Duursport zit de familie Kuper in het bloed

Assen was zaterdag het toneel van het NK wintertriatlon. Onder de deelnemers vader Harm en zoon Arjen Kuper uit Exloo. Concurrenten van elkaar zijn ze niet, want Arjen is Harm voorbijgestreefd.

ASSEN, 3 NOV. Vervuld van trots keek Harm Kuper uit Exloo zaterdagmiddag hoe zijn zoon Arjen de tweede tree van het erepodium beklom na afloop van de wintertriatlon in Assen. De vijftigjarige Harm beëindigde de wedstrijd op een respectabele 22ste plek. Zijn zoon deed het stukken beter met een achterstand van vijf minuten op winnaar Marcel Snippe. Een verdienstelijke plaats, want Kuper is pas 21 en zijn topjaren liggen nog in het vooruitzicht.

Duursport zit de familie Kuper in het bloed. Vader Harm begon op jeugdige leeftijd met hardlopen. “Ik kon ook niet anders, want ik groeide op in het afgelegen plaatsje Boertange. Daar had je geen sportverenigingen. In de winter ging ik altijd schaatsen, maar 's zomers moest ik wat anders verzinnen.” Op de Mulo en de HBS schreef Harm zich een paar keer in voor wedstrijden over vijf kilometer. “Dat vond ik hartstikke leuk en toen heb ik me maar aangemeld bij een atletiekvereniging.”

De passie voor duursport sloeg over op zijn beide zoons. Ubbo schaatst tegenwoordig mee in het A-veld van de marathonschaatsers en Arjen sleept geregeld prijzen in de wacht bij duatlons en schittert zo nu en dan ook bij de wintertriatlons. Vorige week pakte hij in Amsterdam nog de eerste plaats, hoewel de top van de Nederlandse wintertriatleten daar ontbrak. “Ik vond het een ideale voorbereiding op Assen”, vertelt Arjen. “Maar ik begrijp goed dat anderen zich daar niet laten zien. Ze sparen hun krachten voor het NK en spelen verstoppertje.”

Voor vader Harm was het zaterdag de dertiende wintertriatlon in Assen. “Alleen de eerste keer was ik er niet bij. Ik hoorde pas van het bestaan van het evenement toen ze er op de tv aandacht aan besteedden. Ik heb gelijk een foldertje aangevraagd. Mijn buurman was lid van de triatlonvereniging in Stadskanaal en ik heb me toen ook aangemeld. Ook mijn oudste zoon ging vaak mee.”

De afgelopen jaren sleepten de Kupers heel wat prijzen mee naar Exloo. Zowel Arjen als Ubbo won twee keer het junioren NK en Harm kroonde zich twee keer tot winnaar bij de veertigplusser en drie keer bij de 45-plussers. Dit jaar moest de familie het doen met twee tweede plaatsen. Arjen bij het NK alle categorieën en Harm bij de vijftigplussers. Ubbo waagt zich niet meer aan de triatlon. Die heeft zich een paar jaar geleden volledig gericht op het marathonschaatsen.

Arjen en Harm waren dik tevreden met de prestatie in Assen. Ruim veertig minuten na zijn zoon kwam Harm Kuper over de streep met een snellere tijd dan vorig jaar. “Het grootste plezier van triatlon is het halen van de eindstreep. Het is erg zwaar. Vooral aan het fietsen is geen lol te beleven met dit koude weer.”

Harm kan zijn zoon niet meer bijhouden. “Ik denk dat de rollen drie jaar geleden zijn omgedraaid. Toen ging ik Arjen bij de wintertriatlon nog tijdens het fietsen voorbij. Ik werd toen vijfde en hij achtste. Daarna heeft hij me in snel tempo ingehaald. Dat moet ook, want het zou niet best zijn dat ik op mijn leeftijd nog sneller was dan hij. Tijdens wedstrijden wil ik het liefst zo dicht mogelijk in de buurt blijven. Ik lever wel strijd, maar ik laat me niet door hem opjutten.”

Harm ziet zijn zoon niet als een concurrent. Bij Arjen ligt dat toch een beetje anders. “Vroeger liep en fietste ik wel met mijn vader. Dan was het toch een stimulans om hem bij te houden of voorbij te gaan. Er is sprake van een gezonde rivaliteit.”

Zaterdag was geen sprak van rivaliteit. Beide mannen reden hun eigen race en bemoeiden zich niet met elkaar. Na afloop was er meer strijd. Harm: “Toen we thuiskwamen, kreeg ik van Arjen op mijn kop. Ik zou bij het schaatsen niet snel genoeg aan de kant zijn gegaan toen hij me wilde inhalen. Je bent ook zo geconcentreerd met de wedstrijd bezig.” Arjen: “Ach, dat hinderen viel ook wel weer mee. Dat hoort bij de wedstrijd.”

Harm piekert er niet over zijn zoon te helpen tijdens de race. Hij zal bijvoorbeeld niet zijn schaats uitsteken als een concurrent van Arjen voorbij komt. “Wel probeer ik een beetje op de hoogte te blijven van zijn prestatie. Met Ubbo heb ik dat ook. Tijdens de Elfstedentocht was ik bang dat Ubbo zou vallen. Toen ik hoorde dat hij het donkere deel had overleefd, viel er een last van mijn schouders. Hij werd uiteindelijk achttiende.”

Vader Kuper is trots op zijn zoons. “Toen ze opgroeiden hoopte ik toch dat één van hen in de duursport terecht zou komen. Mijn ideaalbeeld van de kinderen is uitgekomen.”