Confrontatie tijdens de lunch op een bankje aan zee

Voorstelling: Lunch van Steven Berkoff. Vertaling: Marcel Otten; regie: Anny van Hoof; decor: Jan van Hoof; spel: Elisa van Riessen, Xander Straat. Gezien: 2/11 Theater Bellevue Amsterdam. Aldaar t/m 23/11, aanvang 12.30u. Res.: (020) 530 53 01.

De Britse toneelschrijver Steven Berkoff is eens één dag verkoper geweest van 'lege ruimten' in een tijdschrift: de lege plekken moest hij zien te slijten aan kooplustige adverteerders. Later beschouwde hij dit beroep als 'een toepasselijke metafoor' voor de leegte in zijn eigen bestaan en hij verwerkte de ervaring in 1983 in de eenakter Lunch, zo meldt hij in een korte toelichting op het stuk.

Lunch beschrijft een lunchpauze-ontmoeting tussen een man en een vrouw op een bankje aan zee. De man verricht hetzelfde werk voor een handelsblaadje als Berkoff heeft gedaan: hij verkoopt, zegt hij “de belofte van iets - het ontastbare mysterie van een lege ruimte”. Zijn eigen lege leven tracht hij intussen met veel bombarie en holle praat te overschreeuwen.

Dat gebeurt op de voor Steven Berkoff kenmerkende manier: met een orgiastische taalexplosie bombardeert hij het publiek. Zijn barokke taal schakelt virtuoos heen en weer van verheven poëzie naar platvloerse schuttingtaal. De zinnen zijn van een grote beeldende rijkdom en buitelen in een opzwepend ritme over elkaar heen. De personages bestoken elkaar met hun perverse fantasieën totdat ze er buiten adem van zijn - en wij nauwelijks minder.

De lunchpauzevoorstelling die Anny van Hoof nu heeft geregisseerd duurt slechts een half uur, maar wat de acteurs in dat korte bestek over ons uitstorten is van zo'n intensiteit dat het de oren doet suizen. Niet in de laatste plaats dankzij het fonkelende Nederlands van Berkoff-vertaler Marcel Otten.

Lunch is een heel vermakelijke voorstelling waarin Xander Straat en Elisa van Riessen op geslaagde wijze het karikaturale van hun personages benadrukken. Ze hebben elkaar nooit eerder gezien maar zoals de golven af en aan rollen (de nabijheid van de zee wordt in de voorstelling gesuggereerd door een aan het zwarte achterdoek gehangen geschilderde impressie van een duingezicht), zo spelen de man en vrouw vanaf het eerste moment een bizar kat-en-muisspel van elkaar aantrekken en afstoten.

Zodra de man, een vertegenwoordiger met aktentas, de vrouw in haar strakke truitje en korte rok ziet zitten wordt het beest in hem wakker. Hij gromt van genot, kijkt met gretige gulzigheid en zegt dat hij zijn tanden wel in haar nek zou willen zetten. Zijn aanwezigheid laat haar evenmin onberoerd en het lijkt erop dat ze elkaar van pure wellust kunnen verslinden. De confrontatie komt tot een climax tijdens een donkerslag, maar de seksuele honger maakt al gauw plaats voor haat en afkeer. Even schemert er iets van tederheid, als een nauwelijks merkbaar zeebriesje, maar uiteindelijk rest de leegte.

Dat is in deze voorstelling van Anny van Hoof niet iets om zwaarmoedig van te worden. Het lijkt haar vooral begonnen om de satire en haar aanpak heeft hoe dan ook geleid tot een sprankelend resultaat.