Strindbergs godendochter is een potige, nogal grove tante

Voorstelling: Strindbergs Droomspel, van August Strindberg, door Carrousel. Vertaling: Sybren Polet; regie: Marlies Heuer en Dic van Duin. Vormgeving: Martin van Poppel; licht: Gé Wegman. Spel: Christine van Stralen, Ria Eimers, Dic van Duin, Ruurt De Maesschalck, Jakop Ahlbom, Wouter Steenbergen, Marlies Heuer. Gezien: 30/10 Toneelschuur, Haarlem. T/m 1/11 aldaar; tournee t/m 1/2. Inl (020) 624 84 73.

Toen August Strindberg Droomspel schreef was hij 52 en rijk aan desillusies. Hij had twee mislukte huwelijken achter de rug, was het land ontvlucht en had, ook bij de opvoering van zijn stukken, in Zweden grote tegenwerking ondervonden. Maar hij had ook een nieuwe liefde aan de haak geslagen, de 21-jarige actrice Harriet Bosse. Zijn Droomspel droeg hij op aan haar, zij moest de hoofdrol spelen.

En zo ontstond het personage van de naïeve godendochter. Zij, een kind van de machtige Indra, daalt naar de aarde af, doorloopt daar, in de gedaante van de jonge vrouw Agnes, de harde leerschool des levens en blijft tot de laatste snik mild. “Je moet medelijden hebben met de mensen”, preekt zij keer op keer. Effectiever middelen ter bestrijding van de aardse ellende heeft Agnes niet paraat, dat zou maar vloeken met haar tere wezen.

Interessant is deze lieve en tamelijk passieve vrouw dus nauwelijks. Carrousel, een door dames gedomineerd gezelschap met feministische sympathieën, tracht de weeïgheid die Agnes aankleeft te reduceren door de rol te laten spelen door een actrice met een weerbarstige uitstraling. Mimespeelster Christine van Stralen is grofgebouwd en -gebekt. Die eigenschappen buitte zij al eerder uit in De huwelijksfuik, een melig-hilarische voorstelling met schrijver A. Moonen.

Ook in Strindbergs Droomspel, zoals het 96 jaar geleden ontstane drama bij Carrousel heet, is Van Stralen een potige tante. In de letterlijke zin van het woord, want de hele avond kijk je tegen haar grote benen aan, die vanaf de rand van een bed de grond beroeren. Minder aandacht echter trekt de door Van Stralen gesproken tekst waarvan de straatmeiderige nuchterheid algauw in vlakheid omslaat. Om wakker te blijven moeten we ons op andere spelers richten, alleen: op wie?

Op Ruurt De Maesschalck als de eeuwig op de ware liefde wachtende officier? Op Dic van Duin, de zure advocaat die niets anders kent dan het woordje 'plicht'? De mannen in Droomspel, volgens kenners stuk voor stuk afsplitsingen van de auteur, zijn in hun vergeefse jacht naar zowel geluk als aanzien en kennis wel iets boeiender dan de vrouwen, maar ook hun interessantheid valt tegen omdat zij uitsluitend klagen en dat niet eens virtuoos. In de regie van Dic van Duin en Marlies Heuer (die zelf ook meespeelt) zijn Strindbergs mannen nog verder ineengeschrompeld: hun leed is noch tragisch noch pijnlijk.

De regisseurs kozen voor lichtheid en dat pakt hier slecht uit. De quasi-onverschillige acteerstijltjes, de dansjes, de sprongetjes, de travestieën: leuk bedoelde vondsten zijn het die in de praktijk een flauwe en geforceerde indruk maken. Jammer, want de openingsscène was veelbelovend. Op een grote gele bühne, beschenen door groene, paarse en blauwe lantaarns, waren de acteurs verschenen, alle zeven tegelijk. Je hoorde de zee en meeuwen en één speler schoof een van binnen verlicht tafeltje voor zich uit waarop een kasteel van houten blokken prijkte.

Dat was magie, dat was een droomspel gevangen in licht, kleur en geluid. Later viel de droom uiteen in nietszeggende brokken.

    • Anneriek de Jong