Onrust Azië schrikt Ten Cate niet af; 'Alleen moet men nog even weten dat wij bestaan'

SINGAPORE, 1 NOV. Singapore op een doordeweekse dag: de zon zit verstopt achter een dikke, grijze deken van smog, afkomstig van de bosbranden in Indonesië en krantenkoppen melden onrust op de financiële markten van Zuidoost-Azië. Er zijn idealere decors denkbaar voor de entree van een beursgenoteerde Nederlandse onderneming in Azië, maar voor Koninklijke Ten Cate was er geen aanleiding de plannen om te gooien.

De onderneming (hoogwaardig textiel, kunststofverwerking en rubberbewerking) uit Almelo opende zojuist in het zuidwesten van Singapore een regionaal hoofdkantoor en een nieuwe fabriek voor dochter Ten Cate Enbi, producent van rubber en kunststofcomponenten voor kantoormachines. De investering van ruim veertig miljoen gulden markeert een nieuwe, weloverwogen stap in het expansiebeleid van Ten Cate.

“Om overeind te blijven als Nederlands industrieel bedrijf in Noordwest-Europa moet je de wereldmarkt bedienen. We waren al goed vertegenwoordigd in Europa en Amerika, nu beginnen we serieus aan de Aziatische markt. We moeten hier zitten, om offensieve èn defensieve redenen”, zegt topman Frank Schreve die voor de opening naar Singapore kwam.

Volgens Schreve, die via Heidemij en Rabobank bij Ten Cate belandde, is het Almelose concern klaar om de stap naar de Aziatische markt te maken. “Ten Cate heeft zich de afgelopen jaren sterk gericht op innovatie. Vanuit de textiel zijn we overgegaan in plastic en synthetisch rubber en hebben we nieuwe, speciale textielvormen ontwikkeld die gebruikt kunnen worden bij kustbescherming of het maken van funderingen. We hebben nu voldoende producten waarmee we op de Aziatische markten een plek kunnen veroveren.”

De afgelopen jaren heeft Ten Cate onder de noemer Advanced Textiles een serie textiele producten op de markt gebracht met bijzondere eigenschappen waarnaar in de groeimarkten van Azië-Pacific grote vraag is. Zo ontwikkelde Ten Cate uit aramidevezels en hars bewegende onderdelen voor vliegtuigvleugels en maakte het concern een speciaal vlamwerend weefsel voor werkkleding. Via speciale materialen voor helmen en kogelvrije vesten zal het bedrijf zich de komende jaren ook kunnen richten op de snel groeiende defensiemarkt in Azië. En in de nieuwe fabriek in Singapore produceert Ten Cate Enbi zogeheten rubber-rollers, uit rubber, kunststof en metaal bestaande mechanismen voor het transport van papier die in vrijwel alle kantoormachines van Hewlett Packard zijn ingebouwd.

De verwachting is dat voor veel van deze innovatieve producten van Ten Cate een nieuwe, grote markt in Azië ligt. “Maar we moeten die markten wel eerst zelf creëren, want onze producten zijn hier nog relatief onbekend”, zegt Schreve. Essentieel voor Ten Cates verovering van Azië is daarom de marketing. Verder wil het concern speuren naar Aziatische joint-venture partners die de markten beter kennen en over de benodigde contacten beschikken. Die beoogde mix van Ten Cates know-how en de lokale contacten en ingangen van de partner moeten opdrachten genereren. “Het is een zaak van lange adem om met Aziaten te werken, dat beseffen we. Maar ik ben optimistisch want wij bieden in alle opzichten bruikbare producten. Alleen moet men nog even weten dat wij bestaan”, zegt Schreve.

Ten Cates Azië-avontuur zet geen grote uittocht van medewerkers uit Nederland op gang, want 'expats' kent het concern nauwelijks. “Het is onze filosofie om in beginsel overal met lokale mensen te werken. Dus hier in Singapore zitten een Singaporese directeur en een Singaporese controller”, vertelt de topman. “Wie zijn wij Nederlanders nou om te denken dat we dat allemaal beter kunnen?” Intensieve training zorgt ervoor dat het lokale personeel weet hoe de Almelose onderneming in elkaar steekt. Schreve en consorten hebben daartoe de 'Ten Cate Academy' in het leven geroepen, een eigen leerschool die een zeer uitgebreid trainingsprogramma aanbiedt. “Het werkt goed en het bespaart ons hoge kosten.”

Ook bij nieuwe markten in Azië die Ten Cate wil penetreren, zoals China en India, houdt het bedrijf vast aan deze strategie. “We zijn bezig een fabriek te openen in de buurt van Shanghai. Het gaat ons daarbij vooral om het opdoen van ervaring met de Chinese markt zonder substantieel te investeren. Het is een beetje pionieren, we pakken het voorzichtig aan.”

Met een strategie die gestoeld is op gecalculeerde risico's en het gebruik van lokale mensen, partners en contacten stelt Ten Cate-topman Schreve zich de ambitieuze doelstelling binnen zeven jaar de omzet uit Azië te vervijfvoudigen. Nu komt slechts vijf procent (70 miljoen gulden) uit activiteiten in het Verre Oosten. Begin volgende eeuw moet dat 25 procent van de omzet zijn. Ook de winst, die volgens Schreve voor het hele concern “flink moet worden opgekrikt”, zal voor Azië “bovengemiddeld” moeten zijn. Schreve stelt een eis van 15 procent op het geïnvesteerde vermogen voor de verschillende bedrijfsonderdelen.

    • Max Christern