De Randstad is ook gebaat bij investeringen elders

We staan aan de vooravond van een nieuw millennium en er is weer ruimte voor investeringen. Geen wonder dat de toekomstige inrichting van ons land, een investeringsvraagstuk bij uitstek, weer volop in de belangstelling staat. Zowel op lokaal als nationaal niveau wordt erover gedebatteerd door de overheid, de verschillende maatschappelijke groeperingen en het bedrijfsleven.

De nadruk ligt tot nu toe echter op de Randstad. Daar zijn de problemen natuurlijk ook het grootst: Schiphol, files, tweede Maasvlakte, HSL, het Groene Hart. Maar dit miskent wel de samenhang met de ontwikkelingen elders.

Problemen in de Randstad kunnen ook elders worden aangepakt. Wat het westen van het land nu opbreekt, is voor een belangrijk deel een kwestie van 'te veel in een te kleine ruimte'. Of het nu gaat om Schiphol, de files of de Maasvlakte, er is geen ruimte om alle groei op te vangen. Alleen door ingrijpende (en dus kostbare) aanpassingen van de infrastructuur lijkt verdere groei nog mogelijk.

Los van de vraag of dit voor de lange termijn een verstandige strategie is, draagt een dergelijke groei ook niet bij aan de leefbaarheid van de Randstad. Niet dat er niet meer in de Randstad geïnvesteerd hoeft te worden, integendeel. Maar er moet wel worden nagegaan in hoeverre elders in Nederland oplossingen voor de Randstad-problematiek mogelijk zijn. Het moet niet zo zijn dat locaties voor verdere ontwikkeling afvallen omdat ze te ver van de Randstad en dus van haven en vliegveld zouden liggen.

De overheid kan de economische ontwikkeling van perifere locaties niet afdwingen. Dat leert het verleden (Eemshaven, Moerdijk). Maar ze kan wel aansluiten bij reeds in gang gezette ontwikkelingen. Zo heeft de toenemende druk op de Randstad op dit moment al overloop tot gevolg. Steden als Zwolle, Deventer, Enschede, Den Bosch, Arnhem en Nijmegen mogen steeds vaker bedrijven uit de Randstad verwelkomen. Het gaat daarbij niet om multinationals, maar om bedrijven die een bovenregionale functie hebben en waarvoor een goede bereikbaarheid essentieel is.

Geen wonder dat ze hun heil elders zoeken. De rijksoverheid zou deze ontwikkeling dan ook moeten erkennen, stimuleren en in goede banen leiden. Dat verlicht de druk op de Randstad, waar weer ruimte ontstaat voor de vestiging van multinationals, die (Philips) een voorkeur voor dit centrum zullen blijven houden. En het verdeelt de economische groei.

Voorwaarde hiervoor is dat de middelgrote steden bereikbaar blijven. Door de voortdurende nadruk op de Randstad en de ogenschijnlijk luxe situatie van de andere steden bestaat nu het gevaar dat deze laatste zonder extra investeringen dichtslibben, waardoor de bedrijvigheid nog verder (tot over de grenzen) wegvloeit.

Alleen door tijdig in de bereikbaarheid over de weg en over het spoor te investeren, kunnen de middelgrote steden hun overloop-functie blijven vervullen. Ze zijn daarbij niet de concurrent van de Randstad, maar moeten als complementair worden gezien. Ze voorkomen dat de leefbaarheid en de ruimtelijke kwaliteit van de Randstad, een niet te onderschatten vestigingsfactor, al te zeer worden aangetast. Het investeren in de aanpassing van oude kolengestookte centrales in het voormalige Oostblok levert per geïnvesteerde gulden een hogere bijdrage aan het milieu in Nederland dan het verder investeren in nog verfijndere technieken in Nederland zelf. Volgens dezelfde analogie zou het zo kunnen zijn dat het voor het scheppen van lucht in de Randstad verstandiger is buiten de Randstad te investeren.

Ruimtelijke ordening is het vak van integraliteit en samenhangen. Het getuigt van weinig visie indien de nijpende Randstedelijke problematiek alleen wordt opgelost door op de plaats van het probleem zelf te investeren.

    • Co Verdaas