranties kan bieden. Van Tilborg: “China werkt zelden mee aan een terugkeer van zijn onderdanen. Libanon wil niet meewerken aan een terugkeer van Palestijnen, omdat dit politiek gevoelig ligt. Men denkt dat ze van de PLO zijn.” Waarmee Van Tilborg maar wil aantonen dat de asielzoekers zelf van goede wil zijn. De intrek in tenten - symbolisch, zegt Van Tilborg, “dit zijn de nomaden van onze tijd” - heeft volgens hem veel opgeleverd. “Het belangrijkste is dat deze mensen een gezicht hebben gekregen. Ze staan weer op de politieke agenda.”

Een concreet resultaat van de actie is dat staatssecretaris Schmitz (Justitie) heeft toegezegd de individuele gevallen nog eens nader te bekijken. Dan zal volgens Van Tilborg blijken dat de meesten wel degelijk willen meewerken aan een terugkeer naar hun land van herkomst. “Schmitz vaart te veel blind op de Immigratie- en Naturalisatiedienst van Justitie. Sommige mensen zijn vijf keer naar een politiebureau geweest en drie keer naar de ambassade om weg te kunnen komen. Ze wilden weg, maar konden niet.” Een ander winstpunt van de actie is de toezegging dat er geen kinderen meer op straat worden gezet, aldus Van Tilborg. “De overheid garandeert dat ze zorg krijgen. Dat is absolute winst”. Datzelfde geldt volgens hem voor het besluit van de Tweede Kamer van vorige maand, waarin werd afgesproken asielzoekers een voorwaardelijke verblijfsvergunning te geven, ook als er twijfel is over de vraag of ze wel of niet willen meewerken aan hun uitzetting.

De asielzoekers blijven in elk geval tot 19 december in het bungalowpark, waarna ze plaats moeten maken voor vakantiegangers.

Wat er daarna met ze gebeurt is onduidelijk. Mogelijk worden ze ondergebracht bij particulieren, zegt Van Tilborg. Mensen die meewerken aan hun uitzetting, maar stuiten op onwil van hun vaderland, zouden een voorwaardelijke verblijfsvergunning moeten krijgen, vindt hij. “Zij die medewerking weigeren, zouden toch een basisvoorziening moeten krijgen, 'bed, bad en brood'. Iemand die niks te vrezen heeft, zal dan beter af zijn in zijn geboorteland en daarnaar terugkeren.”

Mensen op straat zetten vindt hij hoe dan ook uit den boze. Van Tilborg: “Als je iemand op een station achterlaat, begint de ellende pas. Ook voor de samenleving. Zo iemand heeft niets te verliezen en zal levenslang illegaal in ons land blijven. Hij of zij is veroordeeld tot de criminaliteit of de prostitutie.”