Milieu-officier: recht overvleugeld door de politiek

AMSTERDAM, 1 NOV. Minister van Justitie W. Sorgdrager “krijgt absolute zeggenschap over het openbaar ministerie. Zij bepaalt wat je als officier van justitie moet doen en kan bij wijze van spreken je requisitoir voorschrijven”.

Met deze klacht heeft mr. A.M. Fransen (58) zojuist afscheid genomen als milieu-officier van justitie bij het parket in Amsterdam. Sinds vandaag is hij ambteloos burger.

Volgens Fransen dreigt de politiek het recht te overvleugelen “en dat zie ik als een uitholling van de rechtsstaat”. Als belangrijke oorzaak daarvan beschouwt hij de teloorgang van de autonomie bij het OM nu de minister, als uitkomst van een jarenlang proces, daar de dienst uitmaakt: “Zij kan uit politieke overwegingen tegen me zeggen: 'Fransen, hou je handen af van die zaak' of sterker nog: 'Je mag er ook geen onderzoek naar doen'. Daar moet je je dan knarsetandend bij neerleggen.”

Deze trend wordt volgens hem versterkt door het zogeheten Pikmeerarrest, een uitspraak van de Hoge Raad die bepaalt dat overheden, bijvoorbeeld gemeentebesturen, bij vermeende (milieu)delicten in beginsel niet voor de strafrechter kunnen worden gedaagd.

Fransen: “Het controleren van gemeenten, provincies en ministeries bij overtreding van milieuwetten - en dat gebeurt nogal eens - heeft geen zin meer, want je kunt toch niet tegen ze optreden. En de politiek wenst de zaak niet te herstellen door aanpassing van het Wetboek van Strafrecht. Overheden staan dus blijkbaar boven de wet.”

Fransen signaleert daarnaast een gunstige ontwikkeling bij de aanpak van milieudelicten. “Opsporingsambtenaren en officieren van justitie hebben veel meer instrumenten in handen om bijvoorbeeld verdachte bedrijven te controleren. Bovendien zijn de sancties op overtredingen aanmerkelijk strenger geworden. Boetes tot in de miljoenen en hoge gevangenisstraffen zijn mogelijk.”

    • F.G. de Ruiter