Te dikke mannen

Een paar weken geleden was op de televisie het griezeligste programma in tijden te zien. Het was een aflevering van Diogenes, een documentair VPRO-programma, over 'Brussel' - tussen aanhalingstekens omdat het met de stad Brussel niets te maken had, maar geheel gewijd was aan het grote Europese regeren. 'Brussel' is een wereld op zichzelf. Diogenes deed een poging om ons iets van die wereld te laten zien en eigenlijk hoop ik dat dat programma van leugenachtigheid en verdraaiingen aan elkaar hing, want anders is het maar beter om meteen naar Australië te emigreren.

'Brussel', dat bestaat uit 'de Commissie' en 'de Raad' (zo spraken geïnterviewde Europarlementariërs erover, alsof ze het over geheimzinnige en onaanraakbare organen hadden) en verder uit talloze vergaderingen en kleinere commissies. Dat is een tamelijk onoverzichtelijk geheel en het kost enige tijd om uit te vinden wie men waarvoor moet hebben. Een Deense Europarlementariër vertelde over de soms ondoorzichtige besluitvorming en over het bloeiende lobbywezen. Zonder lobbyen komt niemand ergens. Lobbyen is een beroep, men kan lobbyisten huren. Voor Fiat, zo vertelde de Deen, werken net zoveel lobbyisten als voor alle milieubewegingen bij elkaar. Dat zegt iets over de verhoudingen. En over de toekomst.

Vervolgens sprak men met de woordvoerder van de industriële club die in Brussel vergadert, een ronde tafel van toplui van grote bedrijven zoals Daimler-Benz, Unilever, Philips en dergelijke. Allemaal rijke machtige mannen die eens in de zoveel tijd bij elkaar komen om over Europa te praten. Over onderwijs, milieu, handel, transport, over alles wat belangrijk is praten we, zei de woordvoerder. Omdat we denken dat deze mannen die een geweldige kennis hebben belangrijke dingen tegen Europa te zeggen hebben. En wat de status dan was van die gesprekken? Oh, zei de woordvoerder, aanbevelingen, meer niet. Geheel vrijblijvend. Maar even later bleek dat ze hun aanbevelingen altijd vrij gemakkelijk onder de aandacht van hoge regeringsfunctionarissen konden brengen, want iedereen kende wel iemand min of meer persoonlijk. Dus er werd in de praktijk nogal goed naar ze geluisterd. En wat ze dan wilden? Europa, zei de woordvoerder, wordt wel redelijk goed gerund, maar het kan beter, efficiënter. Europa kan welvarender worden, dat willen wij bewerkstelligen.

Nu, wie zou Europa niet welvarender willen. Maar door die efficiëntie, door dat praten over Europa alsof dat een van hun bedrijven was, klonk het niet prettig, niet alsof hij dacht aan werklozen, verslaafden, bejaarden, aan straatarme Griekse boeren, aan bedelende Franse invaliden, aan ploeterende Turkse arbeiders in Duitse fabrieken. Hij dacht meer in de trant van: wat goed is voor Unilever is goed voor Europa. De ideeën gingen meer in de richting van dat andere fijne plan, hier gelanceerd door Philips, 'het einde van de vaste baan', het 'levenslang leren', de 'employability'.

Wim Kok vond dat wel een geestig plan. Flexibel. Modern. Hij wist misschien niet dat het hier in Nederland al lang bestaat, aan de universiteiten. Daar worden al decennia lang werknemers aangenomen voor vier jaar, soms voor drie jaar en ze moeten zelf zorgen dat ze aantrekkelijk blijven voor een nieuw contract. De universiteiten bezuinigen, de aantrekkelijke werknemers bereiken een minder aantrekkelijke leeftijd en dan kan het gebeuren dat iemand op zijn vijftigste, ondanks levenslang leren, want zulke medewerkers promoveren ook altijd nog braaf tussendoor, toch niet meer zo erg 'employable' is. Jammer. Op naar het Arbeidsbureau voor omscholing.

Het is het gepraat van mensen die zeker weten dat ze zelf geen zorgen hoeven te hebben over hun employability. Die graag doen alsof bedrijven een soort moeders zijn die alleen maar hun kuikentjes zo snel mogelijk op eigen vleugels willen zien, in plaats van dat ze een manier hebben verzonnen om snel en goedkoop van oudere, duurdere, misschien langzamer geworden werknemers af te komen. Het griezelige eraan is dat het blijkbaar volkomen vanzelfsprekend wordt gevonden dat een 'gezond bedrijf', dat wil zeggen een bedrijf dat alles op alles zet om zoveel mogelijk winst te maken, sowieso voor ons allemaal het beste is. Dat daarbij slachtoffers vallen: spijtig. Ook van regeringswege kan steeds makkelijker op die manier gedacht worden, omdat het de bedoeling is dat die slachtoffers niet langer voor rekening van de overheid komen. Ze moeten zichzelf verzekeren tegen dit soort ongeluk. Alweer een stapje dichter bij zelfstandigheid en zelfbeschikking. Zelfstandige zieke bejaarden beheren voortaan een eigen zo goed als non-existent budget. Hoera.

Natuurlijk is het niet zo dat die belangrijke te dikke mannen om hun ronde tafel (of de Cor Boonstra's van deze wereld die met een vastberaden gezicht over de Philips-verhuizing naar Amsterdam weten uit te brengen: 'Om emoties gaat het hier niet' - och arm) uitsluitend het slechte met ons voor hebben. Welnee. Ze zien ons graag in welstand ons geld laten rollen. Maar hun geluk is het mijne niet, en zeker is het niet het geluk van wie niet 'employable' is en dat ook nooit (meer) zal worden. Ook is het niet het geluk van wie wel eens buiten wil wandelen zonder een belangrijke handelsverbinding op de achtergrond te horen zoeven, of van wie een onrendabele letterenstudie wil volgen, of van onderzoekers die wel eens precies zouden willen weten hoe iets werkt zònder dat een industrie op de resultaten zit te wachten.

Maar in 'Brussel' worden die andere geluiden wat minder goed gehoord, want die hebben een zwakker spreekkoor. In 'Brussel' is men heerlijk bezig Europa te runnen, daar slaan zware industriëlen elkaar goedkeurend op de schouder als ze weer een gedurfd plan hebben verzonnen waardoor hun producten nog sneller, nog ongehinderder, nog rendabeler over heel Europa kunnen worden verspreid.

Waarschijnlijk was dit Diogenes een speelfilm van een zwartgallige kunstenaar. Of anders een karikatuur. Allemaal hoogst overdreven. Je weet toch hoe ze dat doen bij de VPRO: alles uit zijn verband rukken, linkse praatjes verkopen, altijd negatief zijn, nooit eens opbouwend. Er is niets van waar. We kunnen gerust gaan slapen. En op een dag worden we wakker, en dan is Europa ineens heel welvarend. Dat hebben die mannen dan geregeld.