Omroepen knagen aan kwaliteit van programma's

De publieke omroepen bezuinigen 50 tot 70 miljoen gulden per jaar, onder meer door efficiënter te werken. Producenten en programmamakers zien het allemaal schraler worden.

ROTTERDAM, 1 NOV. Een beetje Songfestival kan niet zonder het Metropole Orkest. Maar het afgelopen jaar moesten de dames van Mrs. Einstein het tijdens de voorronden met een geluidsband doen. “Het Metropole Orkest is een heel groot orkest en wil je dat in de studio laten optreden, dan is een groot decor nodig”, aldus NOB-decorbouwer Hub Berkers. “De NOS vond dat te duur. Toen hebben ze ervoor gekozen het orkest maar weg te laten.”

Is het avondje Songfestival op de buis daarmee kwalitatief achteruitgegaan? Onderzoeksbureau McKinsey, dat de bezuinigingsplannen van de omroepen heeft doorgelicht, meent van niet. Programma's kunnen nog steeds goedkoper door ze efficiënter te maken, zeggen de consultants. Een conclusie die de omroepen zelf maar al te graag overnamen, omdat ze anders geconfronteerd zouden worden met een verhoging van de lidmaatschapsbijdrage om daarmee de financiële gaten te dichten.

Staatssecretaris Nuis kan instemmen met de pogingen om programma's de komende jaren efficiënter te maken, zeggen bronnen binnen zijn ministerie. Maar Nuis heeft eerder uitdrukkelijk gewaarschuwd dat de programma's niet aan kwaliteit mogen inboeten. Nuis vertrouwt hierbij op het 'kwaliteitsoordeel' van McKinsey.

Maar wat is kwaliteit? Het gaat bij bezuinigingen allang niet meer alleen om kortingen op showballetten, galatrappen, kostuums en videowalls die al eerder als 'overtollig vet' uit showprogramma's zijn weggesneden. De laatste tijd liggen ook nieuwsprogramma's, documentaires en dramaproducties op de snijtafel.

De kwaliteit van de publieke programma's loopt wel degelijk terug, vinden veel producenten en programmamakers. Het aantal (goedkoop gemaakte) spelletjes op de publieke netten neemt toe, er is sprake van een hoger percentage gesponsorde programma's - bijvoorbeeld in samenwerking met een ministerie of een ideëel fonds - en er worden meer programma's in het buitenland gekocht ten koste van eigen (duurdere) producties. De omroepen spelen op safe, zeggen producenten. Zo merken zij dat er meer afleveringen van programma's worden gemaakt die zich al bewezen hebben, en dat er meer oude succesformules herhaald worden dan vroeger.

Kan dan nog worden volgehouden dat de kwaliteit van programma's op peil blijft?

Want ook binnen de programma's wordt gesaneerd. In een aantal programma's herkent Anton Smit, creatief directeur van producent ID TV, de trucjes die publieke omroepen gebruiken om geld te besparen. Trucjes die de programma's er niet mooier op maken, zo vindt hij, en die vroeger niet eens in overweging genomen werden. “Als ik de VARA-productie Unit 13 bekijk, dan denk ik, die hebben haast gehad. Dan zie ik voor de zoveelste keer vier agenten in een halve cirkel met elkaar staan overleggen, frontaal gefilmd gedurende de hele scène. Als je meer geld hebt, neem je de acteurs een voor een op, film je ze van verschillende kanten en monteer je hun reacties later tot één geheel. Maar dat kost geld.”

Smit zegt de laatste tijd steeds vaker door de omroepen gevraagd te worden mee te denken over goedkopere manieren om dramaproducties te maken. Op de televisie ziet hij die trend al terug. “Ik signaleer meer drama dat zich nog slechts op één locatie afspeelt, in plaats van door de hele stad zoals vroeger. Want, hoe minder locaties, hoe meer minuten per dag je kan schieten. Een voorbeeld daarvan is een nieuwe EO-serie die zich bijna volledig in een dokterspraktijk afspeelt. Zelf doen we ook aan die trend mee. Zo hebben we het zogeheten vertellersdrama ontwikkeld. Hierin vertelt een verteller wat er is gebeurd, zodat we dat niet meer in beeld hoeven brengen. Dat soort ideeën verkopen we de laatste tijd gemakkelijker aan de publieke omroep dan vroeger. Maar daarmee balanceren we wel op de rand. De rek is er wel uit.”

Ook documentaires liggen onder vuur, zo zegt producente Ireen van Ditshuyzen. “Ik zie de armoe de laatste tijd echt toeslaan. Het is net te mager allemaal. Te eenduidig gemonteerd, te makkelijk, te voor de hand liggend.” Films die een “lang en grondig proces doorstaan voordat het documentaires worden”, daarentegen, ziet Van Ditshyzen steeds minder bij de publieke omroep. Op voorstellen die zij daartoe indient, krijgt ze steeds vaker nul op het rekest. En dat terwijl zij al voor het grootste gedeelte het budget zelf bij elkaar probeert te krijgen. Bijvoorbeeld door fondsen en ministeries erbij te betrekken.

Gealarmeerd door deze ontwikkeling stuurde zij onlangs een brief naar minister Wijers (Economische Zaken) en naar staatssecretaris Nuis waarin zij pleit voor de oprichting van een fonds waaruit “goed doorwrochte producties” betaald kunnen worden.

Ook NPS-directeur Willem van Beusekom, inkoper van dergelijke 'doorwrochte producties', kan niet om kwaliteitsverlies heen, al ziet hij ook voordelen in de striktere budgetteringen. “Het ziet ernaar uit dat ik voor het eerst zal moeten kiezen tussen het Liszt-festival en het vocalisten-festival”, zegt hij. “Ik zou nog wel meer concerten, toneeladaptaties en deelnemingen in speelfilms gewild hebben, maar daar is het geld niet voor.”

VPRO-hoofdredacteur televisie Hans Maarten van den Brink, medebespeler van het derde net, vindt de opwinding erg overdreven. Hij meent dat het aanbod van de publieke omroep allerminst aan kwaliteit inboet. Sterker nog, hij vindt dat de omroepen een compliment verdienen voor wat zij, ondanks de almaar krimpende budgetten, nog steeds laten zien.

Op Nederland 2 maakt programmaleider Gerard Baars van de TROS zich juist wel weer zorgen. “Aan de ene kant is het natuurlijk helemaal niet verkeerd om efficiënter met het geld om te gaan en er over na te denken hoe het nog zuiniger kan. Maar in de praktijk merk ik dat in plaats daarvan de creativiteit aftopt. Ik zie dat we niet meer experimenteren met nieuwe programmaformules. Zo heb ik bijvoorbeeld, in plaats van de acht afleveringen die we normaal van Bananasplit maken, er vijftien besteld. Omdat ik weet dat dat goed scoort, en natuurlijk omdat het goedkoper is. Maar stilstand is achteruitgang. De kijker gaat dat op termijn zien.”