Olympisch pluche

De jacht op een tweede IOC-zetel is nog niet eens officieel open verklaard en er staan alweer drie Nederlanders klaar om elkaar in de sloot te dumpen. Wouter Huibregtsen, Ard Schenk en Erica Terpstra voelen zich geroepen om 's werelds hoogste sportcollege met hun aanwezigheid te vereren. Daar hebben ze graag een guerrilla voor over binnen de nationale sportkoepel en de geïnteresseerde media. Nog even en de banderilla's vol gif vliegen over en weer.

Als ze nou met dat IOC-lidmaatschap een Yab Yum-achtig inkomen zouden verwerven, kan je nog zeggen: alla. Maar nee, de olympische praalhanzen slapen wat duurder dan reguliere sportbestuurders, mogen her en der een kus geven aan een koninklijke hand, en hoeven nooit een kaartje te kopen voor een sprong van Sergei Boebka of Carl Lewis. Daarnaast mogen zij en/of hun vrouwen gratis naar de kapper.

Ik heb altijd gedacht dat macht en status in de sport een aangelegenheid van het dorp waren. Iets in de orde van het genot van de herenboer die met één hamerslag het geslacht van het graan mag bepalen. Wie het dorp zegt heeft het per definitie over voetbal en wielrennen. In mijn verbeelding is atletiek altijd iets van een andere, hogere wereld geweest. De sport van notabelen. Voetbalschoenen koop je om de hoek, maar waar vind je in godsnaam een estafettestokje?

Ik heb mij vergist.

Denkend aan het olympisch gezelschap in Seoul, Barcelona en Atlanta kom ik in de onweerstaanbare verleiding om presidenten á la Michael van Praag, Jorien van den Herik en - godbetert - zelfs Karel Aalbers te verheffen in de adelstand. Afgemeten aan het gelakte opportunisme van de zogenaamde amateurs van Papendal zijn zij de aristocraten in de liefde voor de sport. Samaranch, Huibregtsen en de Bolhuizen van deze wereld lopen dwars door een kogelstoter heen voor een glimp in Studio Sport. Of voor een foto met Ria Lubbers. Niet een bedienaar van een eredienst waagt het om zichzelf, middels de aanbeden God, zo te sacraliseren als de voorzitters van olympische bonden.

Ik geloof graag dat Ard Schenk nog een ideaal heeft. Als chef de mission in Albertville en Lillehammer heeft hij getoond dat er ook nog sport buiten het olympische pluche bestaat. De gewezen schaatskampioen heeft wat Anton Geesink ook heeft: een ruilhart voor kampioenen. Sport is hun eerste, niet hun tweede huid. Die overgave, in deemoed en dienstbaarheid, is Erica Terpstra en Wouter Huibregtsen ontstegen. Vooral de laatste is bezeten door de eclectische franje van zijn adem. Geen bloemen zonder buiging.

Allicht weet Huibregtsen de Nederlandse sportbonden achter zijn IOC-kandidatuur te scharen. Hij heeft ze een voor een versuikerd met sponsorsnoep. En met de illusie dat ze mochten meepraten over rituelen, de samenstelling van ontvangstcomités en protocollaire tralala. Het was zijn manier van overleven want enige populariteit ligt niet in de man bestorven.

Drie Nederlandse kandidaten voor een tweede IOC-lidmaatschap, het blijft potsierlijk. Het zou mooi zijn als zich de komende dagen nog een dozijn geroepenen zou melden. Type: René van der Linden, Mateman, Timmer. Mannen die het vuur van de rancune kennen. Een vrouw mag ook. Zou Hedy d'Ancona - weliswaar verliefd - niets voelen kriebelen? Haar internationalitis knettert weer als een oude radio door het polderlandschap.

Mede uit genegenheid voor de olympiër hors categorie, Anton Geesink, zou het van Samaranch wijs zijn als hij die tweede Nederlandse IOC-zetel nog een decade invriest. Dan wel ten voordele van een Kroaat, Servïer of Bosnische aspirant-bobo die daarmee zijn geteisterd land weer wat kan opzomeren. Want daar gaat het in Olympia om: een vlaggetje op de ruïne. Die streling voor het oog kan Nederland, gezien ook het succes van het poldermodel, missen. En wie maakt er tegenwoordig nog sportbeleid? Dat zijn de atleten zelf, met hun managers, sponsors en supporters. De bonden kijken toe en klappen in de handen. Een heel enkele keer maken ze een vuist. Bijvoorbeeld om een kwetsbaar, zij het nog steeds nationaal monument als Ellen van Langen rigoureus te verstoten.

    • Hugo Camps