Antirevolutionairen

Individueel zijn ze nog wel herkenbaar, maar als groep zijn de antirevolutionairen een uitstervende soort. Organisatorisch is hun partij opgegaan in het CDA, maar in de praktijk zijn ze verstrooid geraakt en inmiddels verspreid over de volle breedte van het politieke spectrum.

Een van de weinige organisaties waarin zij elkaar nog ontmoeten en onbekommerd - en soms nog even fel als vroeger - discussiëren over geloof, beginselen, politiek en maatschappij is de reünistenorganisatie van de studentenvereniging Societas Studiosorum Reformatorum (SSR).

De regionale afdelingen van deze organisatie komen regelmatig bijeen en één keer per jaar belegt de reünistenorganisatie een tweedaags landelijk congres, waarop een cultureel, religieus, maatschappelijk of politiek thema wordt besproken. Sigarenrook hangt er allang niet meer op deze bijeenkomsten, maar 's avonds blijken de erven van Abraham Kuyper de chocoladeketel nog steeds te mijden. Als de bar van het conferentiecentrum de Blye Werelt in Lunteren om twee uur sluit, murmureren de laatste mannenbroeders.

'Herbezinning op christelijke politiek' was het thema van het laatste congres. De voormalige antirevolutionairen hebben het er moeilijk mee, want de oude schema's raken versleten. De dood van de ideologieën heeft het politieke debat moeilijker gemaakt. Sociaal-democraten hebben zich bekeerd tot de vrije markt, liberalen noemen zich sociaal. Dat heeft tot gevolg dat de contouren van de politieke tegenstanders minder zichtbaar zijn geworden. Geloof wordt iets van de binnenkamer, maar in de politiek moet je vooral met de praktijk rekening houden.

Prof. dr. ir. E. Schuurman, lid van de Eerste Kamer voor de RPF, had de minste twijfel over zijn maatschappijvisie. “De techniek dreigt de leidende kracht van de cultuur te worden. De mens denkt heer en meester te zijn over alles. Hij bedenkt niet meer dat hij in een door God geschapen wereld woont. Onze cultuur wordt beheerst door effectiviteit en efficiency. Wat niet spoort met die technische beheersingszucht, doet niet meer mee. De politiek concentreert en versterkt deze trend.” De christelijke grondhouding staat lijnrecht tegenover dit streven naar een technisch paradijs, aldus Schuurman. Hij joeg de kat in de gordijnen toen hij concreet werd en het verwijt herhaalde dat het CDA ter wille van de macht akkoord gegaan was met een politiek compromis dat heeft geleid tot het praktisch vrijgeven van abortus provocatus.

Oud-Kamerlid mr. G.C. van Dam (ARP/CDA) was geraakt. Hij vond dat je niet één thema tot toetssteen van christelijke politiek mocht maken en voegde daaraan toe: “Het ging om wetgeving die het publiek belang beoogde. Wie menselijk leven beperkt tot ongeboren en eindigend leven, heeft een te kleine opvatting van het leven. Denk ook aan het leven van de in moeilijkheden verkerende vrouw.”

Prof. dr. H.E.S. Woldring, hoogleraar politieke filosofie aan de Vrije Universiteit en CDA-lid, zei waardering te hebben voor de cultuuranalyse van Schuurman, maar gaf aan diens politieke stellingname niet te delen. “Termen als bijbelse beginselen, bijbelse geboden bij de RPF ervaar ik als religieuze jaren-vijftig-retoriek, die een absolutistische indruk maakt en niet harmonieert met zijn genuanceerde cultuuranalyse.”

Een ander geluid kwam van dr. A. van den Beld, universitair hoofddocent ethiek aan de Universiteit van Utrecht. Hij toonde waardering voor het liberalisme en zei religie vooral een privé-zaak te vinden. “De ontwikkeling van christelijke politieke partijen in de negentiende eeuw was logisch als onderdeel van de emancipatie van de 'kleine luyden'. Maar christelijke partijvorming moet niet per se.” Hij bepleitte een neutrale staat die geen oordeel heeft over waarheidsclaims. “Er is een verschil tussen mijn eigen overtuiging en de politieke rationaliteit.”

Van den Beld: “In de religie gaat het over de binnenkant van het leven, in de politiek alleen over de buitenkant, waarbij je rekening moet houden met de effecten van je handelen.”

Schuurman verzette zich tegen de neutrale staat. “De christen ziet de overheid als dienaresse Gods. Achter de idee van de politieke rationaliteit zit het compromis. Als de overheid abortus legaliseert, dan heeft dat een effect op de moraal.” “Jammer dat amice De Ruiter (oud-minister van Justitie, ook ARP) er niet is”, klonk het uit de zaal.

Forumvoorzitter mr. W.C.D. Hoogendijk, oud-voorzitter van de dr. Abraham Kuyper Stichting, het wetenschappelijk bureau van de ARP, constateerde: “Eén thema, drie sprekers met dezelfde achtergrond en toch drie geheel verschillende benaderingen. Maar dat is normaal in de kring van de SSR.”