Rel rond Waarheidscommissie

JOHANNESBURG, 1 NOV. In de Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie Commissie (WVC) is grote beroering ontstaan na het nieuws dat het hoofd van de onderzoeksafdeling, Dumisa Ntsebeza, begin jaren negentig mogelijk zelf betrokken is geweest bij een terreuraanslag door zwarte guerrillastrijders. Maandag zal een speciale bijeenkomst van de commissie worden gewijd aan de positie van Ntsebeza, die zelf de beschuldiging ten stelligste heeft ontkend.

Deze week had de hoorzitting plaats over een aanval, op 30 december 1993, door de Azanian Peoples Liberation Army (APLA), de vroegere gewapende tak van het Pan-Afrikaanse Congres, op de Heidelberg Taverne in een voorstad van Kaapstad. Daarbij kwamen destijds vijf jongeren om het leven en raakten enige tientallen gewond. Drie van de daders zitten levenslang uit voor de aanslag, maar hebben bij de Waarheidscommissie amnestie aangevraagd.

Gisteren kwam een tuinman, Bennett Sibaya, uit de township Guguletu, nabij Kaapstad als getuige aan het woord. Sibaya verklaarde dat hij op de avond van de aanslag vijf jongeren had gezien die in de township wapens aan het inladen waren in een witte Audi. De tuinman liep gisteren rond in de zaal om te kijken of hij iemand van toen herkende. Vervolgens wees hij tot verbijstering van de aanwezigen Ntsebeza aan als de bestuurder van de auto. “Die man daar, in dat oranje overhemd.”

Ntsebeza, die binnen de Waarheidscommissie de eerste man is in onderzoekszaken (hij leidt onder andere het onderzoek naar Winnie Mandela), bevestigde dat hij destijds over een Audi beschikte en ook het kentekenbewijs kwam overeen met het door de tuinman genoemde. Maar Ntsebeza ontkende bij de aanslag, uitgevoerd met machinegeweren, betrokken te zijn geweest.

“Ik kan me niet herinneren dat ik mijn auto ooit heb uitgeleend en ik zou nooit hebben toegestaan dat hij zou worden gebruikt voor dergelijke acties. Ik verwerp de beschuldigingen. Ik ben er eerder verdrietig dan boos om”, aldus Ntsebeza, die eraan toevoegde er niet aan te denken af te treden.

Zijn advocaat, Christina Qunta, beschuldigde Sibaya ervan “een berg met leugens” op te werpen, “bedacht door anderen'. Ze suggereerde ook dat Sibaya was omgekocht om Ntsebeza erbij te lappen. Qunta verwees in dit verband naar een huis van 160.000 rand (70.000 gulden) dat de tuinman bezit. Sibaya verklaarde het huis te hebben gekregen van een Duitse zakenman.

Pijnlijk voor Ntsebeza echter was het rapport dat zijn eigen collega's publiceerden over Sibaya. WVC-onderzoeker John Lubbe omschreef de tuinman als “een waarheidsgetrouwe en consistente getuige”.

De Waarheidscommissie werd in 1995 in het leven geroepen en begon vorig jaar met haar hoorzittingen. De commissie en haar subcommissies heeft honderden leden en medewerkers, afkomstig uit verschillende politieke groeperingen en etnische groepen. Voorwaarde voor lidmaatschap was steeds dat de leden zelf nooit betrokken mochten zijn geweest bij aanslagen.

Voorzitter Desmond Tutu gaf gisteravond een verklaring uit over de zaak rondom Dumisa Ntsebeza. Hij zei daarin dat zijn commissie maandag een speciale zitting aan de kwestie zal wijden. Tutu benadrukte dat dit niet betekent dat de commissie twijfelt aan de onschuld van Ntsebeza. De zitting is bedoeld om te onderstrepen dat de WVC “de integriteit van het waarheids- en verzoeningsproces absoluut respecteert”, aldus Tutu.