Vergelijking van scholen is krakkemikkige vertoning

Wie streng selecteert, krijgt hoge cijfers; wie iedereen helpt, wordt gediskwalificeerd

Het dagblad Trouw heeft afgelopen zaterdag cijfers gepubliceerd die een beeld zouden moeten geven van de kwaliteit van alle scholen voor voortgezet onderwijs in Nederland. Ton van Haperen toonde zich daar niet gelukkig mee (NRC Handelsblad, 29 oktober). Scholen vallen in zijn ogen niet zoals kroketten cijfermatig te beoordelen. Daarvoor is de materie 'school' volgens hem veel te complex. Verder meent hij dat de overheid dit onheil zelf over de scholen heeft afgeroepen door afstandelijk te besturen en de markt zijn werk te laten doen.

Bij de beoordeling van de scholen zoals Trouw die liet verrichten, ging het om drie gegevens: het percentage leerlingen dat zonder zittenblijven de school doorloopt, het gemiddelde eindexamencijfer en het percentage geslaagden. Tevens werd het percentage allochtonen vermeld.

Wat valt er in te brengen tegen het op deze manioer publiceren van dergelijke gegevens?

Algemeen, op allerlei terreinen, wordt geaccepteerd dat prestaties en producten cijfermatig worden beoordeeld. Omdat het in de regel niet mogelijk is alle facetten in cijfers te vatten, beperken we ons tot het meetbare en laten de rest over aan het oordeel van de mensen zelf. Ouders en kinderen op zoek naar een school kunnen de sfeer proeven, kijken of ze het er gezellig vinden en of het er een rotzooi is of niet, kortom, er is heel veel te zien en te proeven.

Maar waar het de leerprestaties betreft, wil je graag duidelijke gegevens die het mogelijk maken scholen ook op dit punt met elkaar te vergelijken. De kwaliteit van het onderwijs is gebaat bij een markt waarbij ouders gaan shoppen en scholen hun best doen zo goed mogelijk aan de wensen van leerlingen en ouders tegemoet te komen. Marktwerking graag, en wat mij betreft niet in de laatste plaats op basis van concrete, meetbare gegevens, van cijfers dus. Jammer is daarom dat de cijfers waar het hier om gaat, in handen zijn gevallen van de onderwijssocioloog Dronkers, die zijn wetenschappelijke integriteit heeft ingeruild voor kortstondige roem door er naar hartenlust mee aan het goochelen te gaan.

Vermoedelijk uit angst onvoldoende oog te hebben voor de handicap van scholen die zich meer dan gemiddeld inzetten voor de allochtone medemens, voorzag hij de sociale indicatie 'percentage allochtonen' van een gewicht, telde vervolgens schoolprestaties en allochtonie bij elkaar op en toverde ten slotte uit zijn professorale muts voor elke afdeling van elke school in heel Nederland een rapportcijfer.

Niet alleen op het principe van een dergelijke correctie voor allochtonie valt van alles aan te merken, ook op de gegevens waar Dronkers zich hierbij baseerde. Het percentage allochtonen is niet bekend per schooltype, maar per totale school. Op een brede scholengemeenschap met vbo, mavo, havo en vwo zullen de allochtonen vooral geconcentreerd zitten in de lagere schooltypen. Dronkers zegt daar rekening mee te hebben gehouden, maar dat is gewoonweg niet mogelijk, want niemand, ook hij niet, weet hoe die verdeling er per school uitziet.

Om tot een verantwoord rapportcijfer te komen, is het niet alleen nodig te beschikken over cijfers waarvan je weet waar ze voor staan, maar ze moeten ook de belangrijkste aspecten dekken van datgene waar je pretendeert een uitspraak over te doen. In dit geval is dat de kwaliteit van een school. Daarmee zijn we aangeland bij de kroketten van Van Haperen. Van die kroketten valt veel wetenswaardigs te vermelden dat in cijfers kan worden vervat, zoals de hoeveelheden meel, bacteriën en vlees die erin zitten. Over de belangrijkste ingrediënten van scholen, de leerlingen, is evenwel niets bekend. De school die streng selecteert, die vindt dat alleen een smalle top in staat is een vwo-diploma te halen, krijgt hoge cijfers; de school die ook minder getalenteerden, wellicht moeizamer, maar toch, aan zo'n diploma helpt, wordt gediskwalificeerd. Dat is natuurlijk de omgekeerde wereld.

Die wereld op zijn kop is het gevolg van het onverantwoorde gehannes met reputaties door het orakel Dronkers. Een vergelijkbaar krakkemikkige beoordeling van kroketten zou de Consumentenbond voor de rechter brengen.

    • Leo Prick