Kou voorkomt droomtijd bij afscheid van stadion

AMSTERDAM, 3 NOV. Het Olympisch Stadion was gisteren geen vrolijk afscheid gegund. Het was er kil en koud bij de aankomst van de deelnemers aan de marathon van Amsterdam. De mist deed weliswaar denken aan een van de legendarische avonden in het stadion, Ajax-Liverpool uit 1966, maar de weersomstandigheden verpestten tijdens de marathon wel de mooie plannen van organisatoren en lopers.

Het zicht was te gering voor de helikopters met de tv-camera's om de lucht in te gaan zodat de rechtstreekse uitzending op Eurosport niet kon doorgaan. En het was te koud voor hele scherpe tijden en voor een feestelijke sfeer. Ook nu hadden de Amsterdammers maling aan de duizenden dappere marathonlopers in hun stad. Ze vonden hun aanwezigheid eerder storend door de vele afsluitingen en omleidingen. Het was, op een paar plekken in het centrum na, stil langs het parcours en in het stadion.

Die treurige aanblik was symbolisch voor de laatste levensjaren van het Olympisch Stadion. Deze week wordt begonnen met de drastische renovatie van de verwaarloosde steenklomp. Dus had de Stichting Olympia Sirene voor deze gelegenheid pamfletten op de oude pilaren geplakt. Daarin stond een eerbetoon aan het bejaarde stadion: “Te vaak is er gescholden op het verweerde beton.” De stichting vroeg de mensen niet te vergeten dat “het stadion waar iedereen kwam” voor vele mooie gebeurtenissen had gezorgd.

Een toptijd op de marathon zou ook een passende afsluiting voor het oude Olympisch Stadion zijn geweest. Dat bleek gisteren niet onmogelijk. Heel lang liep een groep Kenianen zelfs onder het schema van het wereldrecord (2.06,50 uur). Pas na zo'n 35 kilometer werd duidelijk dat het toch geen droomtijd zou worden. “Het miljoen blijft in de brandkast”, schreeuwde de speaker in het stadion.

Er werd gisteren veelvuldig herinnerd aan de premie van miljoen gulden die de winnaar zou krijgen als hij de beste jaarprestatie zou lopen. De Kenianen, inclusief hun gangmakers, hadden afgesproken dat ze het geld zouden verdelen. Ze werkten perfect samen, deden afwisselend het kopwerk en gaven elkaar de drinkbussen door. Maar toen ze voor de tweede keer op het Damrak kwamen, konden de lange Charles Tangus en de debuterende Paul Yego hun ijzersterke landgenoot Sammy Korir niet meer bijhouden.

Korir hield het tempo er in. Toch slaagde hij met zijn 2.08,24 net niet, zoals hij vooraf had aangekondigd, zijn persoonlijk record te verbeteren. De 25-jarige winnaar is een man van heel weinig woorden, maar hij maakte na de race verscheidene malen fluisterend duidelijk dat het te koud was geweest om echt snel te lopen. In het begin van de wedstrijd gaf de thermometer vijf graden aan, later werd het één graadje warmer. “Was het zó koud? Dat wist ik niet! Nee, dat is veel te koud”, oordeelde Jos Hermens naderhand.

Zelf volgde Hermens de marathon goed ingepakt achter op de motor zodat hij de atleten af en toe een aanwijzing kon toeschreeuwen of een drinkfles kon aanreiken. De organisator vreesde al tijdens de wedstrijd dat er vooral in de tweede vijf kilometer een veel te hoog tempo was gelopen. Hermens maande de Kenianen in hun eigen taal tot rust - pole, pole, pole - maar veel hielp het niet. “Ze waren niet te houden. Ze wilden dat miljoen!”

Korir verbeterde nog wel het stokoude parcoursrecord van Gerard Nijboer die in 1980 2.09,01 liep. Vlak achter de finishlijn feliciteerde de huidige bondscoach zijn opvolger Korir met zijn prestatie. Nijboer had er geen moeite mee dat hij zijn record kwijt is. “Dat interesseert me helemaal niets”, zei hij. “Ik was nooit zo'n tijdenloper. En voor Amsterdam is het alleen maar goed dat er zo'n mooie tijd is gelopen. Met betere omstandigheden had er zelfs 2.07 of misschien wel 2.06 ingezeten.”

Alle atleten hadden het te koud gevonden, maar loofden na afloop wel uitgebreid het parcours in de hoofdstad. Dergelijke vlakke wegen maken ze weinig mee bij de vele marathons in de hele wereld. En dan nemen ze de in Nederland zo populaire verkeersdrempels graag op de koop toe. Bovendien lopen de deelnemers in Amsterdam vaak beschut tussen de gebouwen en huizen. Maar om optimaal van die positieve punten te kunnen profiteren, zou het warmer en helderder moeten zijn dan gisteren. Hermens vertederend tot winnaar Korir: “Sorry Sammy, voor het slechte weer. Maar volgend jaar proberen we het weer.”

Het liefste wil de organisatie in de toekomst de marathon in oktober in plaats van in november laten lopen, maar het verzoek daartoe werd vooralsnog afgewezen door de atletiekunie. Het is de bedoeling dat het parcours voorlopig hetzelfde blijft. Volgend jaar zal er worden gefinisht voor het Olympisch Stadion dat dan voor een deel is afgebroken. Nu was de eindstreep nog binnen de poorten getrokken. Op het middenterrein brandde een soort olympisch vuur. Weinigen hadden er oog voor. Wie was gefinisht, zocht, verkleumd en vermoeid, snel met de aanwezige familieleden en vrienden de warmte op van de atletentent, de auto of een café in de omgeving. Daardoor moesten de laatste dapperen hun slotmeters in een trieste stilte afleggen.

Op een verlaten plek aan de buitenzijde van het stadion, uren na de finish van Korir, beschilderde een Amsterdammer een van de muren. Nadat hij aan de wedstrijd over tien kilometer had meegedaan, zag hij een paar potten verf staan. Het was, zo zei hij, als een bal die hij wel een trap móest geven. Hoewel hij 25 jaar geen kwast had aangeraakt, zag de tekening er fraai uit. Het zorgde zo waar nog voor wat vrolijkheid op deze grauwe dag. “Misschien als het stadion eerder was geschilderd, was de waardering groter geweest”, stond er op het pamflet van Stichting Olympia Sirene te lezen.

    • Hans Klippus