Verenigde Staten; Zwarte vrouwen uit clementie doodgezwegen

WASHINGTON, 1 NOV. De gebeurtenis was opmerkelijk genoeg. In het centrum van Philadelphia dromden afgelopen zaterdag honderdduizenden zwarte vrouwen samen voor een massale demonstratie van onderlinge solidariteit.

De Million Woman March, zoals de betoging heette, stond in het teken van versterking van de gezins- en familiebanden en bezinning op de rol van zwarte vrouwen in de Amerikaanse samenleving. Met bussen, treinen en vliegtuigen waren ze uit het hele land toegestroomd, niet afgeschrikt door kou en regen. De lokale politie schatte hun aantal op 300.000, de organisatoren hielden het op anderhalf miljoen.

Maar de thuisblijvers hebben van de hele manifestatie weinig gemerkt. Want voor de media was het geen evenement van groot belang. In het Amerika-volgens-de-media slokken andere zaken dezer dagen de aandacht op, zoals een Britse au pair die veroordeeld is voor moord, een man met aids uit New York die met zeker negen tieners naar bed is geweest en in mindere mate de onrust op de beurzen en het staatsbezoek van de Chinese president Jiang Zemin.

Maar in een ander Amerika, dat veel minder belicht wordt maar zeker zo echt is, heeft zich iets bijzonders afgespeeld. Zonder veel voorpubliciteit, zonder steun van landelijke vrouwenorganisaties, kerken of zwarte belangengroepen zijn al die vrouwen en masse naar Philadelphia getogen. Ze hadden van de mars gehoord via Internet, via krantjes en bladen voor de zwarte gemeenschap of gewoon via-via, en ze raakten enthousiast. Het initiatief kwam van twee activisten die alleen ervaring hadden in een lokale vrouwengroep in Philadelphia. En toch wisten ze die indrukwekkende massa op de been te brengen.

De geringe aandacht van de pers viel vooral op omdat alle media vorige maand wèl uitgebreid stil stonden bij een massabijeenkomst van de christelijke groepering Promise Keepers, waarvoor honderdduizenden mannen naar Washington trokken. En in 1995 trok de Million Man March, een massabetoging van zwarte mannen onder leiding van de omstreden Louis Farrakhan ook wekenlang heel veel publiciteit.

Maar voor de vrouwenmars liep de pers niet warm. Time negeerde het evenement, Newsweek vond een foto-met-onderschrift voldoende. Het was op een zaterdag, verklaarden televisiestations die op hun geringe enthousiasme werden aangesproken, en dan moeten de nieuwsprogramma's in de ochtend plaatsmaken voor tekenfilmpjes. Het was niet in Washington of New York waar de grote concentraties journalisten zich bevinden, voerden anderen aan. De betogers hadden geen duidelijk eisenpakket of een krachtige leuze, en er waren bovendien weinig bekende sprekers, zeiden weer anderen.

Toch was er één spreker die internationaal bekend, of althans berucht is: Winnie Madikizela-Mandela, de ex-vrouw van de Zuid-Afrikaanse president. Mevrouw Mandela, die in eigen land opnieuw in opspraak is gekomen voor haar betrokkenheid bij de moord op onder meer een 14-jarig jongetje, sprak niet over het belang van een hecht gezinsleven, maar over de noodzaak om af te rekenen met “de inhaligheid van de globalisering, die onze bossen bedreigt, ons water, onze flora en fauna”.

Andere sprekers stonden stil bij de verwoestende gevolgen van drugs op de Amerikaanse binnensteden en de jeugd. Sommigen riepen op tot een nader onderzoek van de nooit bevestigde geruchten dat de CIA betrokken was bij de verspreiding van crack onder zwarte jongeren. Volgens een van de twee initiatiefnemers was de betoging een breuk met “onwetendheid, armoede, slavernij en alles wat ons overkomen is”. Alles bij elkaar werd er dus voldoende zin en onzin te berde gebracht om journalisten en commentatoren nog voor dagen stof te geven.

Misschien was het niet alleen onverschilligheid van de media, of verveeldheid met wéér een mars, die leidde tot de magere berichtgeving. Erika Peterman, een zwarte vrouw uit Florida die columnist is voor de St.Petersburg Times, beschreef een paar dagen later haar teleurstelling over de mars. Al die vrouwen waren komen opdagen omdat ze zich aangesproken voelden of omdat ze steun bij elkaar wilden zoeken, stelt ze, maar vervolgens gebeurde er ... niets. De sprekers waren onverstaanbaar of wisten niet te boeien, laat staan bezielen. De demonstranten vroegen zich al snel af waarvoor ze eigenlijk gekomen waren. “Maar als zwarte vrouwen en verslaggevers”, schrijft Peterman, wilden we niet kritisch over de manifestatie schrijven.

Ook veel mannelijke en blanke commentatoren waagden zich liever niet aan kritiek. Twee jaar geleden werd er weken lang gedebatteerd over de vraag hoe honderdduizenden mannen zich toch achter een dubieuze figuur als Farrakhan konden scharen. Maar dezer dagen is vrijwel nergens geopperd dat Winnie Mandela misschien geen vanzelfsprekende keuze als eregast was. De mars van Amerika's zwarte vrouwen is onderbelicht gebleven, misschien wel uit clementie.

    • Juurd Eijsvoogel