Vladivostok is teruggeworpen op zichzelf

In Vladivostok is geen roebel meer voor gezondheidszorg en worden patiënten van een psychiatrisch ziekenhuis uit voedselgebrek op straat gezet.

VLADIVOSTOK, 3 NOV. In Galina's schort steken drie hangsloten. De kokkin van het psychiatrische ziekenhuis van Vladivostok, de Russische havenstad aan de Stille Oceaan, sluit de betraliede deur van haar magazijn. “Anders breken de patiënten in”, zegt ze gelaten. Op de vrouwenvleugel, achter het raam dat aan de keuken grenst, drongen ze samen: “Geef ons brood”, klinkt het. “Geef ons te eten!”

De vrouwen komen af op de geur van de pap die Galina kookt. In een roestvrijstalen ketel pruttelt het avondeten voor de 380 patiënten die nog niet door de voedselschaarste uit het ziekenhuis ontslagen zijn: griesmeelpap zonder zout of suiker. “Vroeger maakte ik elke dag wat anders”, zegt de kokkin. “We hadden worst, fruit, vis, room. Nu bereid ik alleen nog soep voor tussen de middag en pap voor 's avonds.”

Sinds de zomer zijn 132 geesteszieken uit de kliniek bij familie ondergebracht. “De minst gevaarlijken”, meent psychiater Aleksandr Kolomejets. De inrichting waarvan hij onderdirecteur is kwam vorige week in het nieuws: ex-patiënt Valeri V. had zijn buurman met een bijl gedood. “Wij kenden Valeri als een rustige, ietwat introverte man”, zegt Kolomejets. “Hij slikte anti-depressiva. Kennelijk waren zijn medicijnen op en had hij geen geld om nieuwe te kopen.”

De moord werd gepleegd in de Rode Vaandelstraat 133, die haaks staat op de baai waar Ruslands verouderde Grote-Oceaanvloot ligt afgemeerd. Al weken zat Valeri, die aan schizofrenie zou lijden, in het trapportaal de kinderen achterna. Hij leerde hun lege blikjes voor de deuren van de overburen zetten, zodat die zich een ongeluk schrokken als ze naar buiten gingen. De 54-jarige zeeman Gennadi T. had bij hem aangebeld om zijn beklag te doen, aldus de politie, maar toen hij zich omdraaide kreeg hij een bijl tussen zijn schouderbladen.

Er ging een rilling van woede door Vladivostok, al helemaal toen bekend werd dat het psychiatrisch ziekenhuis systematisch mensen op straat zette. “We kunnen ze niet meer te eten geven”, zo luidt het simpele verweer van de directie. “Sinds juli is er geen geld meer.” Op slag is de 'hongerkliniek' een lokaal politiek item. Psychiater Kolomejets geeft de burgemeester de schuld, die de post Gezondheidszorg van de stadsbegroting zou hebben geschrapt. De burgemeester op zijn beurt wijst naar de gouverneur, die subsidies zou achterhouden. Maar de gouverneur verschuilt zich achter Moskou - tienduizend kilometer en acht tijdzones naar het westen - dat zijn handen van Ruslands Verre Oosten zou hebben afgetrokken.

Vladivostok met zijn zevenhonderdduizend inwoners voelt zich teruggeworpen op zichzelf. Zowel onder tsaren als onder de bolsjewieken was de marinebasis, ingeklemd tussen China, de Korea's en Japan, van groot strategisch belang voor Rusland. Maar sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie is ook Rusland aan het afbrokkelen. De invloed van het Kremlin op een stad die 156 uur treinen verderop ligt is nauwelijks merkbaar. Zegt president Jeltsin dat de crisis van de achterstallige lonen is opgelost? In Vladivostok is daarvan niets te merken.

Het personeel van Kraamkliniek Nummer 1 heeft de Doema, het Russische parlement, een brandbrief gestuurd: er is geen stromend water meer; moeders die pas bevallen zijn gaan dik ingepakt tegen de kou naar huis om te douchen. Sinds 1 juli is er door de stad Vladivostok geen roebel meer besteed aan gezondheidszorg.

“Je kunt niet weglopen, onze patiënten hebben verzorging nodig”, zegt Vladimir Oesjakov, de hoofdarts van de psychiatrische inrichting. “Maar sinds de zomer werk ik hier, net als iedereen, als vrijwilliger.” In het Engels zegt hij: “A hungry man is an angry man.” Oesjakov, die eens zijn sleutelbeen heeft gebroken toen een patiënt hem aanvloog, zegt dat de sfeer steeds explosiever wordt. “We hebben geen medicijnen meer om iemand plat te spuiten die agressief wordt.”

Als Oesjakov de deur naar de vrouwenvleugel opent, komt een tengere patiënte in een vale bloemetjesjurk naar voren. Alsof ze een lesje opzegt, vertelt ze meteen hoe zij heet (Viktoria Gavrilovna), hoe oud ze is (38), hoeveel kinderen ze heeft (vier plus een geadopteerde zoon) en waarom ze is opgenomen ('mijn moeder heeft zich opgehangen'). Haar adem stokt in haar keel, wat kan ze nog zeggen? “Help ons! We krijgen niet genoeg te eten. 's Ochtends thee met brood, soms met boter, 's middags soep, 's avonds pap die nergens naar smaakt. Mijn moeder heeft zich opgehangen.”

Achter Viktoria staan grauwe, uitdrukkingsloze gezichten. Vrouwen gekleed in smoezelige peignoirs, op sloffen. Ze staan in een lange brede ziekenhuisgang die uitkomt op een halletje voor bezoekers. Op een houten bankje zit Tatjana, die aan epilepsie lijdt, diep gebogen over een jampot met bonensoep. Ze lepelt de lauwe soep slurpend naar binnen, terwijl haar vader toekijkt.

Een verdieping hoger, op de mannenafdeling, een vergelijkbaar tafereel: Irina Joerijevna roept haar zoon bij zich. “Heb je vanmorgen ontbijt gehad?” Hij knikt. Thee met brood. Uit een oude boodschappentas haalt ze een zilverpapiertje met kip en aardappels. “Amerikaanse kippenpootjes”, zegt ze. “Die zijn het goedkoopst.”

De 57-jarige Irina (bouwkundige, gescheiden, sinds twee jaar met pensioen) reist tweemaal per dag een uur met de tram om haar zoon te voeden. Er is haar gevraagd of zij hem niet in huis wil nemen, dan is er weer een mond minder te vullen. Maar in haar flatje is geen verwarming. “Ik slaap thuis met al mijn kleren aan. Ik kan hem er niet bij hebben.” Haar pensioen bedraagt per maand 400.000 roebel en de uitkering van haar zoon 250.000 roebel - dat is samen iets meer dan tweehonderd gulden. “Een doosje koaksil (een anti-depressivum) met dertig pillen kost 140.000 roebel”, zegt Irina. “Volgens de dosering moet hij er elke dag drie innemen. Maar dat kan ik niet betalen.”

Hoofdarts Oesjakov zegt dat de kliniek alleen nog draait op donaties. “Vorige week kregen we een partij tomaten in blik en wat kistjes kool, voor in de koolsoep. Op dit moment kunnen we nog tien dagen vooruit.”

Psychiater Kolomejets zegt: “Er worden hier in dit ziekenhuis op grote schaal de rechten van de mens geschonden. Meer dan vijftienhonderd calorieën per dag kunnen we de patiënten niet geven. Wie verwanten heeft, die krijgt iets extra's. De rest vermagert.”

    • Frank Westerman