Kinderen wensouders missen identiteit

De verwikkelingen rond de Engelse draagmoeder hebben volgens René Hoksbergen duidelijk gemaakt welke risico's ouders lopen die ongewild kinderloos zijn en daar wat aan willen doen. Een pleidooi voor een groter ethisch bewustzijn.

De moderne voortplanting blijft ons bezighouden. Steeds weer worden we verrast met nieuwe gebeurtenissen en ontwikkelingen. De Engelse draagmoeder, Karen Roche, die dit jaar fors in het nieuws is geweest, heeft het aanvankelijk voor een Nederlands echtpaar gedragen kind nu kortgeleden ter wereld gebracht. Maar wat er met dit met behulp van de Nederlandse vader verwekte kind gaat gebeuren, weten we nog niet. Het touwtrekken is begonnen. En sinds in 1978 het eerste kind via 'in vitro fertilisatie' (IVF) is geboren, zien we ook bij deze techniek steeds nieuwe vondsten. Een moeder in een Aziatisch land kreeg via IVF twee embryo's in haar baarmoeder geplaatst. Het ene embryo ontwikkelde zich tot een jongetje. Jammer was echter dat het andere embryo een ééneiige tweeling van het vrouwelijke geslacht was. Dat was wat te veel van het goede, daarom werd dit kind voor adoptie afgestaan.

Het aanbod van nieuwe mogelijkheden om dat zo zeer begeerde kind te krijgen bepaalt in hoge mate de vraag. Wat er ook wordt aangeboden, zoals het gebruik van zwak zaad van onvruchtbare mannen via de ICSI-methode, sommigen zullen zich aan elke laatste strohalm vastklampen. De mogelijkheid om zaad- en eicel in een laboratorium tot een mens in wording (embryo) te brengen en de vaststelling, via het natuurlijke experiment, dat ook oude baarmoeders zich voor de kunstmatige implantatie lenen, heeft veel technische deuren naar de voortplanting geopend. En de geslachtsloze voortplanting via klonen komt er nog aan. Is het niet in ons land, dan toch vast ergens anders.

Natuurlijk leiden al deze nieuwe ontwikkelingen soms tot uitwassen. Als de mens iets vreselijk graag wil, gaan sommigen van ons door roeien en ruiten. Er zijn dus al baarmoeders te huur, vrouwen gaan naar welk land dan ook om maar een of andere medische techniek te gebruiken waartegen in ons land nog grote bezwaren bestaan, of ze maken gebruik van de armoede of hebzucht van vrouwen die hun vruchtbaarheid te gelde maken.

Minister van Volksgezondheid en nu ook lijsttrekker van D66, Borst, heeft kennelijk niet zoveel moeite met het (voorlopig nog) niet-commerciële draagvrouwschap. Op voorstel van Borst is de Tweede Kamer akkoord gegaan met het fenomeen draagvrouwschap. Daarmee is ook in ons land een stap verder gezet in de richting van 'het kind op bestelling'.

Waartoe dit alles kan leiden, is al vele jaren bekend. Zo beschrijft de Amerikaanse Mary Beth in haar biografie Birth Mother uit 1988, hoe zij jarenlang door diepe depressies ging. In 1980 was ze, uiteraard begeleid door veel tam tam in de media, de eerste Amerikaanse commerciële draagvrouw geworden. Vijf jaar later echter richtte zij de Coalition against Surrogacy (Vereniging tegen draagmoederschap) op en hield ze overal in de wereld felle betogen tegen deze praktijk. Proefondervindelijk had ze vastgesteld wat de ontwikkelingspsychologie en de pedagogiek haar allang onomstotelijk duidelijk hadden kunnen maken: tijdens de zwangerschap ontstaat er een band tussen moeder en kind. Het afstaan van een kind blijft je veelal achtervolgen.

Draagmoederschap en afstandsmoeder zijn is niets anders dan het verplaatsen van verdriet. Allereerst van de 'wensmoeder' naar de draag/afstandsmoeder, en later naar het geboren kind. Dit worstelt met zijn afgestaan, weggedaan zijn.

Aan het kind wordt veel te weinig gedacht, ook door onze minister van Volksgezondheid. Is hier soms weer sprake van het fenomeen 'politieke correctheid'? Wat zijn de latere medische en psychologische gevolgen van de kunstmatige verwekking en het oordeel van het kind over de plaats van de draagvrouw in zijn leven? Hoe zou bijvoorbeeld het kind van de Engelse draagvrouw Karen Roche het later vinden als hij hoort dat hij eerst bedoeld was voor een Nederlands echtpaar, toen werd overgeheveld naar een Engels echtpaar, dat ook abortus niet was uitgesloten en dat zijn biologische vader een Nederlander is die bereid was veel geld voor hem neer te leggen?

Als Borst denkt dat 'haar' vorm van draagmoederschap waarbij eicel en zaadcel van de wensouders zijn, niet tot vergelijkbare uitwassen zal leiden, heeft zij nog niet genoeg studie gemaakt van gangbare menselijke eigenschappen. Zo veronderstelt ze dat de draagvrouw een wensmoeder naar de geschiktheid voor de opvoeding van haar kind kan beoordelen en dat de draagvrouw niet op haar besluit zal terugkomen. Dat dit niets meer dan vrome wensen zijn, moge duidelijk zijn uit de vele voorbeelden die op het tegendeel wijzen. Het is bekend dat de noodzakelijk in te schakelen gynaecologen zich zoveel mogelijk hoeden voor een oordeel over niet-medische aspecten rond de voortplanting. Vandaar dat vruchtbaarheidsklinieken in de Verenigde Staten contracten afsluiten om zich teweer te kunnen stellen wanneer het misgaat, zoals met baby Jonathan. Deze stierf ruim een maand na zijn geboorte als gevolg van mishandelingen door de wensvader. De kliniek werd door de draagmoeder aangeklaagd vanwege het niet beschermen van de veiligheid van haar kind.

Het kan ook bij de draagvrouw volledig misgaan. Zij wil het kind zelf houden of brengt een gehandicapt kind ter wereld door gebruik van overmatige hoeveelheden alcohol, drugs of bepaalde medicijnen. Of ze vraagt alsnog veel geld, bijvoorbeeld omdat de zwangerschap uitermate moeilijk verloopt. Zo extreem als het met Jonathan is gegaan, is natuurlijk uitzonderlijk. Maar hoe zullen kinderen de verwekking via IVF en het inschakelen van een draagvrouw beleven. Zou dit niet problemen gaan veroorzaken voor hun gevoel van mens zijn, hun identiteit? Als een verplaatsbaar pakketje zijn ze in een willekeurige baarmoeder geïmplanteerd en vervolgens opnieuw verplaatst naar zogenoemde wensouders.

Misschien zijn dit wel heel goede ouders, nadat ze hun verwachtingen over het grote geluk dat een kind brengt, genormaliseerd hebben. Maar misschien blijft het toch knagen, zowel bij deze wensouders als bij de draagvrouw. Al heeft de laatste misschien haar eicel bij de transactie niet ingebracht, misschien wil ze toch contact houden met 'haar kind'.

Mij bekruipt weleens de gedachte dat IVF als een tijdbom onder de menselijke voortplanting ligt, omdat je met het ontstane embryo bijna alle kanten op kunt. De moderne voortplanting, het draagvrouwschap leggen eenzijdig de nadruk op de kinderwens van de ouder(s). Over de belangen van het desbetreffende toekomstige kind wordt zelden gesproken, behalve dan in termen van medische risico's.

Het is van groot belang dat in internationaal verband zo spoedig mogelijk tot wet- en regelgeving wordt gekomen. De euforie van onderzoekers die weer een nieuwe techniek hebben ontdekt dient intensief begeleid te worden door de kritische blik van ethici, psychologen en pedagogen.

Draagvrouw Roche heeft met haar chaotische en in alle opzichten onethische acties misschien toch wel enig nut gehad. In één klap is glashelder geworden met welke voetangels en klemmen het draagvrouwschap kan samengaan.

De steekwoorden preventie, ethiek en technologie zijn bij het denken over de voortplanting zeer ter zake. Nederland scoort het hoogst waar het gaat om preventie van ongewenst zwangerschappen. Misschien kunnen wij ook een voorbeeld zijn waar het gaat om de preventie van het op een ongewenste manier te lijf gaan van ongewenste kinderloosheid door meer nadruk te leggen op de ethiek bij de toepassing van de medische technologie. Daarmee stellen we het belang van onze nakomelingen centraal en handelen we werkelijk in het belang van het kind.

    • René Hoksbergen