Bang heb je mij gebroken

Lust & Gratie. Driemaandelijks literair tijdschrift, veertiende jaargang, nr. 54. Uitg. Vassallucci. Prijs ƒ 15,-.

De 'vrouwelijke stem in de literatuur' is een uitvinding van de Anna Bijnsstichting die jaarlijks de Anna Bijnsprijs uitreikt aan een auteur die zich door zo'n specifiek seksegebonden geluid onderscheidt. Niemand heeft ooit een bevredigende definitie van deze stem kunnen geven en ook Maaike Meijer, zojuist benoemd tot bijzonder hoogleraar vrouwenstudies in Maastricht, geeft in Lust & Gratie toe er moeite mee te hebben. 'Bij discussies over de vrouwelijke stem in de literatuur bevangt mij vaak een licht gevoel van wanhoop: er zijn zoveel manieren waarop je haar kunt benaderen en dat leidt zo vaak tot abstracte discussies over het wezen van de man en de vrouw'.

Meijer pakt het voor de verandering eens heel concreet aan en komt met een prikkelende uiteenzetting over de verschillen tussen vrouwelijke en manlijke erotische poëzie. Daartoe vergelijkt ze de visies op erotiek van Georges Bataille, Hugo Claus, Jotie 't Hooft en Herman Gorter met teksten van Nederlandstalige dichteressen als Christine D'haen, Anneke Brassinga, Erika Dedinsky, M. Vasalis en Judith Herzberg.

De manier waarop Maaike Meijer over poëzie schrijft, is bijzonder inspirerend en daarom maakt het me eigenlijk niet eens zoveel uit of haar conclusies - bijvoorbeeld: in erotische poëzie van mannen staat seks veelal gelijk aan wraak op vrouwen - kloppen of niet. De gedichten die zij behandelt ondersteunen het betoog, maar dat berust dus ook op een per definitie subjectieve keuze. Dat neemt niet weg dat ze mooie interpretaties geeft van onder andere Anneke Brassinga's 'Kwijldicht' uit 1985, met de strofe: 'Het breken van een lichaam / gaat zacht, het opent zich / vanzelf, de wond een bloem / die nooit meer heelt. Bang / heb je mij gebroken, / de nacht staat open voor de wending // van zwart naar honing.' Meijer zegt hier ondermeer het volgende over: 'Het is vooral de betekenislaag van het natte in kwijlen en de gebruiksmogelijkheid van het kwijlen van lekkerte die in het gedicht gemobiliseerd worden. In de eerste regel verdringen zich al dadelijk twee paradoxen: een lichaam kan immers niet 'breken' en breken kan per difinitie ook niet 'zacht' zijn. Het grensoverschrijdende karakter van de seksuele overgave is hiermee treffend aangeduid.' Ook de behoedzaamheid van de minnaar ('bang heb je mij gebroken') - zijn vrees voor de grensoverschrijding, zijn voorzichtigheid - is mooi onder woorden gebracht.

Overigens gaat Meijer voorbij aan een andere mogelijke interpretatie, namelijk dat niet de minnaar angst voelde maar de minnares bang was om gebroken te worden, maar dit terzijde. Haar analyse van enkele gedichten van vrouwen contrasteert met de interpretatie van bijvoorbeeld het gedicht 'Een vrouw' (1955) van Hugo Claus, waarin seks wordt voorgesteld als gewelddadig ('Haar nagels naderen mijn hout / Haar klauwzeer wekt mijn jachtige huid' en 'Zij splijt mijn kegel/ In de bekende warmte.'). Ondanks het door Meijer gesignaleerde verschil tussen de manlijke en vrouwelijke stemmen in de poëzie, wanhoopt zij niet: 'Laten we utopisch blijven en het paradigma van de bevrijde en gelijkwaardige erotiek openhouden voor alle schrijvers, of zij nu vrouwen of mannen zijn.'

Carl Friedman is een schrijfster van en over wie ik alles lees wat ik te pakken kan krijgen, maar het essay van Dien de Boer in dit nummer van Lust & Gratie, 'Schijnbare eenvoud', valt tegen. Tot vier keer toe beweert De Boer dat Friedmans werk wordt gekenmerkt door eenvoud, des te irritanter als je het daar niet mee eens bent. Tralievader is een buitengewoon gecompliceerd boek. Het is, althans in mijn optiek, beslist niet zo dat in Tralievader 'de vader keer op keer zijn verhaal (moet) vertellen om de last van het verleden lichter te maken'. Het probleem is juist dat die last van het kampverleden steeds zwaarder wordt en dat daar niets aan te doen valt. Alleen de dood kan verlichting brengen en het kleine meisje dat het verhaal vertelt, weet dat. Al te eenvoudig is het om een paar citaten uit Elie Wiesels boek Vuur in de duisternis over de chassidische verteltraditie te plukken en vervolgens Friedmans verhalen in die traditie te plaatsen.

Heel informatief en prachtig geschreven is daarentegen het psychologische portret van Else Lasker Schule, die volgens auteur Marja Loomans afrekende met het hardnekkige idee dat er één authentiek zelf zou zijn.

    • Elsbeth Etty