Heide

Vlotte praters zijn de Nederlanders zeker, onderhoudend, humoristisch, enthousiast met een feeling tot overtuigen? Als toehoorder voelt de Belg zich de mindere. Hij luistert minzaam, stug, is gesloten, een gevolg van eeuwen onderdrukking vanuit alle windstreken, zegt men. We kruipen in de schelp, voelen onze nietigheid en beamen meer uit gemakzucht dan uit overtuiging. Ja, ja, zeggen we.

Want dat moet iedereen toegeven: welbespraaktheid en overredingskunst sieren hem. Wie bij ons zegt: “Fietsen? Wat zou ik? Klimmen kan ik niet, dalen durf ik niet en op 't vlakke is 't de moeite niet.” Aan zo'n man kan men premies geven en er raad aan toevoegen, die krijgt men nooit de fiets op.

Niet zo in Nederland: voor het klimmen zou men klaar staan voor een 'clinic' twee dagen lang, voor het dalen zou men een geheel verzorgd weekend in de Ardennen aanraden en voor de vlakte zou men verhalen aanhalen van cursisten alom, strijdvaardige opa's in herinnering brengen en vooral die schitterende handleiding aanbevelen. En die man gaat fietsen, zeker weten.

We houden ons hart vast wanneer een welbespraakte Nederlandse hier een winkel betreedt en de winkeldame overdondert met vragen, allerhande vragen, die encyclopedisch moeten beantwoord worden. Tegenover die verbale wervelstorm gepast weerwerk bieden is geen simpele opgave.

Onlangs op een van die gezellige babbels met Nederlanders en Belgen, haalde een inwijkeling fors uit over het geroemde poldermodel en terecht want de ganse wereld komt zowaar kijken. Veel commentaar en weerwerk had hij dan ook niet te verwachten. Het visueel applaus was al op, toen een anders bescheiden Belg inhaakte en zei: “Wij hebben ook een model, een heidemodel. De polder is rijk en mooi, maar eentonig en strak. Ons heidemodel is arm, maar gevarieerd en kleurrijk. Trekt overigens veel meer kijkers dan jullie polders.”

Waren wij even fier dat iemand uit de massa het voor ons opnam, karig met woorden maar ad rem.

    • Leo Suykerbuyk