VS smolten oorlogsgoud Nederland om

WASHINGTON, 3 NOV. De Federal Reserve Bank van New York heeft in 1950 honderden uit nazi-Duitsland afkomstige goudstaven omgesmolten. De bank wist dat veel van het goud, dat destijds 23 miljoen dollar waard was, door Duitsland was geroofd uit Nederland en België.

Uit nieuw vrijgegeven stukken van de Federal Reserve, blijkt dat de staven oorspronkelijk waren voorzien van een Pruisisch zegel uit 1937 - de Duitsers antedateerden bijna al hun gestolen goud voor ze het doorverkochten. Door de Amerikanen is dat vervangen door een officieel Amerikaans zegel.

Het goud was afkomstig uit Spanje, dat het als financiële garantie gebruikte voor een lening van de National City Bank, de latere Citibank. Bij die bank sloot Spanje een lening ten behoeve van het aanschaffen van Amerikaanse communicatie-apparatuur. De goudstaven waren voor het einde van de oorlog door de Nationale Bank van Zwitserland op de internationale markt gebracht.

Uiteindelijk kwamen ze terecht in de kelders van de Federal Reserve op Manhattan. Volgens The New York Times van gisteren was in 1950 “Amerika's grootste zorg het herbouwen van Europa, zonder te veel vragen te stellen over de herkomst van goud dat via Zwitserse handen en vervolgens via andere landen de Atlantische Oceaan was overgekomen”.

Bekend was al dat de Federal Reserve Bank in New York en de Bank of England samen in totaal 70 miljoen aan goudstaven hebben, die nog verdeeld moeten worden over de centrale banken waaruit ze tijdens de oorlog zijn ontvreemd. Nieuw is echter dat de Amerikaanse bank het goud heeft omgesmolten. Dat is van belang in verband met de oorsprong van het goud. Volgens een rapport dat de Amerikaanse regering dit voorjaar uitbracht, smolten de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog vaak goud dat uit centrale banken geroofd was om, samen met goud met een veel gruwelijker herkomst: sieraden, trouwringen en zelfs gebitskronen van slachtoffers van de Holocaust. Er zijn geen bewijzen dat de Amerikanen in 1950 ervan op de hoogte waren dat de goudstaven in New York deels van individuele slachtoffers afkomstig waren. Naar alle waarschijnlijkheid hebben ze door het omsmelten van de goudstaven alle sporen uitgewist van dit zogeheten “niet-monetaire goud”. De bedoeling van het omsmelten was om te kunnen garanderen dat het goud voldeed aan de norm van de Amerikaanse regering, dat goud een zuiverheid moet hebben van 99,5 procent of meer. Volgens een intern memo van de Federal Reserve Bank zouden echter niet meer dan 503 van de 731 staven “zuiver” zijn.

De Amerikaanse regering hoopt landen zoals Nederland die nog aanspraken hebben op goud dat tijdens de oorlog uit centrale banken is geroofd, te kunnen overtuigen om een deel van dat goud te bestemmen voor overlevenden van de Holocaust en nabestaanden van slachtoffers. Het feit dat een onbekend deel van het goud in kwestie van slachtoffers afkomstig is, heeft Washington daarvoor als argument aangevoerd.

    • Juurd Eijsvoogel