Patstelling tussen Saddam en de wereld blijft in stand

President Saddam Hussein saboteert het werk van de ontwapeningscommissie van de VN weer. Maar het ziet er niet naar uit dat zijn nieuwste uitdaging iets oplost.

AMSTERDAM, 3 NOV. De Iraakse president Saddam Hussein wil twee vliegen in één klap slaan. Hij presenteert zich opnieuw als de enige Arabische leider die het lef heeft rechtstreeks tegen de Verenigde Staten in te gaan. En, voor de zoveelste maal, saboteert hij de werkzaamheden van UNSCOM.

Deze speciale VN-commissie werd op aandrang van de VS door de Veiligheidsraad na de Golfoorlog van 1991 opgezet, met als opdracht alle Iraakse massa-vernietigingswapens te ontmantelen. Volgens artikel 22 van Veiligheidsraad-resolutie 687 vervalt het door de Raad bindend opgelegde olie-embargo pas als UNSCOM bevestigt dat Irak niet langer massa-vernietigingswapens en raketten heeft met een bereik van meer dan 150 km, en deze ook niet langer produceert.

Irak werkte UNSCOM in de afgelopen zeseneenhalf jaar van haar bestaan op alle mogelijke manieren tegen. Permanent met leugens over zijn voorraad nog bestaande wapens en ballistische raketten, en van tijd tot tijd met fysieke bedreigingen van de UNSCOM-inspecteurs. Als zij iets op het spoor kwamen, werden zij tegengehouden.

Eigenlijk is de huidige crisis dus niets bijzonders. Alleen stond UNSCOM ditmaal - aldus inspecteurs van de commissie, die anoniem willen blijven - op het punt beslag te leggen op een gigantische hoeveelheid zenuwgas, met name het zeer gevaarlijke VX, dat Irak voortdurend ontkent te bezitten.

Saddam wil onder geen beding zijn chemische en biologische wapens kwijt, nu hij volgens het rapport van 11 oktober van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) niet langer over atoomwapens beschikt. Dat was een van de redenen waarom hij besloot tot een nieuw offensief tegen UNSCOM.

Dus verklaarde hij de Amerikaanse UNSCOM-inspecteurs en -technici tot spionnen en agenten van de CIA. Zij mogen niet langer in Irak werken. Want zij zouden voortdurend - tegen alle mondelinge afspraken in met het hoofd van UNSCOM - de eer en soevereiniteit van Irak schenden door toegang te eisen tot militaire bases die vlakbij de presidentiële garde of de geheime politie zijn gevestigd.

Wat denkt Saddam, afgezien van veel publicitaire aandacht, met dit offensief te bereiken? Er is immers geen enkel vooruitzicht dat UNSCOM het vereiste rapport van goed gedrag afgeeft, waardoor het olie-embargo wordt opgeheven.

Uit de verklaringen van zijn naaste omgeving blijkt dat hij handelt uit een combinatie van wanhoop en overmoed. Zijn halfbroer, Barzan Takriti, die ambassadeur bij de VN in Genève is en tevens het buitenlandse vermogen van de president belegt, vergeleek Irak met “een bak ijsblokken onder de zon, die met de dag wegsmelten”. Het was - zei hij - “de taak van de Iraakse overheid actie te ondernemen tegen pogingen deze situatie te bestendigen”.

Maar volgens de Iraakse minister van Buitenlandse Zaken, Said el-Sahhaf, had zijn land tien dagen geleden een grote “overwinning” behaald. Toen hadden vijf leden van de Veiligheidsraad van de VN geen steun gegeven aan een sterk verwaterde resolutie, die Irak waarschuwde dat, als het verder weigert met UNSCOM samen te werken, er vanaf 12 april een reisverbod naar het buitenland wordt ingesteld voor Iraakse hoge functionarissen. Bovendien wordt dan de beslissing om de sancties te handhaven niet langer elke twee maanden genomen, zoals nu, maar elk half jaar. Deze vijf landen (Frankrijk, Rusland, China, Egypte en Kenia) hadden weliswaar niet tegengestemd, maar zich van stem onthouden.

Tijdens het debat herinnerden de vertegenwoordigers van Frankrijk en Rusland eraan dat er de afgelopen jaren 860 inspecties in Irak waren uitgevoerd met “slechts” zes incidenten, die geen nieuwe sancties rechtvaardigden. De Amerikaanse VN-ambassadeur Bill Richardson, draaide hun argument om: “Het is alsof ik zou zeggen: ik ben 860 maal een bank binnengegaan, maar heb die slechts zesmaal overvallen”.

Niet bekend

Ook ditmaal werd hij op het verkeerde been gezet, toen de drie permanente leden van de Veiligheidsraad (Frankrijk, Rusland en China) zich - in dienst van hun economische belangen - zo welwillend tegen hem opstelden. Vandaar de zure opmerking van de Britse VN-ambassadeur John Weston: “Sommige van onze collega's denken dat olie dikker dan bloed is”.

President Clinton zit nu met een probleem. Zowel de Republikeinen als de Democraten in het Congres vinden dat hij hard moet optreden, eventueel zelfs militaire actie moet ondernemen. Maar Frankrijk, Rusland en China hebben al laten weten dat zij dat absoluut afwijzen. Ook de Arabische wereld is tegen elke vorm van militaire afstraffing. Alle Arabische leiders, inclusief Saddams vijanden, denken dat dit contra-productief is en voor Saddam alleen maar zeer gunstig.

“De stemming is omgeslagen”, zegt een gevluchte Iraakse politicoloog. “In 1990 ging het erom dat een soeverein Arabisch land door Irak was overvallen. Dat was onacceptabel voor veel Arabieren - hoewel lang niet voor alle, omdat Koeweit bepaald niet geliefd was. Nu is iedereen ervan overtuigd dat het Iraakse volk de dupe is geworden van de VN-sancties en dat de mensen bij duizenden sterven door gebrek aan voedsel, medicijnen en schoon water. Het is waar dat Saddam zich daar niets van aantrekt. Maar bijna alle Arabieren geloven dat het 'zionistisch-Amerikaanse duo' mede-Arabieren in Irak uitroeit om Israel ter wille te zijn. Daarom kan geen enkele Arabische leider het zich veroorloven militair geweld tegen Irak goed te keuren - zeker nu overal in de Arabische wereld de anti-Amerikaanse sentimenten weer in volle bloei zijn.”

Dat is voldoende reden voor die Arabische landen die sterk van de VS afhankelijk zijn, om de huidige crisis als niet zo relevant af te schilderen. Egypte bij voorbeeld. Osama al-Baz, een van de belangrijkste adviseurs van president Mubarak op buitenlands gebied, zei een paar dagen geleden dat “de zaak niet zó ernstig is dat ze niet geregeld kan worden. Het is een beperkt probleem.”

UNSCOM daarentegen beschouwt de kwestie als van levensbelang. Al een half jaar geleden waarschuwde dr. Koos Ooms, die namens Nederland in UNSCOM zat, voor de volgende crisis. Hij en zijn collega's zijn ervan overtuigd dat als de biologische en chemische wapens van Irak niet worden ontmanteld, Israel en Saoedi-Arabië de volgende doelwitten zijn van Saddams frustraties en zucht tot overheersing.

Ook de Franse en de Russische diplomatie zijn zich ervan bewust dat zij Saddam niet ongestoord zijn gang kunnen laten gaan. Want als zij UNSCOM afvallen, zou dat het gezag van de Veiligheidsraad zeer ernstig schaden.

Maar tevens staat vast dat militaire actie niets zal oplossen. Een aanval te land is ondenkbaar, omdat de geallieerde coalitie die Koeweit in 1991 bevrijdde, uiteen is gevallen. Amerikaans-Britse bombardementen met bijvoorbeeld kruisraketten maken Saddam niets uit. Zij zouden alleen maar de anti-Westerse sentimenten verder opstoken en Saddams faam als Arabische held vergroten.

Dus blijft zowel de vijanden als de beschermers van Saddam in de Veiligheidsraad weinig anders over dan tot reissancties te besluiten tegen individuele hoge Irakezen en de economische boycot van Irak wat langer te handhaven. Daarmee blijft de nu al jaren bestaande pat-stelling tussen Saddam en de wereld behouden.