Varkens (2)

Bij lezing van de reactie van Koos van Zomeren op Leon de Winters beschouwingen naar aanleiding van de varkenspest bekroop mij allereerst bevreemding, maar tevens een uiterst onaangenaam gevoel.

Bevreemding omdat Van Zomeren dingen leest in het stuk van De Winter die ik er totaal niet in gelezen heb, en die ik er ook na herlezing niet in heb kunnen ontdekken. Een onaangenaam gevoel omdat hier vanuit een vreemde, irrationele vooringenomenheid uiting wordt gegeven aan irritatie tegenover De Winter, kennelijk omdat hij in zijn boeken vaak heeft geschreven over joden en hun problemen.

Nergens in het gewraakte stukje van De Winter kan ik een toespeling vinden op het varken als 'onrein' dier. Hij merkt slechts op dat ons vlees eten alle ontsteltenis over het doden van biggen in een schijnheilig daglicht stelt. Wij eten met smaak ons vlees en sluiten de ogen voor het dierenleed. En dat wij zeer handig zijn met het oogkleppengebruik laat hij nog eens zien met verwijzing naar Srebrenica en door te zeggen dat het 57 jaar geleden al niet beter was.

Mocht hij dat zeggen? Waarom eigenlijk niet?