Twistappel Irak

DE AMERIKANEN HEBBEN hun twijfels over de VN-trojka die secretaris-generaal Kofi Annan naar Bagdad wil sturen. Met Saddam Hussein behoort naar Amerikaans inzicht niet te worden onderhandeld. Hem dienen de Levieten te worden gelezen. In de Veiligheidsraad heeft de regering-Clinton onvoldoende steun weten te werven voor haar voornemen desnoods militair in te grijpen.

Slechts de Britten denken in vergelijkbare termen. De andere permanente leden van de raad - Frankrijk, Rusland en China - voelen niets voor een hernieuwd gewapend optreden om Saddam tot de orde te roepen.

De inzet van het conflict is nauwelijks verrassend. Na de Iraakse nederlaag in de Golfoorlog is het regime in Bagdad onder curatele geplaatst. VN-inspectieteams speuren sindsdien naar arsenalen van massa-vernietigingswapens. Saddam speelt op tijd en beantwoordt het onderzoek met obstructie. Steeds meer landen willen weer zaken met hem doen en hebben zich ontpopt als voorstanders van beëindiging van de internationale sancties. Rusland en Frankrijk lopen daarbij voorop. De Amerikanen zijn weigerachtig gebleven. Kort nadat Fransen en Russen zich onlangs in de Veiligheidsraad hadden onthouden bij de stemming over een Irak veroordelende resolutie, besloot Saddam Amerikaanse VN-inspecteurs het land uit te zetten. Er was meer aan de hand dan een toevallige samenloop van omstandigheden.

DE UNANIMITEIT die de Veiligheidsraad vervolgens heeft getoond, maakt weinig indruk. Een vervolgresolutie, die Saddam oproept op zijn schreden terug te keren, heeft de Iraakse leider niet van gedachten doen veranderen. Vandaar dat Washington naar krachtiger middelen wil grijpen om Bagdad ervan te doordringen dat aan obstructie grenzen zijn gesteld.

De geloofwaardigheid van de Veiligheidsraad staat intussen op het spel. Indien deze instantie er een gewoonte van zou maken om, na voortdurende schending, de secretaris-generaal te laten onderhandelen over getroffen strafmaatregelen blijft van de autoriteit van de volkerenorganisatie niets over. Ook na Saddams verovering van Koeweit, aan de vooravond van de Golfoorlog, probeerde de toenmalige secretaris-generaal, overigens niet als enige, Saddam vreedzaam te overreden. Maar achter de diplomatieke coulissen werd toen de alliantie gesmeed die Irak uiteindelijk op de knieën dwong. Daarvan is nu geen sprake. De 'Angelsaksen' staan alleen.

De verdeeldheid ondermijnt niet alleen de Verenigde Naties, maar ook de Europese Unie. Frankrijk en Groot-Brittannië kunnen geen van beide worden gemist bij de ontwikkeling van een Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheids Beleid. Maar nu zij in een principiële zaak als de handhaving van het sanctiebeleid tegen Irak regelrecht tegenover elkaar komen te staan, heeft dat consequenties. In ieder geval is een gemeenschappelijk Europees standpunt in de Veiligheidsraad ver te zoeken.

OPMERKELIJK IS de nonchalance in Europa ten opzichte van de dreiging die van een land als Irak onder een bewind als dat van Saddam Hussein uitgaat. Niet de Verenigde Staten liggen in Saddams schootsveld. Het is alsof de Amerikanen zich meer bewust zijn van de gevaren dan Europa, een omstandigheid die moeilijk uit de geografie kan worden verklaard.

Onder de verschillen van aanpak ligt een fundamenteel geopolitiek onderscheid. Tot aan de Iraakse overval op Koeweit gold Saddam ook in Washington als een geloofwaardige barrière tegen het fundamentalisme in Iran. De Amerikanen zijn van die misrekening nog niet bekomen. Voor Fransen en Russen zijn inmiddels de Amerikanen zelf weer het grootste probleem. Saddam biedt hun een aanleiding om hun onafhankelijkheid tegenover de enig overgebleven supermogendheid te bewijzen. Die gelegenheid laten zij niet ongebruikt voorbijgaan. Tegelijkertijd bevorderen zij hun economische belangen.