Mensensmokkel naar Nederland; Moderne handel

Wereldwijd gaat er in de mensensmokkel nog meer geld om dan in de drugshandel, vermoeden internationale politiediensten. In een recent rapport waarschuwt de Unit Mensensmokkel voor misbruik van de Nederlandse asielprocedure. Premier Kok kondigde vorige week de oprichting aan van een taskforce die deze handel moet bestrijden. De CRI brengt een bedrijfstak in kaart.

Turken staan bovenaan de 'top tien' van verdachten die vluchtelingen - vooral uit Irak en Iran - naar Nederland smokkelen. Turkije is het belangrijkste doorvoerland voor smokkelaars met Nederland als bestemming. Dit blijkt uit een intern rapport van de Unit Mensensmokkel binnen de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI): CRI analyserapport, Mensensmokkel in relatie tot Nederland in 1996. Het rapport waarschuwt voor “vermoedelijk misbruik van de asielprocedure”.

Minister-president Kok kondigde vorige week de oprichting aan van een taskforce die de georganiseerde mensensmokkel moet bestrijden. “Er zijn genoeg aanwijzingen dat de criminele mensensmokkel geen marginaal verschijnsel is,” zei hij toen hij tijdens zijn wekelijkse persconferentie dit plan lanceerde. Onderzoekers van de Unit Mensensmokkel hebben daarnaast geconstateerd dat er soms nauwe banden bestaan tussen de smokkel van drugs en van mensen.

Het 'CRI-analyserapport Mensensmokkel 1996' bevat ondermeer lijsten met de top tien nationaliteiten van de verdachten (smokkelaars), de top tien nationaliteiten van de gesmokkelden, de meest begane routes naar Nederland, de mate van vervalsing van reis- en identiteitsdocumenten, en de bedragen die de verschillende nationaliteiten gemiddeld moeten betalen om hun beloofde land te bereiken. De Irakezen waren vorig jaar de grootste groep gesmokkelden (302), gevolgd door respectievelijk Afghanen (215), Somaliërs (153), Iraniërs (113), Chinezen (108), Srilankezen (59), Syriërs (49), Turken (46), Pakistani (15) en Indiërs (15). Ook in Duitsland en Frankrijk stonden de Irakezen bovenaan.

Uit de cijfers in het rapport, blijkt hoe lucratief deze handel kan zijn. Srilankezen bijvoorbeeld waren in 1996 gemiddeld 15.500 gulden per persoon kwijt aan degene die hen naar Nederland bracht. In de analyse haalt de Unit Mensensmokkel twee (niet nader genoemde) onderzoeken van Justitie aan waaruit blijkt dat de mensensmokkel over een periode van zes jaar, de smokkelaars tussen de 25 en 42 miljoen gulden had opgeleverd.

Begin jaren negentig werd op een conferentie in Berlijn over illegale imigratie van Europese ministers bevestigd, dat er een band is tussen mensensmokkel en georganiseerde criminaliteit. Nederland heeft - evenals andere Europese landen - een aantal maatregelen getroffen om de smokkel in kaart te brengen en te bestrijden. In 1994 werd een landelijk coordinatie- en informatiepunt opgezet, de 'Unit Mensensmokkel', een samenwerkingsverband tussen de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI), de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) van het ministerie van Justitie en de Koninklijke Marechaussee. In datzelfde jaar riep het kabinet een nieuwe functionaris in het leven, de immigratie-ambtenaar, die moest worden toegevoegd aan ambassades in landen waar veel asielzoekers vandaan komen danwel doorheen reizen.

In 1995 kreeg Nederland daarnaast nog zijn eerste landelijk officier van Justitie mensensmokkel. In 1996 volgde het Plan van Aanpak Mensensmokkel van het landelijk Openbaar Ministerie. En in datzelfde jaar ging de strafmaat voor mensensmokkelaars omhoog van een jaar naar vier jaar. Het nieuwste middel in de strijd tegen mensensmokkel is de taskforce - al lijken de betrokken justitiële instanties nog niet precies te weten hoe die er uit moet komen te zien, zo melden bronnen binnen het justitiele apparaat.

De Unit Mensensmokkel komt jaarlijks met een analyse over de mensensmokkel. Het bovengenoemde CRI-analyserapport over de stand van zaken vorig jaar is de tweede in zijn soort. Het rapport is naar alle betrokken justitiële instanties gegaan, maar is niet openbaar gemaakt.

Het Plan van Aanpak uit 1996 schetste al de dramatiek van de smokkel. “Het betreft een vorm van georganiseerde criminaliteit waarbij geen goederen (zoals wapens en drugs) worden verhandeld, maar veelal weerloze mensen”, aldus het Openbaar Ministerie. “Men noemt het ook wel een moderne vorm van slavernij waarbij slachtoffers letterlijk hun vermogen inleveren bij criminele organisaties.” Veel gesmokkelden moeten in verschillende Oosteuropese transit-landen hun kans afwachten om naar het Westen te reizen, schreven twee onderzoekers vorig jaar in het Algemeen Politieblad. “In Moskou wachten momenteel naar schatting enkele honderdduizenden vreemdelingen op doorreis naar West-Europa of de verenigde Staten. Zij zijn niet alleen uit andere Aziatische landen afkomstig, maar vooral ook uit Afrika”, zo schreven projectleider Unit Mensensmokkel Cees Feenstra en Hoofd wetenschappelijke recherche-advisering van de Koninklijke Landelijke Politie Diensten Toon van der Heijden vorig jaar in het politieblad

Nederland wordt vooral door Srilankezen als transit-land gebruikt. Van de 1.483 Srilankezen die afgelopen jaar asiel aanvroegen, verlieten zevenhonderd het opvangcentrum - officieel met onbekende bestemming, maar officieus vaak naar Amerika, Canada en Duitsland, aldus het CRI-analyserapport. Ook de Pakistani, Indiërs en Turken gebruiken Nederland als transitland, om veelal daarna door te reizen naar Groot-Brittannië. Deze gegevens brengt de Unit Mensensmokkel tot de conclusie “dat hier sprake is van vermoedelijk misbruik van de asielprocedure”. “Dit met name door Srilankezen die via de asielprocedure voorlopig even in de luwte worden gezet. Reisagenten regelen dan vervolgens het verdere transport.”

Smokkelincidenten

De Unit slaat informatie op over alle zgn. 'smokkelincidenten'. Dat zijn “smokkelbewegingen waarbij een of meer personen worden gesmokkeld”. Die incidenten worden alleen in het databestand opgenomen als er genoeg informatie over bestaat: de naam van de verdachte, de route van de vlucht, de betaling, de wijze van vervoer. Het aantal incidenten ligt in werkelijkheid dan ook veel hoger dan de databank aangeeft, aldus de Unit Mensensmokkel.

De Unit registreerde vorig jaar 657 smokkelincidenten, 988 verdachten (smokkelaars, vrijwel allemaal mannen) en 1208 gesmokkelden. Het overgrote deel van de informatie hierover is afkomstig van de asielzoekers zèlf, opgetekend tijdens ondermeer intake gesprekken. Het Unit Mensensmokkel merkt daarbij op, dat dit aan de betrouwbaarheid van de gegevens af doet: uit onderzoek is bekend dat smokkelaars soms bij vertrek het bijbehorende 'reisverhaal' aan hun klanten meegeven opdat die het bij aankomst desgevraagd kunnen oplepelen. De gegevens uit Angola, Ghana, Liberia, Nigeria, Zaïre en Zambia zijn volgens de IND zelfs zo onbetrouwbaar, dat ze niet in de analyse zijn verwerkt.

Toch heeft de Unit Mensensmokkel een aantal informatieve statistieken en grafieken over 1996 uit het databestand kunnen deduceren. Zo blijkt dat de top tien van smokkelaars wordt aangevoerd door de Turken (38 van de 206 verdachten wier nationaliteit bij de Unit bekend is). Turkije is een belangrijk transitland voor grote aantallen vluchtelingen uit Irak, Iran en Afghanistan, vorig jaar de drie belangrijkste groepen asielzoekers in Nederland. In Turkije zelf echter is vorig jaar slechts één verdachte aangehouden. Wel hebben de Turkse autoriteiten vorige maand een delegatie van de Nederlandse Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) beloofd nauwer te zullen samenwerken in de strijd tegen de mensensmokkel.

In de meeste gevallen smokkelen de verdachten mensen uit hun eigen land van herkomst of uit een buurland. Turkse verdachten daarentegen smokkelen ook personen van Iraanse, Iraakse en Afghaanse nationaliteit - wat alles te maken heeft met de ligging van Turkije als transit-land. De Unit Mensensmokkel adviseert in het analyserapport dan ook een immigratie-medewerker toe te voegen aan de Nederlandse ambassade in Turkije. Een woordvoerder van ministerie van Buitenlandse Zaken bevestigde deze week desgevraagd dat er sinds vorige maand een immigratie-medewerker is gestationeerd bij de Nederlandse vertegenwoordiging in Istanbul.

Verdachten met een Nederlandse nationaliteit staan op de tweede plaats van de top tien. Van deze 24 verdachten hadden 14 ook een andere nationaliteit: vier uit Somalië, drie uit China, drie uit Iran, twee uit Sri Lanka, één uit Algerije en één uit Jordanië. Vermoedelijk vluchtelingen die het Nederlanderschap verworven hadden. Op de derde plaats van de smokkelaars top tien staan de Chinezen met negentien verdachten.

Niet bekend

Arrestaties

Vorig jaar zijn er - voorzover de Unit kan overzien - 66 keer verdachten aangehouden, dat wil zeggen dat bij tien procent van de 657 smokkelincidenten, arrestaties zijn verricht. Bij 403 van de 657 smokkelincidenten, dat wil zeggen ruim zestig procent, zijn daarentegen geen verdachten aangehouden. En bij 188 smokkelincidenten, achttien procent, weet de Unit niet wat er met de verdachten is gebeurd. In circa veertig procent van de smokkelincidenten waren twee of meer verdachten betrokken, oplopend tot zelfs vijf verdachten per incident. De Unit Mensensmokkel concludeert dan ook uit de cijfers “dat er bij die smokkelincidenten sprake is van enige tot grote mate van (criminele) georganiseerdheid”.

In Duitsland hield justitie 25 verdachten aan. In Nederland 21, in Frankrijk 6, in Oostenrijk 4, in Italië 3, in Zwitserland 2, in Hongarije 2. En in België, Canada, China, Engeland, Iran, Kenia respectievelijk Turkije hield justitie telkens een enkele verdachte aan.

In 65 procent van de smokkelincidenten die de Unit Mensensmokkel vorig jaar registreerde, ging het om de smokkel van één persoon, in tien procent betrof het twee personen. Soms waren het er tussen de zeven en de tien mensen, in een heel enkel geval waren het er zelfs dertien. Dit waren Chinezen die achter een lading turf in een vrachtwagen verstopt zaten. Een dag later werd eenzelfde wagen aangehouden in Groot-Brittannië met opnieuw dertien Chinezen verschanst achter turf. De vrachtwagen was vanuit Duitsland via Nederland naar Engeland gereden.

In bijna alle gevallen (98%) is de rol van de verdachte die van een zogenoemde 'reisagent'. Deze regelt uiteenlopende zaken zoals reisdocumenten, tickets, begeleiding tijdens de reis, onderdak tijdens de reis en opvang in transit- en bestemmingsland. Dat leverde soms verrassende (neven)activiteiten op, aldus het rapport: “Een van de verdachten regelde ook woningen voor de passagiers wanneer deze tijdelijk moesten worden opgevangen met het oog op hun transit naar een ander land. Toen de overheid vanaf 1993 meer gebruik maakte van asielzoekerscentra, werd het voor hem moeilijker en moest hij de woningen zelf regelen voor zijn klanten. Uiteindelijk beschikte hij over ongeveer tien huurwoningen of kamers.” Weer een andere 'reisagent' ontwikkelde zich tot chanterende gemeente-ambtenaar: “Hij hield van bijna iedere gesmokkelde fotokopieën van de reisbescheiden achter in verband met de betaling van de reissom. Wanneer de gesmokkelde zijn reis betaald had vroeg de smokkelaar om meer geld en dreigde de papieren aan de overheid te geven. Deze verdachte regelde ook valse/vervalste verklaringen en dagvaardingen en arrestatiebevelen uit het bronland om de asielaanvraag wat meer kracht bij te zetten. Over de bedragen die de vluchtelingen moeten neertellen om het land hun beloofde land te bereiken, is niet veel bekend. Wel gaat het volgens de Unit om “enorme bedragen per reis per persoon”. Het goedkoopst af zijn de Somaliërs die vorig jaar gemiddeld 5.500 betaalden om naar Nederland te komen. De Srilankezen moesten aanmerkelijk dieper in de buidel tasten: gemiddeld 15.500 gulden per persoon, een veelvoud van een gemiddeld jaarinkomen (in Sri Lanka zo'n tweeduizend gulden per persoon). De reis wordt dan ook regelmatig betaald door familie die reeds asiel heeft aangevraagd en geld overmaakt via handlangers van de verdachten.

Niet zelden is mensensmokkel gelieerd aan andere vormen van georganiseerde criminaliteit, zo constateren Feenstra en Van der Heijden in hun artikel in het Algemeen Politieblad. Uit recherche-onderzoek naar een drugslijn tussen Sri Lanka en Nederland bijvoorbeeld is komen vast te staan dat de groep die de drugslijn runde, drie jaar lang in totaal ruim zevenhonderd Tamils per jaar vanuit Sri Lanka via Singapore en St. Petersburg naar Nederland en omliggende landen had gesmokkeld. In Rusland waren de Tamils van een nieuwe identiteit en van voorgekookte reisverhalen voorzien. “Hun reizen werden gefinancierd uit de opbrengsten van de heroïnehandel”, aldus Feenstra en Van der Heijden. Tamils die de reis niet konden betalen, moesten als drugskoerier optreden. Kon iemand het benodigde geld, gemiddeld vijfduizend Amerikaanse dollar, niet betalen, dan werd deze persoon voor maanden opgesloten in een woning in St. Petersburg.”

Een Iraans gezin

Een Iraans gezin, bestaande uit man, vrouw en vijf kinderen wordt naar Turkije gesmokkeld. Vervolgens is het plan om het gezin in drie groepjes naar Nederland te brengen. Eerst de moeder met de drie jongste kinderen, dan de twee oudste kinderen en ten slotte de vader. De reis kost het gezin dertigduizend Amerikaanse dollar. Binnen twee maanden zijn zowel de vrouw als de vijf kinderen, voorzien van valse Turkse paspoorten, naar Nederland getransporteerd en in een Asielzoekerscentrum (AZC) ondergebracht.

Haar echtgenoot wordt echter naar Kiev in de Oekraïne gebracht en daar in een woning opgesloten. Vervolgens ontvangt de vrouw in het Asielzoekerscentrum bezoek van een Iraanse man, lid van een mensensmokkelbende, die vertelt dat haar echtgenoot in Kiev verblijft en dat voor zijn vrijlating betaald moet worden. Onder bedreiging van deze man wordt tweeduizend gulden bij elkaar gebracht. Nadat de Iraanse vader met zijn gezin is herenigd gaan de bedreigingen evenwel door. De vrouw wordt zelfs een keer aangerand. De familie betaalt wederom honderden guldens. Uiteindelijk doet het gezin aangifte, waarna de politie de Iraanse afperser aanhoudt.

Uit het Algemeen Politieblad, augustus 1996

Smokkelroutes waarlangs de tien grootste groepen vluchtelingen in 1996 Nederland bereikten: ... vanuit Irak en Turkije ... vanuit Afghanistan ... vanuit Somalië ... vanuit Iran ... vanuit China ... vanuit Sri Lanka ... vanuit Syrië ... vanuit Pakistan ... vanuit India