Indonesië en het IMF

DE ECONOMISCHE HULPBRIGADE is weer uitgerukt. Indonesië zal met een noodpakket van in totaal drieëntwintig miljard dollar ondersteund worden. De financiële hulp is gekoppeld aan aanpassingsmaatregelen waarop het Internationale Monetaire Fonds (IMF) toezicht uitoefent. Volgens officiële verklaringen is de hulp louter bedoeld om het vertrouwen in de roepia, de Indonesische munt, te herstellen. In werkelijkheid gaat het om het oplappen van een ernstig verzwakte en verziekte economie.

Na Thailand (17,2 miljard dollar in juli) is Indonesië het tweede land in Zuidoost-Azië dat zijn toevlucht zoekt bij het IMF. Het gaat om het grootste financiële reddingspakket na dat van Mexico in 1995. De marktreacties waren vandaag positief: de roepia krabbelde op en de Aziatische aandelenbeurzen haalden opgelucht adem.

In de Zuidoost-Aziatische crisis begint zich geleidelijk een patroon af te tekenen. Nu economische wantoestanden, die jarenlang werden afgedekt met een verwijzing naar de groeipercentages van het Aziatische wonder, in volle omvang aan het licht komen, maken de Westerse mogendheden achter het schild van het IMF en de Wereldbank van de gelegenheid gebruik om orde op zaken te stellen. Behoorlijk bestuur, doorzichtigheid van de markt, afbraak van economische privileges, opschorting van megalomane projecten en sanering van de met overheidsgelden overeindgehouden financiële sector - daar gaat het nu om. Dergelijke aanpassingen komen evenwel rijkelijk laat en in ieder geval is kritiek op het economische beleid van de Aziatische tijgers veel te lang afwezig geweest. En het valt nog te bezien of de hervormingen werkelijk worden doorgezet.

NEDERLAND HEEFT een historische band met Indonesië. Maar bij de aanpak van de ernstigste economische crisis in Indonesië sinds de onafhankelijkheid en bij de totstandkoming van dit grootste hulpproject dat ooit voor Indonesië in elkaar is gezet, is Nederland niet betrokken. Japan, Singapore, Maleisië, Hongkong, Australië en de VS zijn bereid aanvullende steun te verstrekken. Volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag is het zelfs een “non-vraag” om te informeren naar een Nederlandse inbreng. Dat is waar ook: als gevolg van drammerig ervaren optreden van minister Pronk heeft Indonesië in 1992 de ontwikkelingsrelatie met Nederland verbroken. Een afgeleid gevolg hiervan is dat Nederland nu volledig buiten spel staat en niet is geconsulteerd. Een laatste brokje invloed is daarmee verloren gegaan.